Het druppelt lichtjes over het MOB Complex aan de rand van Tilburg, een bosrijk gebied waar ooit een munitieopslagplaats stond. Daar vindt sinds 2019 het jaarlijkse Draaimolen Festival plaats, een evenement voor dance met een kunstzinnige twist en aandacht voor de omgeving. Dit jaar is het voor de tweede keer dat het festival, naast de gebruikelijke dj’s, live muziek programmeert. Het heeft The Necks uitgenodigd om het evenement op vrijdagmiddag 4 september te openen met een concert van bijna drie uur. Je zou denken dat de muziek in een dancefestival in vrijwel alles het tegenovergestelde is van wat dit trio zijn publiek voorschotelt. Akoestische piano, contrabas en drums zonder enige visuele aankleding bieden een ervaring die ingrijpend anders is dan de elektronisch gegenereerde klanken en de lichteffecten van Draaimolen en vergelijkbare evenementen, zo lijkt het.
Inventiviteit
Het was dan ook een gewaagd experiment. Maar ook een geslaagd experiment. De druilerige regen weerhield festivalgangers er niet van om het Moon-podium op te zoeken en naar muziek te luisteren die zich langzaam ontvouwde – zonder haast, muziek zonder de regelmatige puls die dance kenmerkt, en die soms met een krachtig dreunen hoorbaar was van andere podia. De inventiviteit van de drie Australiërs hield de aandacht gevangen. Het pianospel van Chris Abrahams was uiterst beweeglijk, van akkoorden en notenslingers in de hogere regionen die zich vaak lang herhaalden tot een dierlijk grauwen uit de bassnaren – dat laatste geholpen door de geluidstechniek. Bassist Lloyd Watson stond uiterlijk onaangedaan met een zonnebril op de neus aan de snaren van zijn instrument te plukken, terwijl Tony Buck onvermoeibaar langs zijn trommels en bekkens rondreisde.
Het publiek, dat gestaag in aantal toenam, bleef geconcentreerd zitten luisteren, ook toen de motregen veranderde in een bui. De meesten hadden zich voorbereid op dit weer, met jassen en poncho’s. Toen het in de tweede set echt flink ging doorregenen, verscholen ze zich onder de bomen en de overkapping van een dj-station. Nadat het opgehouden was met regenen, kwamen ze weer tevoorschijn uit hun schuilplaatsen. Het trio mocht dan akoestisch spelen, de lange lijnen en de hypnotische herhalingen sloten opvallend goed aan bij de elektronische dansmuziek die de festivalgangers de rest van het evenement over zich heen kregen.
Rode gloed
De dag was toch vooral een opmaat naar de beleving van het festival na zonsondergang, een opwarmertje. Die vrijdag was de schemering een feest van rode gloed in de wolken boven het terrein. In het donker kwamen de belichting van de podia en de paden die ernaartoe leiden pas echt tot zijn recht, bleek eens te meer. Bovendien stonden er her en der oplichtende kunstwerken opgesteld, zoals Growing Ghost Creatures van Fransje Gimbrère, een betoverende, fijnzinnige installatie die wit opgloeide.
In het donker werd je je ook meer bewust van de diep dreunende bassen en beats die van alle kanten op je afkwamen. Het was alsof het bos leefde in de vibraties die je omgaven. Lichtslingers gaven aan waar de paden waren, ook in delen van het bos waar de bezoekers niet konden lopen. De wandelpaden waren modderig, vol plassen na de overvloedige regen in de middag. Ze waren ook vol bezoekers die van podium naar podium liepen, met op verschillende plekken langs de kant bankjes waar je mensen kon zien uitrusten en met elkaar praten, of in innige omhelzing.
Totaalervaring
Maar vooral was het een komen en gaan van drommen bezoekers, waarbij twee podia de meeste belangstelling trokken. De Tunnel en de Forest Rave. De Tunnel bestond uit een serie luidsprekers die aan weerszijden van het pad stonden. Als je naar het einde van het pad liep, zwol het volume steeds aan tot je weer een paar speakers voorbij was. Het was inderdaad een tunnel van overdonderend geluid waar je steeds verder in kon lopen, als in trance. De Forest Rave, aan het verste eind van het terrein, was een populaire bestemming. Er stond een lange rij voor de ingang, alsof die plek de voornaamste reden was om naar Draaimolen te komen. Op het veld zelf stonden al mensen te dansen op de ritmes die bij wijze van voorbereiding op het hoofdprogramma op hen losgelaten werden.
Ronddwalend over het MOB Complex voelde je hoezeer omgeving, geluid en licht tot een totaalervaring gesmeed werden. De paden met hun lichtslingers, de bomen die beschenen werden door bundels gekleurd licht afkomstig van de podia, die schaduwen tussen de bomen die bewogen op de maat van de dansende, oplichtende bundels – samen met de bezwerende ritmes vormden die een surrealistische omgeving uit een koortsdroom.
Gesloopt
Met twee dagen op een terrein is Draaimolen een compact festival, dat per dag gemakkelijk dertienduizend bezoekers trekt, van wie een groot aantal met de fiets gekomen is. De sfeer is feestelijk, de mensen vriendelijk. Als een bezoeker zich omdraait en achter zich iemand ziet staan die kleiner is, schuift hij die naar voren. ‘Dan kun je het beter zien.’
De munitieopslag is gesloopt. De gemeente wil het terrein bestemmen als locatie voor evenementen. Tijdelijk, in ieder geval. Draaimolen kan er nog twee jaar gebruik van maken. In 2019 is het festival er voor het eerst neergestreken, nadat het noodgedwongen de vorige, al even bosrijke, locatie Charlotte Oord had verlaten. Dat bos, eerder het onderkomen voor een revalidatiecentrum, moest plaats maken voor weer een verzameling rechttoe-rechtaan dozen waar horden vrachtwagens voor poorten staan te wachten, als biggen aan een zeug, om gevuld te worden. Als Draaimolen opnieuw moet verkassen, is het de vraag waar het dan naartoe kan, en of er überhaupt nog een terrein te vinden is dat zich leent voor de bijzondere opzet van het festival, waarin omgeving, dance, kunst en design zo vanzelfsprekend hand in hand gaan. Er is kans dat Tilburg (en daarmee Noord-Brabant en Nederland) en de dance-liefhebbers, die van heinde en verre komen, een uniek evenement kwijt zullen raken.
