Onlangs vond de 35e editie van het theaterfestival Cultura Nova plaats. Theo Ploeg zag dat de hand van artistiek directeur Lieke Benders steeds zichtbaarder wordt: meer experiment en meer ruimte voor maatschappijkritiek.
Plots gaan de felle lichten op het podium aan. Ze schijnen recht in de donkere zaal. Vijf paar ogen staren het publiek aan. De bezoeker staat even in het middelpunt en wordt zich bewust van de eigen betrokkenheid bij het muziektheaterstuk. Een publiek is nooit neutraal. Het kijkt toe en stelt soms onbedoeld eisen. Naaz Mohammad ondervond dat tijdens haar eerste stappen in de muziekwereld. De muziekindustrie zat niet op haar politieke boodschap te wachten, vertelde ze twee jaar geleden aan OneWorld.
Ze stopte en kwam terug. Mét haar politieke overtuiging. De theateropera ‘QAQNAS’, die Naaz samen met Huba de Graaff maakt, heeft een sterke politieke lading. Naaz bezocht vrouwen in Noord-Irak, kookte, at, sprak, maakte muziek met hen. Die ervaring beschreef ze in een gedicht dat is geïnspireerd op het werk van de Koerdische dichter Tarza Jaff. Tijdens de uitvoering van ‘QAQNAS’ leest, fluistert, zingt en schreeuwt ze in het Koerdisch en Engels. In de minimalistische keukenopstelling omringt Naaz zich met vier muzikanten, waaronder De Graaff. De wisselwerking tussen hen leidt tot prachtige momenten waarin stem en akoestische en digitale instrumenten één worden en waarbij het experiment niet wordt geschuwd. Prachtig en confronterend.
Confronterend is ook de voorstelling van Princess Isatu Hassan Bangura een dag eerder. Haar ‘Wild Woman Part I: The Bone Collector’ verhaalt over de vergeten verhalen van haar voorouders. De non-lineariteit van african-futurism en afro-punk vormt een belangrijke inspiratiebron. Haar podium is minimalistisch ingericht en grote delen van haar anderhalfuur durende voorstelling bestaan uit krachtige monologen waarin Princess zich afwisselend kwetsbaar en strijdbaar opstelt. De teksten die ze declameert worden op de grond geprojecteerd, maar zijn niet altijd goed leesbaar. Daar spreekt ze net te snel voor, en de poëtische aard vraagt om directe reflectie. Die tijd geeft Princess het publiek niet. Jammer, want de manier waarop Afrikaanse thema’s worden gemengd met universele levensvragen over afkomst, traditie en cultuur is bijzonder sterk. Met deze compromisloze en ongepolijste voorstelling bewijst Princess nogmaals haar talent.
De vijfendertigste editie van het Heerlense theaterfestival Cultura Nova voelt als een jubileumeditie. De hand van artistiek directeur Lieke Benders wordt steeds zichtbaarder. De programmering is experimenteler, kleinschaliger, regionaler én maatschappijkritischer dan voorheen. Dat geldt minder voor de bombastische opening op vrijdagavond. Het Franse theatergezelschap Plasticiens Volants laat vanuit vier richtingen gigantische totemdieren naar het centrum van Heerlen trekken om daar de geboorte van een vijfde – het eveneens gigantische kind YUNI – bij te wonen. Van zwart naar regenboog, heet de voorstelling. Een metafoor voor de transformatie van de voormalige mijnstreek: kolen werden ingeruild voor kleur en diversiteit. Het idee klinkt beter dan de uitvoering, die vooral langdradig en te afstandelijk is. De opening contrasteert met de meeste van de andere 250 voorstellingen tijdens het festival. Die zijn vaak intiem en intens.
Zoals de voorstelling ‘WAAN’ van theatergezelschap BOT, die plaatsvindt op een verlaten, verregende parkeerplaats van wat ooit het hoofdkantoor van chemieconcern DSM was. Met zelfgemaakte muziekinstrumenten, een keur aan rekwisieten en eindeloos repetitieve zinnen en ritmes bouwt het viertal een absurdistisch tafereel dat geïmproviseerd lijkt, maar tot op de seconde is uitgedacht. Een gitaar met een meterslange hals, een poppenhoofd dat onverstoorbaar tegen een aftandse caravan bonkt, een zelfrijdende en zelfmuziekmakende driewieler; alles is zelfgemaakt. De korte liedjes, die wel doen denken aan het werk van de Nederlandse band De Raggende Mannen, zijn luide rustpuntjes waarin het publiek even op adem kan komen. Als een maniak rent Job van Gorkum rond terwijl hij delen van zinnen en woorden uitstoot: “Als je het weet, zeg het dan?” Wat een passie en intensiteit. Dit is theater dat past bij het vrijgevochten en experimentele karakter van het festival.
Minder intens, ruwer en chaotischer, maar net zo experimenteel is ‘HYPERSENSES’ van Laika en Zefiro Torna. Het Vlaamse gezelschap is elk jaar te vinden op Cultura Nova met een nieuwe voorstelling. Ditmaal in samenwerking met het Mechelse muziekensemble Zefiro Torna. ‘HYPERSENSES’ is na ‘BALSAM’ de tweede samenwerking waarin een gelaagde zintuiglijke ervaring centraal staat. Ditmaal dient de hoogmiddeleeuwse wandtapijtenreeks ‘De Dame en de Eenhoorn’ als uitgangspunt. De vlaggenmast die op de tapijten is te zien, vormt in de voorstelling een referentiepunt – een soort paaldanspaal op een catwalk – waaromheen zich een absurdistisch theater voltrekt, waarin het publiek zintuiglijk wordt geprikkeld, maar niet overvoerd. Terwijl kleine gerechtjes voor de bezoeker verschijnen, worden de ogen geprikkeld door fantasiewezens in fluffy kostuums en maken muzikanten Jurgen de Bruyn (middeleeuwse instrumenten en zang) en Maris Pajuste (zang en elektronica) indruk met prachtige zelfgeschreven composities en interpretaties van klassiekers van Jacopo da Bologna, Cristóbal de Morales en Händel. Een genot voor de zintuigen.
Blijf niet zitten en loop vooral rond, spoort beeldend kunstenaar Didianne Leusink het publiek aan om tijdens haar set de ruimtelijkheid van haar klanken optimaal in zich op te nemen. In opdracht van de klankwerkplaats Intro In Situ en Het Concreet ontwikkelde ze ‘Rotunda’, een performance waarin ze haar glasgeblazen platen laat concurreren met tape-opnames van diezelfde platen. Haar opstelling is minimalistisch: twee glasplatenspelers, een mixer en een lopende tape die over een groot deel van de ruimte is gespannen. De Nieuwe Galerij in Heerlen leent zich voor dergelijke kunstperformances. Ondanks de oproep van Leusink blijft het merendeel van het publiek zitten. Dat komt vooral door het hypnotiserende karakter van haar geïmproviseerde set. In sommige momenten klinkt het resultaat als het werk dat Ryoji Ikeda en Carsten Nicolai uitbrengen via Raster-Noton. Leusink had nog uren mogen doorgaan.
De audiovisuele performance ‘Public Attention’ kent conceptueel een sterke opbouw: voorbeelden van protesten die door de autoriteiten worden gedwarsboomd door het gebruik van geluid, muziek en liederen te beperken of te verbieden worden op een krachtige audiovisuele manier getoond. Achtergrondinformatie wordt ter plekke gegenereerd en geprojecteerd door bedenker en audiovisuele kunstenaar Roman Tkachenko en daarna uitgebeeld en voorgelezen door onder anderen Goya van der Heijden en Anllel Maria. Met name de overeenkomsten tussen de bedenkelijke rol die autoriteiten historisch gezien spelen bij het dwarsbomen van protesten maken indruk. De uitvoering laat te wensen over en niet alles verloopt vlekkeloos, mede door technische fouten. De potentie is echter onmiskenbaar aanwezig. Graag meer van dit soort experimenten.
Het siert Cultura Nova dat het festival zowel ruimte biedt aan beginnende gezelschappen om de eerste stappen in experimenteel theater te zetten als aan gevestigde namen zoals Dyane Donck, die indruk maakt met haar complexe voorstelling ’S.A.M. (Stop Annoying Me)’. Na een dag en avond vol soms intens en kritisch theater is het in de late avond goed toeven in de Spiegeltent op het festivalplein. De muziekprogrammering door het lokale poppodium Nieuwe Nor en Parkstad Limburg Theater is inventief en divers: van Rico tot Grote Geelstaart en Marathon tot Min Taka. Het mooiste moment is voor Arnold de Boers Zea die met de Drumband Hallelujah uit zijn geboortedorp Makkum een feestje van troost, nostalgie en introspectie weet neer te zetten.
Gezien: Cultura Nova, diverse locaties in Parkstad en omgeving, van 28 augustus tot en met 6 september 2026.
