Joris Strijbos @Fiber Festival - (c) Sabine van Nistelrooij
Events

FIBER 2026: Minimaal Momentum

Het thema van FIBER 2026 in Amsterdam was fragile forces en daarom ging het deze 28 tot en met 31 mei vaak over aandachtig luisteren. Diens effecten zijn bijna triviaal positief: luister lang genoeg naar de natuur of je loeiende koelkast en je ontwaart vrijwel automatisch een rijkdom aan geluid waar je normaal onverschillig langsheen leeft. Omdat dat leven zo snel gaat en verstrikt raakt in acceleratoire technologieën die ook FIBER als urgent discussiemateriaal beschouwt, is het gedurfd om van je publiek te vragen vier dagen lang aandachtig te luisteren.

De belangrijkste verantwoordelijkheid die creatief directeur Jarl Schulp en zijn team daarbij hebben is het faciliteren en belonen van zulke intensieve publieksinzet. Op vrijdag heb ik hem zelf de vraag gesteld, omdat Jarl een zeer benaderbare directeur is die overal vrolijk meedraait: ‘’Hoeveel luistergeduld mag je bij je bezoekers aannemen?’’ Hij is me het antwoord schuldig gebleven, omdat zich een dringende organisatiekwestie voordeed, maar voor zover het festival deze vraag zelf beantwoordt: ‘’Erg veel’’. Ik ben een goed aantal keren in crisis geweest over mijn eigen kunnen.

Minimalisme of gimmick?

Lag dat aan mij? Laten we het hebben over het eerste waar men aan denkt bij aandachtig luisteren: minimalisme. Daar was natuurlijk veel van deze editie en het meeste op Sound Art Sunday. Twee dingen vallen op. Het programma is weinig gevarieerd en de toegevoegde waarde van het verkozen medium is meermaals zoek. De fragiele fluitstukken van Hannah Todts ‘One and Many Flutes’ belonen je aandacht voor de details die ontstaan door het zachte blazen van dit vijftal muzikanten. Toch, de podium-brede buisconstructie met gaten die de groep dus aan één instrument bindt, overstijgt wat mij betreft niet het reeds gangbare idee van een muziekensemble als één organisme. Stel deze muzikanten met losse fluiten in de ruimte op en je stereobeeld is even driedimensionaal. Die ene losgemaakte gniffel voor een muzikant die een gekke houding aanneemt om bij een laag blaasgat te kunnen, creëert niet het gewenste verschil tussen muziekstuk en geluidskunst. Bij Amber Meulenijzers ‘Holding Shadows’ miste ik iets soortgelijks. Maar twee van de acht in het programmaboekje aangekondigde straatlantaarns hangen boven haar tafel. Haar concept is intrinsieker omdat de drones die het hele stuk opmaken worden gegenereerd door elektromagnetische microfoons bevestigd aan de lampen, maar hun klanken zijn moeilijk te onderscheiden van de dronegeluiden die het elektronische muziekdomein reeds kent. De noodzaak van het muzikaal hergebruiken van de lantaarns is daarom onduidelijk. Dat deze sporadisch knipperen op de haperingen in het geluid in een pikdonkere zaal, is niet per se een tot geluidskunst verheffende toevoeging. De vertederende sensualiteit die ontstaat wanneer afsluiter Anaïs Lossouarn met natte handen over haar bijzondere stenen harpen streelt en met die wrijving warme resonanties opwekt doet mij kort opleven, maar de variatie is weer nihil. Alleen Joris Strijbos weet me te raken. Zijn muziekstuk heeft drie werkelijk onderscheidbare delen, zijn installatie is een heus decor en het wild rondechoënde geluid van de megafoons op stelten creëert een duizeligheid die past bij de benauwdheid van de muzikale atmosfeer. Mijn conclusie bij de andere drie: jullie hebben niet genoeg gedaan. 

Joris Strijbos @Fiber Festival - (c) Sabine van Nistelrooij
Joris Strijbos @Fiber Festival – (c) Sabine van Nistelrooij

Voor Todt: had er niet meer nadruk gemoeten op de fysieke afhankelijkheid van de muzikanten die één instrument bespelen? Verder had Meulenijzer misschien technische problemen, maar anders viel er echt meer uit de licht-geluidverbinding te halen die het rationale van haar medium vormde. Ook Lossouarn is blijven steken bij het prille begin van haar concept en is nergens op zoek gegaan naar andere sensualiteiten, klanken, of fricties. Het is niet alsof nieuwe mediakunst intrinsieke barrières opwerpt die een uitgebreidere of gevarieerdere aanpak onmogelijk maken, maar het lijkt alsof de gimmick van ruimtelijk geluid, licht-geluidkoppelingen, of misschien wel hun filosofisch complexe concepten (zoals duidelijk uit het programmaboekje), deze artiesten hebben verblind voor de mogelijkheden die nog binnen hun thema lagen. Kunstenaars zouden met evenveel ontbering als bijvoorbeeld een renaissanceschilder de artistieke mediums van nu te lijf kunnen gaan. Laatstgenoemde bewerkstelligde een wow-effect uit puur ontzag voor zijn talent en moeite. Zijn aanpak was maximalistischer en dus niet altijd fragiel, maar minimalisme op zich kent schakeringen die onbenut leiden tot de verveling waar ik mezelf op de zondagmiddag op betrap. Als je je toeschouwer dwingt zijn zintuigen op scherp te stellen, moet je hem belonen met een verhulde rijkdom die een schreeuwerig kunstwerk of muziekstuk niet teweeg hadden gebracht. 

Immersie in vier dimensies

Een ander werk waarbij de gimmick een probleem vormde was het immersieve geluidskunstwerk ‘De glace et d’eau’ van Robin Koek en Jean-Emmanuel Rosnet. Je loopt door een theaterzaal met koptelefoon op. Afhankelijk van waar je loopt hoor je het druppelen, kraken, soms praktisch kwaken als een kikker van een gletsjer die langzaam smelt. De auditieve details die het smeltproces onthult zijn het beste voorbeeld dit weekend van de voordelen van aandachtig luisteren. De vertelster is nog beter. Al dichtend worstelt ze met de nietigheid van menselijke herinnering ten opzichte van de microprocessen van het smelten van deze bovenmenselijke natuurentiteit, gedoemd om vergeten te worden. Het smeltproces stelt ze gelijk aan onze incomplete biografie, versnipperd door de overmaat aan indrukken van ons leven. Tot zover ben ik vermaakt en geraakt. Toch uitzoomend durf ik wel vraagtekens te zetten bij het beoogde immersieaspect. Zodra ik andere zintuigen dan mijn gehoor inzet, zie en voel ik een kale, harde theaterzaal, terwijl ik me middenin een ijskoude gletsjer hoor te bevinden. Alleen mijn oren zijn ondergedompeld en waarin? Meer in de ontroerende woorden van de vertelster dan in de natuurgeluiden. Dit is een goed kunstwerk, maar ik zie weer, in dit geval ruimtelijk geluid, als gimmick voorbijkomen die de kunstenaars doof maakt voor de betekenis van het modewoord ‘immersief’.

Robin Koek, Jean-Emmanuel Rosnet @Fiber Festival (c) Sabine van Nistelrooij
Robin Koek, Jean-Emmanuel Rosnet @Fiber Festival (c) Sabine van Nistelrooij

We praten door over immersie en ruimtelijk geluid met de aangrijpende concerten van Anushka Chkheidze en Kara-Lis Coverdale in het Orgelpark op vrijdagavond. Stel je een plafond gemaakt van constant vervloeiende klanken voor, die zich plagend in de hoogte aankondigen en dan onnavolgbaar de akoestiek van de kerk invluchten. Dit zijn de vreugdevolle arpeggio’s en polyfonieën van Chkheidze op het vierdimensionale geluidssysteem dat boven onze hoofden hangt. Het kerk-brede geluid is inderdaad zo immersief als FIBER voor de commissiewerken beoogde en daarbovenop ontzettend precies. Chkheidzes keuze om met efemere melodieën te werken sluit goed aan op het systeem en binnen haar stijlkeuze is ze zeer volledig. Soms volg je insectachtig zoemende toonzwermen door de hele kerk, dan word je aangehaald door lange orgelvegen, dan voel je de lucht bewegen door indringende trillers. Het is feestelijk en zacht en de constante ruimtelijke mutaties van het geluid maken dat je er met je hele lichaam in leunt. Coverdale zet minder in op de precisie van het systeem en meer op het massieve geluid intrinsiek aan het orgel. Ze orkestreert een zenuwslopende onbepaaldheid waarbij snijdende emotionele lagen een soort kil machinale klankbodem binnendringen. Zoals op haar album ‘Changes in Air’ werkt ze vooral met de klankmaterie van de orgelpijpen, maar de progressies zijn wild en hebben een mythisch karakter waarin men haar samenwerking met LXV ‘Sirens’ terughoort. 

Kara-Lis Coverdale @Fiber Festival - (c) Sabine van Nistelrooij
Kara-Lis Coverdale @Fiber Festival – (c) Sabine van Nistelrooij

De avond bij het Orgelpark inspireert me in zoverre dat ik er achteraf ook een gemiste kans in zie. Het grote verschil tussen Chkheidze en Coverdale is dat eerstgenoemde tevens gebruikmaakt van de precisie van alle individuele speakers van het systeem. Wat werkt perfect met precisie? Complexiteit. Een eigenschap die daarenboven voortreffelijk met het thema fragile forces samengaat. De efemere stukken van Chkheidze zijn al complexiteitsverkenningen, maar een stel hoogst ingewikkelde ritmesecties, samengesteld uit strakkere geluiden dan die van een toetsinstrument, hadden dit 4D-systeem misschien wel nog beter benut. Bijvoorbeeld een Eli Keszler, Mark Fell of tal van anderen binnen het microritmestraatje. Dit genre was echter ondervertegenwoordigd binnen de curatie. 

Orgelpark @Fiber Festival (c) Sabine van Nistelrooij
Orgelpark @Fiber Festival (c) Sabine van Nistelrooij

Kuntari, op zondagavond in het Bimhuis, is voldoende ritmisch ingewikkeld, maar de dierlijke blastbeats met trompet en basgetokkel doen het nou juist perfect als de indrukwekkende muur van lawaai die het festival grandioos uitluidt. Beste gegadigde is CORINs Filipijnse volkspercussie op zaterdag, tijdens het drukke nachtprogramma in Tillatec. CORIN heeft nou eenmaal felle concurrentie op het gebied van Oosterse ritmes met 33EMYBW, DJ Scotch Rolex, Uwalmassa, enzovoort. Haar tamme kulintang gonginstrumentatie met kitsche backingtrack en visuelen, doen helaas voor hen onder. 

Vertedering en geweld in Tillatec

In contrast met de kwakkelende programmering in Garage Noord de nacht daarvoor, zijn er op zaterdagnacht wel wat hoogtepunten: Slowfoam, mesocosm, en Simo Cell samen met gyrofield. Slowfoam brengt compleet nieuwe muziek ten gehore. Haar zeer samenhangende stuk is een persoonlijke natuurbejubeling, waarin haar drang om de wildernis in te vluchten expressie krijgt. Niet in grootse metaforen of moeilijke taal, maar met alledaagse gevoelens waarin menigeen uit de betonnen jungle zich herkent. Wanneer ik haar naderhand bedank voor de show zegt ze dat ze bang was af en toe te hard te zijn gegaan. Dit is een gek inzicht voor me, omdat de inderdaad harde glitches zo goed opgingen in de rest van haar organisch landschap dat ik me nooit van hun hardheid bewust ben geweest. De jazzy combinatie saxofoon en paukslagen ergens op de helft, die vervagend de beurt geeft aan Slowfoams poëzie, is werkelijk ontroerend. 

Tillatec @Fiber Festival - (c) Gergely Ofner
Tillatec @Fiber Festival – (c) Gergely Ofner

De show ‘Edge Effects’ van mesocosm daarentegen is brein-brekend, ziel-herprogrammerend, oogbal-verbrandend gewelddadig. Ik word overspoeld door kicks, basaardbevingen en lawaaischerven, alsof een gebouw door een reuzenblender wordt gejaagd. De visuals zijn breinrot met klasse, maar even agressief. De complete audiovisuele combinatie voelt als een blasfemisch experiment met doemsdagsoftware.

Simo Cell en gyrofield maken mijn nacht extatisch af. Er is een handjevol deejays dat aan de huidige globale top staat; dat niet achter de decks worstelt maar herschept en de controle over je lichaam triomfantelijk van je overneemt. Denk vijf decks en onafgebroken concentratie op gyrofields gezicht terwijl hen UK-bass, ghettohouse, trap en drum&bass door elkaar gooit. Er worden twee eerbetonen gedaan: je hoort Boards of Canada vanwege hun nieuwe album en even later Sophie vanwege haar tragische dood in Barcelona (hoe lang geleden is het ook alweer?). Simo Cell is de troefkaart die af en toe zijn oneindig brandende peuk aan de kant legt om een scala newwavenummers van EDM-beats te voorzien. De set is open en speels. Er wordt onophoudelijk gejuicht. Deze ervaring neemt niemand me meer af. 

Het eindoordeel

Laten we de rekening voor FIBER 2026 opmaken. Dankzij de schitterende jubileumeditie van vorig jaar lagen mijn verwachtingen hoog. Als ik het lijstje artiesten die ik goed vond naga, is het daarom oneerlijk om te zeggen dat dit jaar niet goed was. Echter, ik voelde bij wijlen te weinig kwaliteitsconsistentie om de hoge eisen van het aandachtig luisteren te blijven inwilligen. Verder is het natuurlijk gevaarlijk om als doorgewinterde filosoof naar een contextprogramma te gaan dat berucht is voor de intellectuele prietpraat die er rondgaat, maar als recensent is het mijn plicht alles op het festival serieus te nemen en veel sprekers deden onwetenschappelijke claims die me aan hun integriteit als kunstenaar, denker, of professional deden twijfelen. Ik ben FIBER dankbaar voor de aangesleepte talenten: het Abdullah Miniawy Trio (zie het Rewire-verslag van 2026 voor mijn stoutmoedige poging de ongrijpbare magie van deze muzikanten in woorden te vatten), Simo Cell met gyrofield, Coverdale en anderen, maar vond sommige curatiekeuzes ondoordacht. Schulp en zijn toegewijde team mogen trots zijn op de prikkelende, open omgeving die FIBER voor kunstenaars en kunstliefhebbers is. Echter, het verschil tussen een leuke en geestverruimende festivalervaring zit ‘m in een totale reflectie op vorm en inhoud, die halverwege afgebroken, het momentum van de spirituele extase die we hier allemaal najagen in de kiem smoort. Dit geldt voor zowel de curator als de kunstenaars die hij uitnodigt.  

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!