Op 15 en 16 mei vond er in Nijmegen een nieuwe editie plaats van Sonic Whip, hét festival voor psych-, stoner- en garagerock. Zoals elk jaar heeft poppodium Doornroosje weer een indrukwekkende line-up weten te boeken, met The Sword en Russian Circles als headliners op vrijdag en Hermano en King Buffalo op zaterdag. De sfeer zat er goed in op het festival: zowel de bands als de fans konden twee dagen helemaal opgaan in de muziek waar ze van houden, en hoeveel verschillende uitingsvormen genres met overlappende oorsprong kunnen hebben is ook dit jaar weer gebleken.
Zaktrompet
Het festival begint met een zinderend concert van de Amsterdamse Gates of Kiev. Bij binnenkomst in de kleine zaal van Doornroosje is het alsof je vijf decennia terug in de tijd stapt: het drietal pakt meteen uit met hun interessante blend van progressieve en psychedelische rock. De muziek is technisch, vol virtuoze orgelmelodieën, rijke samenklanken op de basgitaar en wisselende ritmes. Qua zang wisselt de band tussen geroepen teksten, tekstloos geneurie en close-harmonypartijen in kopstem die bijvoorbeeld doen denken aan Yes. De klank van zowel de basgitaar als de orgels en synths is divers; met een veelvoud aan effectpedalen en speelstijlen wordt hierin continu afgewisseld. Ook de bassist wisselt veel af: zo speelt hij tijdens de atmosferische passages met een strijkstok op zijn basgitaar en sluit hij het laatste nummer af met een soort zaktrompet.
In de grote zaal wordt er afgetrapt door de postmetalband Pelican. Meteen valt op dat de band uit Chicago niet alleen een muur van geluid neerzet, maar ook dat in de mix alle instrumenten ook goed te horen zijn – iets wat lang niet altijd het geval is bij soortgelijke bands. De muzikanten zijn goed op elkaar ingespeeld, met hun instrumentale muziek weten ze alsnog melodieus een verhaal te vertellen dat impact maakt op het publiek. Hoewel het treinverkeer rondom Nijmegen vandaag platligt staat de grote zaal al behoorlijk vol, en iedereen luistert vol ontzag naar Pelicans monolithische optreden.
Space
Terug in de kleine zaal is het tijd voor space-gazeduo SKLOSS. En hoewel ze maar met zijn tweeën zijn wordt ook hier het publiek verpletterd door het geluid. De ‘space’ van de band bestaat uit gelaagde, zich steeds herhalende gitaarriffs, aangevuld met allerlei soundeffects die samengalmen tot shoegaze-achtige soundscapes. De gitaarpartijen (die ook over een baskanaal worden gestuurd en daardoor ook de lage frequenties klinken) worden voortgestuwd door opzwepende drumpartijen. En alsof het duo de handen nog niet vol heeft aan hun instrumenten, zingen ze er ook allebei nog bij: de gitarist met een echoënde stem met een hoop effecten eroverheen en de drumster met een wat natuurlijker klinkende stem. Die zang is helaas niet altijd even goed te horen in de mix, maar beide bandleden zingen met zoveel overgave dat dat technische aspect aan het optreden niet afdoet.
Voor wie de psych rock van SKLOSS nog niet spacey genoeg vindt staat de Zweedse Gösta Berlings Saga klaar. De witte overalls van de band dragen bij aan de sci-fi-achtige sfeer op het podium en de lichtshow maakt die af. Twee van de vijf musici ontfermen zich over de ritmesectie: linksachter op het podium speelt iemand op een drumkit die wordt gelaagd met samples en rechtsachter zit iemand omringd door een heel arsenaal aan ongebruikelijke percussie-instrumenten: van conga’s en bongo’s tot gongs en vreemde bekkens, kleine houten percussie en een tamboerijn die ongeveer vier keer zo groot is als gebruikelijk. Deze percussionist mag extra worden gecomplimenteerd op zijn podiumuitstraling: gedurende het hele concert legt hij zijn ziel en zaligheid in het maken van zo veel mogelijk vreemde geluiden. Maar ook bij de andere bandleden gaan een voor een de overalls half uit: ze moeten het met hun energie al snel erg warm hebben gekregen. Alles klinkt onaards en vreemd: de atypische gitaarmelodieën worden ondersteund door gekke harmonieën op synthesizers en gesyncopeerde baslijnen.
Overgave
De volgende band op het grote podium is Earthless uit San Diego. Ze blijven iets dichter bij klassieke rock en bluesrock dan de artiesten die tot nu toe op het podium stonden (dat contrast is na Gösta Berlings Saga ook wel erg groot), maar ze weten precies wat ze doen en dat doen ze ontzettend goed. Zowel qua klank als qua spel zijn ze perfect op elkaar afgestemd, alle drie zijn het indrukwekkende muzikanten. De gitarist laat zich in zijn virtuoze solo’s helemaal gaan, door velen in het publiek met open mond gadegeslagen. Met tegen het eind van het optreden nog een verrassende cover van Iron Maidens ‘The Ides of March’ treden ze nog even buiten hun eigen discografie, maar ook dat nummer wordt versierd met meeslepende bluesriffs- en ritmes.
In de kleine zaal wordt het podium inmiddels overgenomen door Iguana Death Cult. De frontman nodigt het publiek meteen van harte uit los te gaan op de muziek en dat hoeft hen geen twee keer te worden verteld. Het is duidelijk dat de Rotterdammers mede inspiratie halen uit post-punk, waarvan de invloeden in zowel de liedstructuur als de geschreeuwde teksten naar voren komen. Daarnaast worden er elementen gecombineerd uit psychedelische rock en garage rock, alles samengevoegd tot een feestelijk geheel. Meer dan als een ingestudeerde set voelt het optreden als een jamsessie waar de muzikaliteit, de energie en het plezier van de muzikanten afspatten. En dat wordt volop beantwoord door het publiek, dat staat te dansen, roepen en feesten in de moshpit.
Hitte
In de grote zaal speelt vervolgens The Sword, een van de headliners van de vrijdag. Het viertal uit Texas wordt direct warm onthaald door het publiek – waarvan een groot deel duidelijk voor deze band komt. Hun naam als een van de grote bands van de desert- en stonerrock is niet uit de lucht komen vallen en ook live doen ze die naam eer aan: het viertal is perfect op elkaar ingespeeld, lijkt te spelen zonder dat het ze moeite kost, maar zet zich alsnog vol energie in. Halverwege de show pakt frontman John D. Cronise zijn donker eiken Mockingbird erbij, waarmee de gitaarklank nog rauwer wordt. Snelle nummers worden af en toe afgewisseld met rustigere nummers, zodat de ‘desert’ van het genre niet helemaal hoeft te weerspiegelen in de temperatuur van de zaal, maar omdat de tragere nummers soms naar doom metal neigen, lijkt afkoelen er niet echt in te zitten.
Ook in de kleine zaal – waar het met de benen buiten hangt – is het behoorlijk warm. Een mooi teken, want de sfeer zit er goed in. GNOD bouwt hun nummers op vanuit repetitieve ritmes en riffs. In het veelvoud aan elektronische effecten en geluiden dat ze hieraan toevoegen komen de industrial-invloeden van de band duidelijk naar voren. Door de pulserende kern van de muziek voelt die bijna als een ritueel, waardoor het publiek als in een trance wordt meegenomen in de energie van de band. En aangezien die meer houdt van opbouwen dan van afbouwen, wordt er op een gegeven moment zelfs achter in de zaal druk gedanst.
Betovering
De headliner van de vrijdag is Russian Circles, die een verpletterend optreden geeft in de grote zaal. De instrumentale post-metalband uit Chicago lijkt uit één te bestaan: vanaf de eerste noot spelen ze perfect synchroon. Die strakke ritmes geven de muziek een industrieel gevoel, terwijl de dynamiek die de muzikanten in hun instrumenten leggen, en de verhalen die ze op die manier met hun melodieën vertellen, hun spel juist heel menselijk maken. In de atmosfeer zijn ook shoegaze-elementen terug te horen: de galmende gitaarpartijen en dynamische slagen op de bekkens brengen het publiek in een dromerige staat. Wat ook bijdraagt aan die betovering van het publiek is de lichtshow, die perfect is afgestemd op de setlist en zowel de band als het publiek in een bijna buitenaardse sfeer hult.
Voor wie nog niet naar huis wil en nog energie overheeft sluit MAQUINA. in de kleine zaal de avond af. En wie de band ongeveer een jaar eerder het Valkhof-festival in Nijmegen zag afsluiten weet wat de Portugezen te bieden hebben: nog één keer volop dansen bij de industriële, bijna EDM-achtige elektronische noise rock. De combinatie van een akoestische drumkit met elektronische samples zorgt voor een perfecte balans tussen intens diepe beats en een punchy live-ervaring. De basgitarist weet een klank neer te zetten die die elektronische percussie perfect aanvult en ook de gitarist – die zijn gitaar veelal gebruikt voor vreemde, noisey geluidseffecten – draagt zijn steentje bij aan de onvoorspelbare en tegelijk goed te volgen muziek. Voor een klein uur hoeft er nog niet te worden gedacht aan de spierpijn die morgen moet worden overwonnen en kan iedereen nog even helemaal losgaan.
Dag twee
Vanwege problemen met hun paspoort kan noise-rocktrio POHL uit Sheffield deze zaterdag helaas niet optreden. Daarom bijt Gaupa het spits af. Eigenlijk zouden ze in de grote zaal spelen, maar in plaats daarvan staan ze nu in de kleine zaal. En waar dat voor de mensen in de zaal de intensiteit van de show vast vergroot, is de zaal al snel helemaal vol. Vanuit de hal klinkt de psychedelische rock van de Noren energiek en intens, en gezien het feit dat de zaal halverwege de show nog steeds afgeladen vol is, blijkt de muziek goed aan te slaan bij het publiek.
Wat naast de geweldige boeking en de gezellige bezoekers bijdraagt aan de sfeer bij Doornroosje is dat er genoeg plek is om even uit te rusten van al het dansen en headbangen. Met achtergrondmuziek die van Pink Floyd tot Portugese jazz gaat, comfortabele banken en fauteuils, een speciaalbierbar en een bar waar ze eten verkopen zorgt de organisatie dat er in alle gemakken is voorzien. En alles wordt verzorgd door de altijd vriendelijke medewerkers bij het poppodium.
Van folk naar noise
Daar speelt namelijk Smote, het project van Daniel Foggin, die zijn muziek met een liveband aan de mens brengt. Muzikaal beweegt de band van folk-drone naar opzwepende psychedelische rock uit de jaren 1970, naar experimentele noise die niet onderdoet aan The Body. Zo begint het concert met een indrukwekkende soundscape bestaande uit gonzende synthesizers en een dwarsfluit, waarna de rockpassages een uitzonderlijke kleur krijgen doordat er live viool en viola worden gespeeld. Tijdens de intense noisestukken laat elk individuele bandlid zich helemaal gaan in het creëren van zoveel mogelijk feedback en geluid. De opbouw in spanning, volume en intensiteit gaat vloeiend, en het publiek wordt dan ook van het eerste sluimerende synthesizerdeuntje tot de laatste explosie vastgehouden.
Tijd om bij te komen is er niet echt, want Dope Purple, de volgende band in de kleine zaal, barst meteen los in energieke psychedelische noise rock. Op gitaar en saxofoon worden complexe melodieën steeds intenser herhaald, en in samenspel met de rest van de band, waardoor de spanning blijft groeien. De Taiwanezen lijken een oneindige hoeveelheid energie te hebben, want wanneer je denkt dat ze al op hun maximum zitten doen ze er nog drie scheppen bovenop, tot het geheel bijna een ruis wordt van extreem luide, snel bespeelde instrumenten. De opbouw van elk nummer werkt goed en het publiek wordt bezweerd: er wordt tot achter in de zaal geheadbangd, voorin gemosht, zelfs buiten in de hal dansen luisteraars mee.
Ver weg en lokaal
De legendarische stonerrockband Acid King is vanuit San Francisco naar Nijmegen gekomen om hun alom geliefde album ‘Busse Woods’ in zijn geheel te spelen. Met zijn drieën weten ze een solide optreden neer te zetten. De klank is ontzettend dik en zowel de band als het publiek lijkt in hun nopjes dat dit album integraal wordt gespeeld. De muziek wordt visueel ondersteund door een verzameling veelkleurige beelden van ogen, natuurgebieden en geometrische patronen, maar ook gebombardeerde steden, waarmee de Amerikanen toch een zeker politiek engagement in hun show toe lijken te willen verwerken. De band speelt met zo veel groove dat de hele zaal als het ware transformeert tot een golvende massa headbangers.
In de kleine zaal wordt vervolgens bewezen dat lokaal talent ook het vieren waard is, en wel met het Nijmeegse Bismut. Het drietal viert hun tienjarig jubileum en het uitbrengen van hun nieuwe album, genaamd ‘Matsutake’. De muziek is niet onder één genre te scharen: ze maken een indrukwekkende combinatie van onder andere progressieve en psychedelische rock, stonerrock en doom metal. Bijna moeiteloos lijkt de band de complexe melodieën, ritmes en samenklanken bijeen te brengen tot een hypnotiserend geheel. Zo staat het publiek dan ook als in een trance mee te dansen met de opzwepende muziek.
Sportschool
Hoewel aardig wat gasten inmiddels een hapje zijn gaan eten, staat voor wie de honger nog even kan doorstaan en zin heeft om verder te dansen in de grote zaal de Noorse Heave Blood and Die. En bloed wordt er zeker geheven (lees: rondgepompt), want het optreden doet qua energie niet onder aan een BOM-activiteit in de sportschool. De Noren maken een interessante combinatie van sludge, noise rock en doom, maar dan met de dansbaarheid van een new wave-band uit de jaren 1980. Blakend van enthousiasme springen de bandleden op en neer, waarbij ze menig luisteraar weten mee te krijgen.
De volgende band op het grote podium is Hermano, onder leiding van Kyuss’ leadzanger John Garcia. Dat een van de grondleggers van het genre samen met zijn band een indrukwekkend optreden zou neerzetten viel natuurlijk ergens te voorzien, en toch werden de verwachtingen overtroffen. De doorgewinterde stonerrockers spelen strak en energiek. Het Amerikaanse show-element zit er behoorlijk in – met veel gebaren en stoere gezichtsuitdrukkingen – en tegelijkertijd is het duidelijk dat de muzikanten het oprecht naar hun zin hebben. Ze spelen een paar nummers van hun nieuwe album, maar vooral oudere nummers, waar het publiek extra blij mee lijkt te zijn.
Zittend losgaan
Het laatste optreden in de grote zaal wordt verzorgd door King Buffalo, naar wie veel bezoekers – afgaande op de T-shirts en petjes van de bezoekers van het festival – het meest hebben uitgekeken. Door een blessure kan zanger/gitarist Sean McVay niet staand optreden, maar dat houdt hem niet tegen om een verpletterende show neer te zetten. Alleen al wanneer hij met krukken naar zijn bankje loopt, snel gevolgd door de bassist en de drummer, wordt de band vol enthousiasme onthaald. Ze spelen heerlijke stonerrock, waarbij ze hun wortels uit de blues aanvullen met doom-achtige passages. De rauwe, energieke nummers worden afgewisseld met atmosferische intermezzo’s, waarmee ze de bezoekers af en toe een adempauze gunnen. Lang duren die pauzes echter niet, en ze zorgen er juist voor dat de hardere nummers extra impact maken.
Sonic Whip was dit jaar wederom een zinderend succes. Het plezier spatte ervan af bij zowel de artiesten als de bezoekers. Waar sommige bands wat dichter bij de gemeenschappelijke wortels uit de jaren 1970 bleven, weken andere daar juist van af. Deze diverse line-up trok een gemêleerd publiek aan. En zowel de instrumentale bands (die er dit jaar meer stonden dan op eerdere edities van het festival) als de bands die wel zongen maakten duidelijk dat muziek op zich de lingua franca is – ongeacht herkomst, achtergrond of identiteit – en dat die het best live gesproken kan worden.
