tectonics festival2026 leaderbord
WaqWaq Kingdom feat. VJ Kalma @Rewire - (c) Sabine van Nistelrooij
Events

Rewire 2026: het verslag

Lars van der Miesen en Chris de Wit waren op een jubilerend Rewire Festival en dompelden zich onder in een bom experiment, muzikaal meesterschap, oh’s en ah’s en een kwak lente in hun gezicht. En lieten zich soms zo meevoeren dat ze hun staande ovatie te vroeg inzetten. Het ultieme verslag van een uniek festival in Europa.

Chris en ik waren het hierover eens: een inherent nadeel van muziekfestivals is de overweldigende hoeveelheid goeds die je in korte tijd krijgt voorgeschoteld. Een beetje festivalganger weet dan ook keuzes te maken en essentiële verwerkpauzes in te lassen. Voor ons recensenten is er ook een voordeel: festivals zijn bij uitstek de gelegenheid om het kunnen van artiesten direct naast elkaar te leggen; het ongefilterde publieksoordeel dankbaar meerekenend, te destilleren uit de hoeveelheid gedesinteresseerde weglopers of juist nietsvermoedende pretkoppen van bezoekers die toevallig in de zaal bleven hangen. Deze vijftiende jubileumeditie van Rewire was het laatste rijk en het eerste tot mijn genoegen vrij arm. Ik heb vijf staande ovaties geteld waarvan ik er twee zelf overtuigd inzette. (lmi)

Performen en vertolken

Bij het Abdullah Miniawy Trio op vrijdag ging ik uit enthousiasme zowaar te vroeg staan. En met goede reden. De muziek zelf is een intens melodisch gedicht begeleid door twee trompetten wiens muzikale motieven in de composities gelijk staan aan Miniawy’s strofes. Hijzelf vliegt duizelingwekkend snel door een breed scala Arabische zangtechnieken. Hoog, laag, met trillers of bijna roepend; het zijn tonale stromingen die telkens een ander perspectief uitvouwen. Die vorm weerspiegelt de hallucinante inhoud van zijn poëzie: een pauw en een dichter beelden zich in de ander te zijn en gaan in elkaars lichaam over om elk te mijmeren over het religieus essentiële hemel-helpaar. ‘A Peacock’s Dream’ is een ‘opera voor moslims’ in het Arabisch, maar Miniawy dist het zonder greintje vertaalruis op aan een hoofdzakelijk seculier publiek. Zijn podiumpresentie is daarbij zo ontzagwekkend dat het een voelbare extra laag over de muziek legt. Zijn persona is die van vertolker en werkt profetisch. Daarom wordt iedere noot door hem voorzien van een gebaar. Telkens als de trompetspelers hem overnemen, zwaait hij ze in. Hij kijkt onafgebroken omhoog, in contact met de kosmische energieën van zijn droom. Ik heb een artiest nog nooit zijn eigen muziek zo oprecht zien doorleven. Niets in zijn gezichtsuitdrukkingen suggereert ook maar iets van het performatieve dat onze contemporaine kunstwereld leidt. Dat is niet negatief bedoeld. Zelf-reflectieve en conceptuele kunst zijn even legitiem. Het is om aan te geven hoe uniek het is om in deze postmoderne tijden, op een westers continent, zo dicht bij een religieuze ervaring te mogen komen. De vergelijking met een praise and worship in een gospelkerk is onprecies. Het is wel mijn beste poging om de magische samenzang van het sluitstuk begrijpelijk te maken, want ja, we moesten meezingen. Een mantra. Eerst hij, dan wij en na ieder rondje gooit Miniawy zijn handen in de lucht en roept ‘Loud!’. Na vier rondes is alle schuchterheid bij ons verdwenen en onder deze extase loopt het trio af. Ik ben kapot.

Abdullah Miniawy Trio @Rewire - (c) Jan Rijk
Abdullah Miniawy Trio @Rewire – (c) Jan Rijk

Miniawy staat in schril contrast met Lucy Railtons vertolkingsdoelen op de zaterdagmiddag in de Koninklijke Schouwburg. Ook al geloof ik werkelijk in de potentie van conceptuele kunst, er zijn risico’s die zij en samenwerkingspartners Rebecca Salvadori (beeld) en Charlie Hope (licht) overzien. Vooral: krijg je je concept goed over? En even belangrijk: is het wel zo diep als je denkt? Niet dat Railtons volwassen, steriele kunstenaarschap slechte voedingsbodem is voor iets conceptueels. Haar innemende kalmte helpt mij aan het begin van het optreden: je hoort massief, weids machinegebrom; ze lijkt een vereenzaamde menselijkheid te midden van een dode technokosmos wanneer ze cello speelt. Dat gevoel komt over. Juist zodra het geheel vorm en woorden krijgt haak ik af. We zien haar een microfoon langs een speaker zwaaien, daarna verschijnt zijzelf als video op het scherm achter haar, waar we de zoeven op het podium vertoonde handeling terugzien, vergezeld van teksten als: ‘Time goes in repeated cycles’ en ‘Light spinning on its own axis’. De resulterende muziek is al minimaal, met amper hoorbaar suizen, zoals men kan verwachten van een microfoon die langs een speaker scheert. Het concept is ook niet meer dan de beschrijving die ik nu geef. Nihilisten zijn al snel met stomheid geslagen door het feit dat onze rationaliteit op zichzelf reflecteert en in die reflectie niets dan paradoxen ontwaart, maar hoe interessant is het voor je publiek om een paar quotes over de tegenstrijdigheid van tijd en licht te lezen, met achtergrondgeluid dat net zo goed van hun wasmachine had kunnen komen? Misschien was Railtons subjectieve ervaring van deze paradoxen heel diep, maar er is een verschil tussen diepte voelen en diepte effectief communiceren, dat je als kunstenaar niet mag vergeten. We kijken hier naar iemand die voornamelijk bezig is met zichzelf en net als een gesprekspartner die hoofdzakelijk over zichzelf praat, wordt dat al snel saai. Gebeurde er iets in of na die paradoxen dat we hadden moeten begrijpen? En zo ja, is het dan niet je verantwoordelijkheid als kunstenaar om dit gestalte te geven?
Gelukkig worden er ook nog expliciete verhalen op Rewire verteld. Het Britse Milkweed is evenveel delen vertelling als muziek. Gonzo (circus)-collega Tomas wijst tijdens onze nabespreking terecht op hun originele combinatie van folk in bruut jasje. Bij dit genre denken de meesten inderdaad aan iets bemoedigends, maar Milkweed vertelt gedetailleerd hoe een nieuwgeborene beestachtig gedood wordt door mededorpelingen. Deze en andere horrorverhalen uit Iers-heidense folklore komen op vrijdagavond voorbij. De vier bandleden zitten in een soort luisterverhaalopstelling, dicht om een tafel, uitgedost met gevarieerde instrumentaria die de scenes verklinken. Radioruis wordt tot aan snerpen toe gemanipuleerd, de banjospeler doet met versterkerfeedback het publiek de oren bedekken. Gecombineerd met incidenteel theaterspel en typisch folk getokkel ontstaat een dissonant stuk dat deze afgrijselijke folkloreverhalen meer dan recht doet.
Voor nog een artiest met belangrijk verhaal gaan we terug naar de Arabische wereld. Hier bieden Chris’ en mijn ervaring een goede synthese. Hij was bij het concert, ik bij haar presentatie op dezelfde middag. (lmi)

Voorkauwen en herkauwen

In de zaal van Theater aan het Spui staat een flinke groep mensen te wachten tot de Libanese Mayssa Jalad het podium betreedt. Ze toert door Europa terwijl haar land vanuit Israël volop gebombardeerd wordt. En dat is, zo zegt ze, nog moeilijker dan daar ter plekke aanwezig zijn. Zichtbaar geëmotioneerd licht ze zo’n beetje ieder nummer toe. Met op jazz geïnspireerde drums en soundscapes op de achtergrond, speelt ze hier en daar naar alternatieve rock neigende liedjes die gaan over het begin van de Libanese burgeroorlog, maar ook – in één geval – over de traumatische reis van een Palestijnse vluchteling, decennia daarvoor. Ze zingt een groot deel van de liedjes, zo legt ze uit, vanuit het perspectief van wolkenkrabbers en de mensen die vanuit die gebouwen strijd voeren en dat komt hard binnen. Alle aanwezigen zijn zwaar onder de indruk en geven haar een groot applaus. De hartverscheurende boodschap is overgekomen. (cdw)
Diezelfde middag tijdens het contextprogramma kwam Jalads boodschap minder over, omdat de geleverde context niet verder ging dan de beschrijving op de website, aangevuld met moraalridderschap. Ter verduidelijking: Jalad is een architecte en historica die de stilgehouden geschiedenis van deze groep wolkenkrabbers muzikaal van de vergetelheid redt en presenteert zichzelf dan ook als onderzoeker. Er is waarschijnlijk wel onderzoek gedaan naar hoe muzikaal te vertalen: uit de liedjes klinkt de nagestreefde verlatenheid van deze wolkenkrabbers, overwegend dankzij echo’s op Jalads stem, waar de percussie op meespeelt als meegevoerd door haar adem. Deze keuzes worden niet besproken. Andere keuzes lijken überhaupt niet wetenschappelijk voor iemand die claimt primair onderzoeker en architecte te zijn. Waarom het perspectief van de militie-indringers niet wetenschappelijk relevant is voor deze historica, spreekt impliciet uit het morele affect dat de gehele presentatie kleurt: deze indringers waren slechte mensen dus ze zijn geen deel van deze geschiedenis. Dat Jalad zich veelal heeft laten leiden door haar verontwaardiging over deze gebeurtenissen blijkt nogmaals wanneer ik haar vraag waarom ze er als architect voor heeft gekozen de gebouwen te verpersoonlijken en dus vermenselijken. Na wat gestotter streelt ze demonstratief over haar schouder en volgt een generalistisch verhaal over empathie. Wat wij volgens haar bij de muziek moeten voelen is duidelijk en natuurlijk terecht. Hoe haar jarenlange studie tot de muziek heeft geleid wat minder.
De lancering van het boek ter viering van Rewires vijftienjarig jubileum erna, toont interessante gelijkenissen. Er wordt inhoud beloofd maar oppervlakkigs herhaald. Iedere centimeter van het boek wordt besproken. Eén bijdragend ontwerper vertelt waarom vierkanten van verschillende afmetingen festivallocaties voorstellen. Dit sprak kennelijk niet voor zich. Ik durf er retorisch wel op aan te dringen: als de interpretatie van een werk wordt voorgekauwd, maar niet vragend wordt herkauwd, hoeveel context wil je dan als festivalbezoeker hebben? Moeten we muzikanten en boekontwerpers de expressieve kracht van hun kunst niet toevertrouwen en de woorden aan ons, of geheel weglaten? Of is Rewires contextprogramma inhoudelijk gewoon wat zwakjes? A fin, veel van de muziek op vrijdag was in elk geval ijzersterk. (lmi

Beeldenstorm

In de Grote Kerk bijvoorbeeld speelden Moritz von Oswald en The Hague Vocal Ensemble ‘Silencio’. Von Oswald was tijdens de jaren 90 met projecten als Maurizio en Basic Channel misschien wel dé spilfiguur in de Berlijnse dubtechno scene en heeft inmiddels een indrukwekkende lijst van uiteenlopende projecten op zijn naam staan. Vanavond lijken af en toe de melodieën van Sun Electric – waarmee Von Oswald’s muzikale partner Max Loderbauer ooit zijn carrière begon – de inspiratie te vormen. Instrumentale momenten wisselen zich af met secties waarbij het Haagse koor, verdeeld over vier verschillende plekken, een sinister element aan zijn muziek toevoegt. Alles sluit goed op elkaar aan en dat maakt dat het optreden, geholpen door de schitterende locatie, met een staande ovatie wordt ontvangen. (cdw)

Moritz von Oswald @Rewire - (c) Parcifal Werkman
Moritz von Oswald @Rewire – (c) Parcifal Werkman

Von Oswald en zijn Haagse koor werden door de kerk geholpen, maar JJJJJerome Ellis hielp zichzelf aan een kerk, waarmee ik bedoel dat hij haar toe-eigende als veilige haven voor zijn afgronddiepe verdriet, onverschillig tegenover publieksverwachtingen. Precies op het moment dat ik binnenkom in de Lutherse Kerk op vrijdagavond, scheert hij met zijn trompet langs mij en andere laatkomers heen — wij opgehouden bij de ingang door het tumult van zijn optreden. Volgens mij voelde geen van ons zich luisteraar, eerder indringer bij het anderszins intieme moment van een diep getroebleerde componist die niet meer kán optreden. Of Ellis speelt ergens achter de schermen in de kerk trompet terwijl hij onvertraagd doorijsbeert, of hij verschuilt zich op het balkon waar hij de juiste loops in zijn DAW selecteert om er terneergeslagen overheen te trompetteren. De muziek klinkt nooit af. Ellis hakkelt door op dezelfde zin die klaaglijk, ontechnisch en rauw uit zijn keel komt: ‘why should I feel alone?’ Hij kan de rest van de woorden voor dit lied niet vinden, herhaalt ze op een andere instrumentenpartij en verwaarloost op het einde alles maar voor zacht, uitluidend orgelspel. Ik weet nog steeds niet wat ik gehoord of gezien heb. (lmi)

JJJJJerome Ellis @Rewire - (c) Alex Heuvink
JJJJJerome Ellis @Rewire – (c) Alex Heuvink

Zowel qua optreden als visueel interessant is Oneohtrix Point Never, wiens albumcovers altijd dik in orde zijn. Hetzelfde geldt voor het minimalistisch ontworpen statische beginscherm, voorafgaand aan zijn optreden in Amare. Daarop staan de namen van Daniel Lopatin alias OPN en die van beeldkunstenaar Freeka Tet. Laatste draagt bijna evenveel bij aan deze geestverruimende, uiterst abstracte presentatie van geluid en beeld als Lopatin zelf. Veelvuldig komen er beelden voorbij van huiskamersettings waarop alleen hoogpolig tapijt, een televisiescherm en de onderkant van een deur te zien zijn. Samen trekken de twee artiesten hun publiek een vacuüm in; een andere wereld die alleen via Point Never te bereiken is. Af en toe valt de show even stil en klinkt er applaus. Eenmaal verschijnt er tegelijkertijd oud beeld van een optredende Lopatin en applaudisserend publiek op het scherm; het is een grappig moment waarop toeschouwers eraan herinnerd worden dat de show, voortbouwend op zijn recente album ‘Tranquilizer’, geen trip is, maar een optreden waar je zo weer uit kunt stappen. (cdw)

Oneohtrix Point Never @Rewire - (c) Parcifal Werkman
Oneohtrix Point Never @Rewire – (c) Parcifal Werkman

Ikzelf heb vaak te weinig oog voor videobeelden tijdens optredens, maar bij WaqWaq Kingdom op de zaterdag moest ik wel, omdat de griezelig stoere MC en danseres Kiki Hitomi zelf steevast naar ze was toegekeerd. Niet zoals Hulubalang de avond ervoor nog ongemakkelijk dansend deed, waardoor zijn stuiptrekkende noise-gamelan hybride voor mij alle angstaanjagendheid verloor, maar met een clownsmasker in Japanse stijl op haar achterhoofd. Het brute aandachtsconflict dat ze zo in mij teweegbracht duurde het gehele optreden, met geweldig effect. Drie druktemakers tuimelen met hun vakmanschap over elkaar heen. Allereerst DJ Scotch Rolex, wiens prettig gestoorde voorkomen nog meer kleur geeft aan zijn ongehoorde kruising tussen trap en Aziatische polyritmesecties die nog harder gaan dan hardcore en zo complex zijn als Meshuggah. Hij is hier op zijn top, door zijn bas-gefocuste muziek te verrijken met constant muterende tonale ritmes. Daarna Hitomi. Een ware gedaantewisselaar die al zingende, unheimische interpretatieve dans tentoonstelt op Rolex’ steeds stevigere percussie; dan een onvrijwillig ritueel met nietsvermoedend publiek inzet aan de hand van koordzwaaien en bloemblaadjes; dan haar OG-hiphoppersoonlijkheid met horrorsausje aanroept en de hele zaal dist. Tot slot VJ Kalma, die met bandana door kan als superschurk uit de Teenage Mutant Ninja Turtles. Eerst zien we oerwouden reduceren tot korrelige cgi-brijen; dan langzame, suggestieve beelden van de Japanse Geisha-periode die naadloos in Hitomi’s bewegingen overgaan; dan meer horrorspektakel passend bij de trapachtige finale. Het optreden is permanent onvoorspelbaar, maar volgt toch een logische progressie. Je voelt het verhaal meer dan je het snapt, maar wordt onophoudelijk vermaakt.

Tijdens WaqWaq Kingdom, direct na Los Thuthanaka’s optreden in de grotere zaal van het PAARD word ik ook aan het denken gezet (denk nogmaals aan het festival als uitstekende gelegenheid voor vergelijkingen). Er zijn namelijk twee belangrijke overeenkomsten tussen beide shows, maar de uitwerking is iedere keer anders. Beide acts spelen de originele versies van de liedjes in hun speellijst en zowel Hitomi als het Thuthanaka-duo zijn verkleed, maar in tegenstelling tot WaqWaq Kingdom, verveelt Los Thuthanaka me enigszins. Hun nagespeelde, titelloze album is mooi en innovatief, omdat het schaamteloos zonnige gitaarakkoorden combineert met dansritmes uit hun inheemse Andesgebied en bizarre samples tot iets tragisch feestelijks. Echter, het is repetitieve muziek die de artiesten op het podium niet aan het werk zet. Terwijl Hitomi haar verkozen outfit doet spreken door erin te dansen en mimen, staat gitarist Joshua Shiquimia praktisch stil, om in blauw feestpak zeven minuten lang de drie tot vier akkoorden van een nummer af te wisselen. De kleuren van zijn pak verbleken onder deze inertie en de simpele instrumentenpartijen geven het duo amper gelegenheid om hun muziek te belichamen. Scotch Rolex moet mixen, intikken en drummen om zijn complexe composities opnieuw te doen klinken. Thuthanaka’s muziek integendeel, is weinig meer dan drumloops; een laagje toetsen en een gitaarlijntje. Het ene nummer waar geen gekke samples op worden gebruikt, legt deze kale kern bloot. Natuurlijk moet wanneer ik dit zeg het transinductiedoel van de muziek niet over het hoofd worden gezien, maar daarvoor mist enige kracht. De sfeer in de zaal is warm, maar ik zie geen gehypnotiseerde luisteraars. Ik heb gekregen wat ik kon verwachten, maar vraag me toch af of Los Thuthanaka dit goed heeft aangepakt. De verbazing die bij WaqWaq Kingdom door de zaal ging was een voorbeeld van een onbekende act die de publieksverwachting overstijgt, in het geval van het Thuthanaka-duo zag ik overwegend fans die hun liefde voor het album verwarden met een goed optreden.

WaqWaq Kingdom feat. VJ Kalma @Rewire - (c) Sabine van Nistelrooij
WaqWaq Kingdom feat. VJ Kalma @Rewire – (c) Sabine van Nistelrooij

Naast VJ Kalma grijpt ook de VJ, maltdisney op zaterdag mijn aandacht door dansfilmpjes van TikTok achter Slikbacks rug om op het scherm te spammen. De jolige jersey club, jook en afro pasjes van anonieme TikTok-dansers steken heerlijk de draak met iets wat Slikbacks hardste nummers ooit zijn. Ik maak deel uit van de cirkel demonen uitdrijvende gekkies recht voor Slikback, maar ook achter mij wordt flink gedanst. Voor zijn clubgedrochten destilleert Slikback zonder enig residu de hardste componenten uit de hardste harddance genres om een ritmisch skelet op te dienen dat je aanzet tot een woede waarvan je niet wist dat je haar bezat. Nog voor alle pillen en snuifjes genomen zijn is het publiek al diep bedwelmd en Blawan moet nog. De change-over biedt adempauze maar geen ontnuchtering en ik word zo de volgende trance ingesleurd. Omdat Blawan technisch nog interessantere dingen doet leun ik wat meer terug om te luisteren.
Er zijn techno, bijna hardtek-secties waar hij de volledige vrijheid neemt met het uitstekend samengebrachte geluidspalet, vervaardigd voor zijn laatste album ‘SickElixir’. Dit vergt het uiterste van hem, met iedere seconde een andere knop die aandacht vraagt. Bonus voor wie reeds bekend met het album was is dat individuele geluiden meer ruimte krijgen, verlost van hun originele, drukke composities. Het onthult hoe rijk ze in elkaar zitten en wat een buitengewone geluidsontwerper deze man is. Ook ik was al bekend met het album, ik werd nog blijer van de delen waar Blawan deze liedjes waarheidsgetrouwer naspeelde. Hoe piepfris de techno ook is, hier heeft de muziek meer stuwkracht en de dansers winnen aan momentum, omdat ze meer richting geboden krijgen. Topsport is het voor beide partijen door het torenhoge tempo waarmee de stukken zich afwisselen. Het is onvoorspelbaar maar niet onsamenhangend, het is experimenteel maar blijft dansbaar. Van de drie dansvloergoden die ik deze avond beluister is Blawan ook voor de rustige hoofdknikkers het bezoek waard, met deze hoogst technische set.
De laatste dansvloergodin van die nacht is mi-el, ditmaal in de kleine zaal van het PAARD. Ik durf te wedden dat zelfs de meest uitgedokterde EDM-connaisseur hier moeite had het juiste genre te raden. Het beste van wat ik kan onderscheiden is een deel ruime, ronde dubtechno met een duistere impuls die de muziek van Hysteria Temple Foundation teniet doet. Verder een reeks nummers samengebracht door innovatief mixwerk: stabiel basgeweld wordt scherp afgemixt tegen tig varianten hoge afro percussie, waardoor je al aandacht verleggend een andere stemming op kan pikken. De rest is een extatische waas. De split in de mix wordt opgeheven, er komen middentonen terug en er volgt een genreblender waarbij ik niet meer heb meegeschreven. Bij elkaar opgeteld ben ik vier uur lang onophoudelijk aan het dansen gezet tijdens een clubnacht op Rewire die tal van anderen ruim overschaduwt. Het doet me nogmaals beseffen hoeveel muzikaal meesterschap er ieder jaar op Rewire bijeen wordt gebracht. (lmi)

Caterina Barbieri & MFO @Rewire - (c) Jan Rijk
Caterina Barbieri & MFO @Rewire – (c) Jan Rijk

Veteranen

In een drukbezochte Amare kijken de mensen reikhalzend uit naar de eerste optredens van het festival op donderdagavond. Niet gek, want het cultuurcentrum, wiens grote zaal uitgerust is met een geweldig geluidssysteem, is op dat moment nog de enige plek waar concerten plaatsvinden. Caterina Barbieri, vooral bekend van haar werk met modulaire synthesizers, krijgt de eer om met twee shows achter elkaar af te trappen. Het eerste optreden toont de relatief onbekende, uitgesproken orkestrale kant van de Italiaanse. Tijdens het eerste half uur is het aan zo’n vijfentwintig strijkartiesten, blazers, een pianist en een dirigent van ONCEIM (Orchestra of New Musical Creation, Experimentation and Improvised Music), die het hele podium vullen. Het optreden begint met een diep dronegeluid, geproduceerd door een groot aantal strijkers. Langzaam maar zeker neemt de dynamiek verder toe, waarbij voor steeds meer artiesten bescheiden solo’s zijn weggelegd. Na een korte stilte komt Barbieri eindelijk tevoorschijn. Onweerachtige geluiden schieten door de zaal en indringend eist haar abstracte, onaardse zang de aandacht op. De sfeer is spookachtig, maar niet zonder licht aan het einde van de tunnel. Dat gevoel van hoop wordt naar het einde toe ingelost; ONCEIM en Barbieri eindigen met een dosis positiviteit.
Een kwartier later is het tijd voor haar tweede set, in een voor haar doen meer gebruikelijke opstelling. Ze staat nu, omringd door rook, met een enorm zilveren sieraad om haar linkerarm achter haar synthesizer. Meer sporadische zang. Een aantal blazers en achtergrondzangers vergezelt haar halverwege de set. Toch vormen de typische Barbieri-momenten – baslijnen met hogere tonen – de hoogtepunten. Daarmee is het bijna techno wat ze maakt, een genre dat Suzanne Ciani en Actress even later verder uit zullen diepen.
De inmiddels 79-jarige Amerikaanse Ciani staat dan tegenover de ruim dertig jaar jongere Actress uit Engeland, aan een tafel vol apparatuur. Links van de twee staat een soort enorme gekantelde zonnebank die blauw licht de zaal in stuurt. Als geïnspireerd door het onweer van Barbieri, begint dit uitermate intense optreden met een gure storm. Hoewel de twee recentelijk het album ‘Concrète Waves’ uitbrachten, voelt dit optreden niet als een herhaling daarvan. De improvisatiefactor is groot, met veel ruimte voor onvoorspelbare, gehavende percussie en de in melodieën verpakte bleeps die in Actress gehele discografie terugkomen. Dat maakt het niet tot kakofonie. Het geheel blijft een vloeiende soundtrack passend bij de komst van goedaardige aliens die onze planeet komen verkennen. (cdw)
Minder bekend maar even doorgewinterd is Zeno van den Broek, vergezeld door een gemêleerd slagwerkensemble met de hypergetalenteerde leden van Les Percussions de Strasbourg en HIIIT (voorheen Slagwerk Den Haag), voor het holistische ‘Ways of [ ]’, waarbij mens en machine nieuwe, innige verbindingen met elkaar aangaan, die voorbijgaan aan de gewelddadige logica van commerciële kunstmatige intelligentie. De muzikale- en verbeeldende handelingen van deze mens-machinesymbiose zijn zo sprekend dat je dat eruit haalt en meer, als een metafysica en geschiedenis van de menselijke technologie in één. De ene helft van de symbiose bestaat uit een viertal percussierobots, welke veel weg hebben van pons- en stansmachines, maar voorzien zijn van reusachtige moederboards, waarop zich warmtemetingen, plasmaschoten, zelf-referentiële Tetris, drijfzand bits en andere ongrijpbare visuele programmeringen voltrekken. Verder zijn er de even machinale, mensmedespelers, met natuurlijk drums, maar ook bamboe, steen en metaal. Het is indrukwekkend een ensemble-lid een losliggend, flinterdun stuk bamboe haarfijn te zien raken, in het midden van die handeling het weggestuiterde stuk bamboe weer recht te zien leggen en er daarbovenop een hoogst irregulier ritme mee te horen spelen. De muziek zelf is tevens een genot. De ruimte-inzet is optimaal, zowel fysiek als binnen de composities. Er is sprake van constante, onmerkbare mutatie doordat steeds een ander ritme leidend is voor de overgangen. Daarbij moet je je oren spitsen want het is geduldige muziek. Maar opletten wordt beloond, dankzij een rijkdom die biologeert en voldoende wisselt. Visuele, muzikale en theatrale componenten worden als over het podium gesprenkeld en transformeren je aandacht tot zoeklicht. ‘Ways of [ ]’ is de perfecte demonstratie van wat een intellectuele, veeleisende benadering van muziek kan doen.
Iets later op de zondag in de Koninklijke Schouwburg zien we opnieuw de combinatie van visionair plus conservatoriumtalent, wanneer het Explore Ensemble Beatrice Dillons ‘Where Never’ voor het eerst speelt. Deze stukken zijn ook intellectueel en veeleisend en dat is grotendeels goed. Het eerste nummer is alsof je een kwak lente in je gezicht krijgt. De losse instrumenten klinken als strijdende intensiteiten die geduldig aan de seizoenswisseling bouwen. Het gespeelde is noch motief noch melodie, geeft als het ware de pure klankmaterie van de instrumenten weer. Als je muziek luistert, luister je feitelijk altijd naar lucht maar hier luister je naar de allerzuiverste variant ervan. Dat was in ieder geval mijn conclusie. Tussen de piano, cello, hobo en dwarsfluit was het laatste instrument het meest het uitlichten waard door de fluitist zijn unieke blaastechniek. Uit één ademteug haalt hij dwarrelende noten, gezuiverde lucht, een droge toon en een tremelo. Na de eerste kwak lente volgt een vijftal nummers die werkelijk allemaal als crisis klinken, waardoor ik snak naar een resolutie die uitblijft. Ik had meer geduld dan de aanzienlijke hoeveelheid weglopers, maar had ook als snob die wel wat aankan en ondanks initiële verrukking, begrip voor hun beslissing. Gelukkig waren er ook nog veteranen met lichtere kost. (lmi)
Wat zijn de leden van Tortoise grijs geworden, en ook: wat staan ze nog allemaal enthousiast te springen om een dikke show neer te zetten. John Herndon, vanaf het begin betrokken bij de band, danst enthousiast op de eerste grooves, die het begin van een uitgesproken vrolijk en funky optreden inluiden. Met twee drumstellen tegenover elkaar is het hard werken voor de leden, die zowel nieuw werk als catchy classics ten gehore brengen, waaronder het sublieme ‘Monica’ uit 2001. Even later worden er zelfs twee xylofoons tegelijkertijd bespeeld. De mannen uit Chicago mogen dan wat stram zijn, ze gaan er nog altijd volle bak voor. (cdw)

Pop en filmmuziek

Noodgedwongen onderbelicht in dit verslag (want minder in Chris en mijn straatje) is de opvallende hoeveelheid alternatieve pop dit jaar op Rewire. Op vrijdag was ik bij de eerste vijf minuten van feeo, om uiteindelijk toch naar JJJJJerome Ellis te sprinten, aangezien het begin mij een waarheidsgetrouw naspelen van haar ijzersterke album ‘Goodness’ deed vermoeden dat mij op dat moment minder boeide. Voor Ouri op zondagmiddag had ik ook in een dergelijk geval een uitzondering gemaakt. Binnen een dag was ik geobsedeerd en had ik alle liedteksten van ‘Daisy Cutter’ al in mijn hersenen gegraveerd, zoals bij de echte popartiesten gebeurt. Op dit album hoor je mistige, glitchy R&B met belletjes, synthesizers en warme pianoakkoorden die een overdadig instrumenteel landschap creëren waar Ouri’s stem elastisch tussendoor manoeuvreert. Haar flow is hyperbeweeglijk. Ze fluistert, huppelt staccato over haar beats heen en valt zo laat nog in de tel in dat het ritme op zijn kop voelt. Haar optreden voegt hier instrumentale verkenningen aan toe die de liedjes uitdiepen tot ware stukken. Als fan schaamde ik me een nummer niet meteen te herkennen, tot het geheel anderhalve minuut later gestaag transformeerde in de originele compositie. In deze muziek gaan gevoelens dichterlijk gesluierd om een muzikante en mens te impliceren met onuitputtelijke lust- en levenservaring. De introducerende woorden bij het laatste nummer ‘Young Thief’ – leerschool in hoe een tragische geschiedenis gevoelvol te suggereren – waren hiervoor het sprekende bewijs: ‘Ken je dat besef iemand die zo belangrijk voor je was nooit meer te zien? Dit liedje gaat over zo iemand.’ Ik zal Ouri heus nog wel zien, maar dit voor mij bijzondere moment was waarschijnlijk onherhaalbaar.
Mijn laatste concert op zondag werd verzorgd door het Cello Octet Amsterdam, Moor Mother en Shishani in de Lutherse Kerk met hun optreden, getiteld ‘Borrowed Time’. Moor Mother verbluft met gesproken woordpoëzie over haar noodlottige gebrek aan tijd. Zij en het octet transformeren hiervoor samen in de haast zelve. Ze blijft maar roepen dat er te weinig tijd is, of geen tijd, of haast, almaar haast! Het octet tokkelt hierbij beurtelings percussief dissonant als een op hol geslagen wijzer, terwijl ze in het Engels en Nederlands cijfers door de kerk roepen. Sommige cellisten pakken hun mobiele telefoon erbij om verschillende ingebouwde wekkergeluiden af te spelen. Het experimentele stuk is zo opzwepend dat je het publiek uit opgebouwde spanning hoort oh!’en en ah!’en. Een ander welkom experiment binnen het optreden is de originele samenwerkingsvorm aan het begin. Moor Mother zingt en dicht dan nog niet live maar weerklinkt uit de speakers, vergezeld door de ruis, straatgeluiden en kinderstemmen die zich hebben opgedrongen aan haar waarschijnlijk huiskameropnames. Het kwaliteitscontrast met de live cello’s heeft een rijk effect. Wat de cellisten spelen en wat Shishani daar later overheen zingt had voor mij een musical- en filmmuziekgehalte dat het avontuurlijkheidsstreven van Rewire wat minder paste.

Een volgroeid Rewire Festival

Kort terug naar het begin voor de conclusie: op de vrijdagmiddag tijdens de boeklancering wordt bedenker en initiator van het Rewire Festival, Bronne Keesmaat uitgenodigd om wat woorden te wijden aan het jubileum. In plaats van trots en lof klinken er een vanzelfsprekendheid en nonchalance uit zijn stem die alles behalve onverschilligheid uitdrukken. Zij vatten mijns inziens de volgroeide staat van het perfecte Rewire perfect samen. Rewire is vrij uniek binnen Europa, zoals ook hij op dat moment benadrukt en wordt Nederlands strak georganiseerd. Weer zijn woorden, geparafraseerd: het is hoofdzakelijk een medium voor onbekende muziek die anderszins moeilijk een podium vindt. Die mediale aard van het festival is bijna triviaal, toch onmiskenbaar en paradoxaal genoeg het benadrukken waard, door hoe vanzelfsprekend Rewire ieder jaar een bom experiment op Den Haag loslaat, zonder dat het festival en diens organisatie als zodanig daarbij op enig moment (negatief) aanwezig voelen. Misschien is het niet ieder jaar volledig je smaak, maar Rewires curatoren zijn onfeilbaar op de hoogte van wat er binnen het experimentele muzikale landschap de kop op doet en ik kan reeds na een zestal edities niet meer navertellen welke ik de beste vond. 2026 is een uitstekende kandidaat. Ons bezoekers en recensenten rest alleen nog de kracht van deze muziek. (lmi)

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!