Fat Dog
Men neme een deel (post-)punk, een deel in synthesizer gegoten klezmer, een deel EDM versneden met duistere rave banger en brengt het geheel goed geroerd samen in een spectaculaire livesensatie. Het vormt het tegenrecept van wat Fat Dog-frontman Joe Love in hun persbericht de grootste kwaal van veel hedendaagse muziek noemt, namelijk dat het zo vanille is. En dat recept heeft de band vooralsnog geen windeieren gelegd.
Puur op basis van hun (live)reputatie kwamen ze voor hun debuut ‘WOOF.’ bij Domino Records uit, die hun supersterproducer James Ford (Arctic Monkeys, Depeche Mode, Gorillaz) toewees. En met spectaculair resultaat. De eerste single ‘King Of The Slugs’ begint met een broeierige, door bas gedreven intro waarover frontman Joe Love uitbundig zijn door zelfspottende teksten begint te proclameren, om vervolgens in klezmer-synthesizers over te gaan en uiteindelijk in een naar gabber neigende ontknoping te belanden. Met vlagen voelt de band nog zoekende, met de minder geslaagde Auto-Tuneballade ‘Clowns’ en het opbouwende, maar tussen de rest van het album nooit echt van de grond komende ‘I Am The King’. Maar de hoofdmoot van het album is muziek die je naar een tot diep in de nacht doorvoerende rave ergens in een kleine donkere zaal brengt. Met de roes van ‘Closer To God’ die je tot hogere niveaus tilt en ‘Running’ dat als laatste nummer op het album (op een spoken word outro na) je nog even al je energie op laat gebruiken.
Fat Dog maakt muziek om bij los te laten. Als veel muziek vandaag de dag vanille is, dan is Fat Dog verrukkelijk hondenvoer.