Negen jaar. Zo lang liet het Portland-duo Visible Cloaks (Spencer Doran en Ryan Carlile) fans wachten op een nieuw soloalbum. Na het gelauwerde ‘Reassemblage’ (2017) volgden een samenwerking met Japanse ambient-pioniers Yoshio Ojima en Satsuki Shibano, en Dorans muziek voor de videogame ‘Season: A Letter To The Future’. Maar een echte opvolger bleef uit, totdat nu ‘Paradessence’ verscheen.
De albumtitel is geleend van schrijver Alex Shakar, die het woord bedacht als samentrekking van ‘paradoxical’ en ‘essence’: een concept voor dingen die aantrekkelijk zijn doordat ze tegenstrijdige kwaliteiten tegelijk belichamen. Koffie is zijn voorbeeld: tegelijk ontspannend en stimulerend. Het past Visible Cloaks als gegoten, want hun muziek heeft altijd geleefd van precies die spanning: organisch versus synthetisch, toeval versus controle, authentiek versus nagemaakt.
Op ‘Reassemblage’ was het onderscheid tussen akoestische en elektronische klanken nog duidelijk hoorbaar, want verwerkt materiaal bleef zijn oorspronkelijke karakter behouden. ‘Paradessence’ gooit het over een andere boeg. De grens vervaagt hier opzettelijk tot iets fascinerends en dubbelzinnigs. Harpachtige glissandi op ‘Swirl’ neigen naar granulaire synthese; het strijkwerk van Ioana Șelaru op ‘Intarsia’ klinkt zó verwrongen dat het amper nog als viool herkenbaar is.
Toch is de sfeer verrassend uitnodigend. ‘Balloon’ straalt sereniteit uit ondanks zijn schokkerige ritmiek. ‘Shapes’, waarop opnieuw Ojima en Shibano te horen zijn, golft van wolk naar wolk op volle akkoorden. Conceptueel laten Doran en Carlile zich leiden door het idee van ‘positieve ruimte’ van architectuurtheoreticus Christopher Alexander: de gedachte dat de lege ruimte rondom vormen net zoveel betekenis draagt als de vormen zelf. Dat hoor je: stilte is hier geen afwezigheid maar instrument.
‘Paradessence’ is een album dat je langzaam binnentrekt. Experimenteel in aanpak, melodieus in de kern, gedetailleerd en elegant van klank.