Sinds ‘My Life In The Bush Of Ghosts’ van Brian Eno en David Byrne en de opkomst van samplen als een strategie bij het componeren is het gebruik van bestaande opnamen om nummers op te bouwen gemeengoed geworden. De Berlijnse blazer en producer Pharoah Chromium heeft een album uit 1975 als uitgangspunt genomen om het lot van de Palestijnen in een muzikale context te plaatsen.
De oorspronkelijke opnamen komen van ‘Chants Révolutionnaires d’Oman’ van een Frans label met linkse sympathieën (opgericht in het roemruchte jaar 1968 met zijn studentenrevoltes). Het zijn gezangen van kinderen uit Oman en Iraanse studenten in Frankrijk. Pharoah Chromium heeft er zware ritmes onder gezet en laat trompettist Philipp Selalmazidis hoog opspelende lijnen door de muziek trekken.
Met name de openingstrack ‘Intro/Riah Ach-Chark’ en het daaropvolgende ‘Ia Jebel Sarfit’ roepen gevoelens op van onvermijdelijke doem. De kinderstemmen zijn ingebed in een dreigende achtergrond van snelle ritmes en koortsachtig kronkelende blazers, die hen regelmatig overspoelen. Je hoort ze naar adem snakken als ze even boven die woelingen uitkomen, in wanhopige pogingen zich te laten horen.
Het hele album klinkt als een langgerekte schreeuw om hulp. Het heeft een rauwheid die doet denken aan het werk van de Iraanse elektronisch componist Sote. Beluisteren is een indringende ervaring die je niet een-twee-drie van je af zult kunnen schudden.