‘Naïviteit (van het Franse naïf, dat kinderlijk, natuurlijk, eenvoudig, ongevaarlijk betekent) is een geesteshouding die gekenmerkt wordt door onbevangenheid, eenvoud, ongekunsteldheid en openhartigheid’, aldus Wikipedia. Die houding kan ook worden geïnterpreteerd als een gebrek aan wereldwijsheid of ervaring, waardoor iemand te goedgelovig, argeloos of onbevangen kan zijn en de werkelijkheid te eenvoudig of te rooskleurig beoordeelt. Op de tweede incarnatie van ‘Nieuwe Nederlandse Naïviteit’ lijkt het begrip eerder als een soort geuzennaam te worden omhelsd. Als een paraplu waaronder alles kan, zolang het maar Nederlandstalig is.
In The Guardian (!) notabene hebben ze het over ‘ludiek’ en worden de Provobeweging, Wim T. Schippers en de VPRO-serie ‘Jiskefet’ erbij gesleurd. Niet fout, maar het kan net zo goed allemaal als punk worden bestempeld. De rode draad is ongedwongenheid. De achttien nummers die Joost Weemhoff (zelf ook aanwezig met Slome Poema) bij elkaar sprokkelde etaleren dezelfde DIY-aanpak en pretentieloos dilettantisme als vele punkbands. Het draait om absolute vrijheid.
Stilistisch waait het alle kanten op: van onder andere minimal wave (De Kraters), postpunk (PROZA, het ironisch anarchistische van ‘Rellen Zonder Flikken’ van Morgen De Knoop), outsider pop (WitMist, Thor Kissing), gabber (Domtuig), (rammel)rock (Bolster, Jan Modaal), hoempapa (Mark Lotterman) tot pure ongein (‘Pasta Op De Grond’ van Marijn Beijer). Het ene nummer is al wat knulliger dan het andere, maar minder dan charmant is het nergens. ‘Nieuwe Nederlandse Naïviteit Vol.2’ laat zich dan ook knus nestelen tussen het werk van wijlen Ton Lebbink en de cultcompilatie ‘Gramschap’ uit 1987.
