Soms vraag ik me af hoe Ian Brennan zijn veldopnamen bewerkt voor hij ze uitbrengt. Op ‘Himba Hymn: Ghosts Of Namibia’s Skeleton Coast’ heeft hij looping gebruikt, schrijft hij. Maar de merkwaardige, elektronisch aandoende effecten die je hoort zijn volgens hem het gevolg van de manier waarop zangers hun hand voor de mond bewegen. Met zijn partner, fotografe Marilena Umuhoza Delli, was hij naar het uiterst dorre westen van Namibië gereisd om de Himba te documenteren. Dat ging niet helemaal zoals ze hadden gehoopt. De Himba zijn blijkbaar gewend aan toeristen, die graag foto’s komen maken van de topless vrouwen. Brennan vertelt dat ze zich ook tijdens hun bezoek kleedden zoals ze dachten dat van hen werd verwacht.
De meest indrukwekkende opname heeft hij meteen aan het begin geplaatst: mannen die de geluiden nadoen van een aanval van leeuwen op hun kudden: een onheilspellend grommen en de wanhopige paniek van hun prooi. Daarna wordt het erg vreemd. Het toeteren op een hoorn van een oryxgazelle vormt de inleiding voor sterk vervormde zang. Inderdaad een elektronisch timbre, maar ook een hoog smurfenstemmetje dat onder hoge druk lijkt te staan. Als de lippen beginnen te blubberen, rijst het vermoeden dat Brennan de opname versneld afspeelt.
Het mooiste (en laatste) stuk heeft de wrange titel ‘The Boers Do Not Have Mercy (They Kill, They Kill, They Kill!!!)’. Minder dan een minuut meerstemmige zang en handgeklap. Na een half uur is de plaat afgelopen. Zat er echt niet meer in?
