Gifanimegonzo3
The Necks @Cpunt:Duycker - (c) Ariel Alvarez
Events

The Necks in Hoofddorp: De balans, het uitdagen en het terugkeren

Pop- en rockliefhebbers zullen het de laatste tien of vijftien jaar in zwang geraakte verschijnsel ‘classic album concert’ kennen. Een muzikant of groep speelt – vaak een tournee lang – integraal een album waar men bekend mee is geworden. Ook het Australische trio The Necks kreeg ooit die vraag met betrekking tot hun debuut ‘Sex’ uit 1989. Daar kon dus geen sprake van zijn. Niet alleen speelt de groep nooit muziek die ze al op een plaat heeft gezet, maar bovendien is ieder optreden van begin tot eind geïmproviseerd. Zelfs als ze ‘Sex’ nog een keertje willen reproduceren, zouden ze geen idee hebben hoe ze dat zouden moeten aanpakken.

Zo is ook het concert dat de drie afgelopen donderdag in Hoofddorp speelden voor iedereen een verrassing, voor musici zowel als voor publiek. Tegelijk staat voor beide partijen vast dat ze bij de eerste gespeelde noten niet weten waar het stuk naar toe gaat. Maar er is vertrouwen, tussen de musici onderling – eigenlijk het allerbelangrijkste, heeft pianist Chris Abrahams in interviews al gezegd – en tussen groep en gehoor. Daarbij speelt het trio en dragen de luisteraars er door hun verbeelding aan het werk te zetten even hard aan mee om van die gespeelde noten ‘muziek’ te maken. Bij The Necks gaat het nooit om de ‘herkenning’, altijd om de ‘ontdekking’.

De muziek van de groep laat zich ook niet benoemen door er een genre-etiket op te plakken of de titel van één van de stukken van hun platen. Die spelen ze niet. Je kunt het alleen maar beschrijven, zoals je een nog niet eerder waargenomen dier- of plantensoort beschrijft.

In Hoofddorp begint pianist Abrahams met een kort, herhaald gespeeld motiefje. Slagwerker Tony Buck en contrabassist Lloyd Swanton luisteren aandachtig toe, totdat Buck na een kleine minuut in beweging komt en er een bijna onhoorbaar percussief dekentje overheen drapeert. Dat inspireert Swanton blijkbaar, want hij voegt een prachtig complementair baslijntje toe aan de melodie van Abrahams. 

The Necks @Cpunt:Duycker - (c) Ariel Alvarez
The Necks @Cpunt:Duycker – (c) Ariel Alvarez

Zo gaat het een tijdje door. De drie laten zich absoluut niet opjagen. Na een kwartiertje wordt de rolverdeling tussen de drie – in dit stuk althans – langzaam duidelijker. Abrahams laat zijn oorspronkelijke pianomotief tergend traag in diverse richtingen ontwikkelen. Buck bewaakt bijna stoïcijns het tempo en  Swanton lijkt het meest frivool door het ene moment met de strijkstok korte contrasterende accentjes te plaatsen en het volgende weer op prachtige wijze de harmonie te zoeken ten opzichte van Abrahams. Na pakweg een half uur wordt het totaalgeluid intenser. De verschillende klanken beginnen te interfereren en plotseling lijkt het geluid van menselijke stemmen boven de muziek uit te komen. Suggestie, vooral veroorzaakt door de wijze waarop Buck z’n bekkens bespeelt. En dan, na ruim veertig minuten, is het Abrahams die langzaam gas terug neemt waarna de anderen volgen, om na vrijwel exact drie kwartier de muzikale satelliet veilig te laten landen.

Zo doen ze dat nu al bijna veertig jaar en geen twee concerten zijn hetzelfde. Chris Abrahams (1961), Tony Buck (1962) en Lloyd Swanton (1960) waren al gepokt en gemazeld in de Australische jazz- en popscene toen ze in 1987 The Necks begonnen. Twee jaar later verscheen hun debuut ‘Sex’, een cd met één lange, geïmproviseerde track van 56 minuten. Sindsdien is de bezetting van de groep niet veranderd en de werkwijze op het podium evenmin. Het draait om balans en het vertrouwen in elkaar om die balans te durven uitdagen en tegelijk te behouden. Iemand speelt iets, iemand anders zorgt voor een minieme verstoring, waarna er een nieuw evenwicht wordt gezocht. Daarna volgt er een volgend stapje buiten de comfortzone, enzovoort. 

Het repertoire van The Necks wordt vaak als ‘minimal music’ bestempeld, en op het eerste gehoor zit daar zeker wat in. De groep heeft zelfs al diverse keren op het Minimal Music Festival in Amsterdam gestaan. Maar een wezenlijk verschil is dat stukken van minimalcomponisten doorgaans van de eerste tot de laatste noot als partituur zijn uitgeschreven. De musicus die aan zo’n stuk begint weet ook waar het eindigt. Dat is bij The Necks nooit het geval. Ieder concert is een trip in het onbekende. Het is niet de muziek die de musicus volgt, maar andersom.

Alleen bij het opnemen van de albums gaat het er iets anders aan toe. Die zijn weliswaar eveneens gebaseerd op improvisaties, maar soms vervolgens ook bewerkt. Dan worden er wat overdubs toegevoegd, soms elektronische instrumenten. Abrahams haalt er een enkele keer een Hammond bij of Swanton een elektrische bas. Als het zo uitkomt kan er zelfs een gastmuzikant uitgenodigd worden. De concerten zijn eigenlijk niets minder dan een artistiek ritueel. De ultieme ‘time based art’: ze zijn er voor de musici en het aanwezige publiek. Als het voorbij is, dan is het voorgoed voorbij – een enkele zeldzame live-opname daargelaten. Dan rest slechts de indruk die het nagelaten heeft. Een studio-opname op LP of CD is er echter om keer op keer opnieuw te luisteren. Dat vraagt een andere gelaagdheid en is daarmee ook een totaal ander medium. En ook op geluidsdrager herhaalt het trio zich allerminst. Als is het uitzonderlijk als stukken korter dan een kwartier duren.

The Necks @Cpunt:Duycker - (c) Ariel Alvarez
The Necks @Cpunt:Duycker – (c) Ariel Alvarez

Terug naar Hoofddorp, waar de groep in de grote zaal van het poptheater Duycker speelt. Er zijn stoeltjes en tafeltjes neergezet voor de pakweg zeventig bezoekers. Belangrijk, want The Necks onderga je niet zoals je een rockconcert ondergaat. Hoewel de keurige rij bij de ‘merch’-tafel in de pauze zich weer niet onderscheidt van die bij iedere willekeurige rockband.

De tweede set is anders. Ditmaal beginnen de drie vrijwel gelijk, met ieder een ander muzikaal verhaal. Drie verschillende stemmen, al kruipen die langzaam maar zeker dichter naar elkaar toe. Vooral Buck heeft een andere rol aangenomen en is met veel belletjes en rammelspul in de weer, terwijl Swanton op een gegeven moment minutenlang tremolo op de hoge snaar van zijn contrabas tokkelt alsof hij met een vlakgom in de weer is. Zeker het eerste kwartier is de muziek minder ‘dronend’ en meer verhalend dan voor de pauze.

Na pakweg twintig minuten nemen zowel tempo als volume toe. Tegelijk komt ook de harmonie van de eerste set weer terug, maar de dynamiek blijft anders. Ongeduriger. Ook nu lijken er uit de combinatie van klanken nieuwe geluiden te ontstijgen, ditmaal geen stemmen, maar blazers en soms zelfs strijkers. De drie lijken dit bijna magische moment vast te willen houden, want ze nemen meer tijd om terug op aarde te komen. Dan is het voorbij en past ook geen toegift of andere flauwekul. Slechts een ovatie.

Gezien: The Necks, do 3 sept, Cpunt / Duycker, Hoofddorp  

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!