Er zijn veel manieren om te improviseren: de klassieke jazzwijze, op basis van een standard. Maar ook het compleet tegenovergestelde, waarbij iedere vorm van gezamenlijk ritme of harmonie wordt vermeden. En talloze tussenvormen, zoals die van The Necks, die ieder concert vanuit het niets aan een gezamenlijke drone bouwen. SML, het kwintet uit Los Angeles, improviseert op dit derde album op basis van een spontane ‘groove’. Na op twee eerdere platen live-improvisaties te hebben gebruikt als basis voor uitvoerige studiobewerking, laat ‘Spontaneous Music Live’ de groep horen zoals ze eind vorig jaar klonken in de club Zebulon in hun thuisstad, zonder dat daar nog veel aan is gesleuteld.
Het platenlabel spreekt al van een ‘supergroep’. Laten we het houden op een ‘supergroep in wording’. Bassist Anna Butterss, saxofonist Josh Johnson en synth-speler Jeremiah Chiu zijn het meest nadrukkelijk aanwezig. Alle drie hebben ook aan de zijde van Tortoise’ Jeff Parker gespeeld. En in groepen met Makaya McCraven. Percussionist Booker Stardrum werkte reeds onder meer met Wendy Eisenberg, en gitarist Gregory Uhlmann was bij Perfume Genius te horen. Elke plaatkant telt één track van drieëntwintig tot vijfentwintig minuten.
‘The Drums’ begint met een percussieve, voortdurende baspartij, waar de anderen zich steeds nadrukkelijker omheen kronkelen. Vooral als saxofonist Johnson zich ermee bemoeit, ontstaat een heerlijke ‘groove’, om op pakweg driekwart een verrassende wending te maken. Op de B-kant is een eindeloos synthesizerthema van Chiu de basis, waarna de anderen hun weg zoeken, met wederom hoofdrollen voor Butterss en Johnson. Muziek die, behalve aan Tortoise, ook doet denken aan krautrock-experimenten van Can, Neu! en Harmonia. Maar vooral een album dat je de kans geeft om bij iedere beluistering een ander ‘klanklint’ te volgen en een nieuw avontuur te beleven.
