SANAM
SANAM speelt sluimerende, door jazz beïnvloede postrock. De titel van hun tweede album betekent “ik hoorde een stem”. In dit geval hoorde de Libanese groep de stemmen van oude dichters of schrijvers, waar ze veel van hun teksten op baseerden.
Daarnaast bewerken ze met ‘Hamam’ een Egyptisch volksliedje. Zo herinterpreteren ze en passant Arabische volksmuziek. Dat geldt zeker voor de melancholische zang van Sandy Chamoun. Bijvoorbeeld op ‘Goblin’, waar synthesizers ondersteund door sluiers hi-hat de melodie uitbouwen. Het album schildert een verlaten, nachtelijke sfeer, zoals de funky bas, zachte drums en een sprankeltje gitaar doen op ‘Habibon’.
Het samenspel van de band klinkt af en toe zo motorisch als krautrock dankzij de solide bas en drums. Op ‘Sayl Damei’ werken de synthesizer en een pluizige bas ook psychedelisch door à la Pink Floyd. Vaak minimalistisch ingesteld, maar rijk aan invloeden, schept SANAM zo muzikale vergezichten die verrassen. Het geraffineerde ‘Sametou Sawtan’ toont een band die hopelijk nog een mooie verdere reis voor de boeg heeft.