Weinig hypes hielden zo lang stand als die van Marina Herlop de afgelopen twee (!) jaar. Lang genoeg om de tijdspanne tot een nieuw album te overbruggen, voor de goede orde al haar vierde. Het wereldwijde succes die voorganger ‘Pripyat’ de Catalaanse opleverde, is deels het gevolg van een bovengemiddelde aandacht voor popproducten uit haar regio, maar Herlops ware (pop)potentieel komt pas echt boven op deze ‘Nekkuja’, een album dat ongetwijfeld door haar recente succes werd beïnvloed.
De herkenbare elementen met daarin centraal haar vocale acrobatieën, blijven zeer aanwezig, maar het geluid is in z’n geheel een stuk minder kwetsbaar en intiem geworden. Denk daarbij aan glitchy industrialklanken, dikke baslijnen of organische, veelkleurige klanklandschappen die schatplichtig zijn aan Björks ‘Utopia’. Meerstemmigheid is op deze ‘Nekkuja’ niet langer exclusief het gevolg van Herlops eigen loops, maar een productionele kunstgreep met veelvuldige overdubs. Het past goed bij rijk gearrangeerde nummers als het knappe ‘Cosset’ of ‘Babel’, maar ook het meer herkenbare ‘La Alhambra’ waarin Catalaanse fonetiek hoogtij viert. Herlops voorliefde om met auditief ongemak (of irritatie) van de luisteraar te flirten blijft ook op dit album behouden – zie ‘Karada’ en ‘Reina Mora’, met een centrale rol voor Herlops eerste liefde, de piano – en tot op zekere hoogte is dat hoe dan ook positief. Het wijst op een zekere compromisloosheid ondanks het duidelijke commerciële potentieel van deze popartieste. Doet denken aan een niet nader genoemde IJslandse grootheid, zou je zomaar denken.
Herlops verderzetting van haar stevige opmars levert in elk geval twee zekerheden op: fans van Björks nieuwere werk kunnen hier wel wat mee, en vooral: Marina Herlop wordt een hele grote. Dit is een puike, compacte, vernieuwende én ambitieuze popplaat. Herlop kan het allemaal.