Circuit des Yeux
Toen we Haley Fohr – Circuit des Yeux – interviewden voor GC#167, had ze net ‘-io’ afgeleverd, een plaat diep geworteld in malaise – de eenzaamheid van een geliefde te verliezen in Coronatijden. Maar net zo goed zat er persoonlijke triomf in: Fohr had van de Situatie gebruik gemaakt om werk te maken van haar lang gekoesterde droom om een orkestraal werk te maken: Fohr componeerde meticuleus een plaat voor dertienkoppig orkest.
De werkwijze voor deze ‘Halo On The Inside’ was radicaal anders: Fohr dook maandenlang in haar kelderstudio voor nachtelijke experimenteersessies met instrumenten waarmee ze niet vertrouwd was: pedalen, drumcomputers en synths, software die ze niet in de hand had; en de feedback en glitches die daaruit resulteerden.
Het instrumentarium mag dan radicaal anders zijn, Fohrs belangrijkste troef blijft natuurlijk die klok van een stem, waarmee ze elke geluidssituatie naar haar hand kan zetten. De plaat trapt groots af, met de heipaal-stomp van ‘Megaloner’, dat verder aan een verkruimelende baslijn genoeg heeft om indruk te maken. Met zijn wonky baslijn en heerlijk refrein is ‘Canopy Of Eden’ een geheide hit in elk rechtvaardig universum. ‘Skeleton Key’ is vervolgens met voorsprong de raarste ballad die we ooit hoorden: geschift verslavend spul.
Iets klassieker Circuit des Yeux krijgen we met het op een kapotte piano drijvende ‘Cosmic Joke’. Ook goed: het aardedonkere maar onweerstaanbaar dansbare ‘Truth’ en het daarop volgende ‘Organ Bed’, dat volstrekt ontspoort in koortsige breakcore met doldraaiende syntharpeggio’s.
Als afsluiter heeft Fohr het atmosferische ambientbadje ‘It Takes My Pain Away’ voorzien, als welgekomen soundtrack bij de onvermijdelijke vraag ‘wat de fok was dat?’