BIG|BRAVE
Het is werkelijk indrukwekkend hoe Big|Brave hun geluid steeds verder weet uit te puren. Maar wat het trio, met gastbijdragen van geluidsingenieur Seth Manchester en Melissa Guion (alias MJ Guider), op ‘OST’ brengt, is immens weergaloos.
Het idee achter ‘OST’ is de soundtrack te maken bij een nog te verschijnen film. Terwijl de beelden nog moeten worden bedacht en ingeblikt, bracht het vijftal een week door in de studio om, zonder verdere voorbedachte plannen, muziek te maken. Waarbij ieder vrij was een instrument te kiezen. Het brengt een speelsheid die het sérieux dat rond Big|Brave hangt, opfrist.
Aan de basis: een door Mat Ball (naast gitarist ook instrumentenbouwer) zelfgemaakt snaarinstrument gemaakt van oude pianosnaren die in de hal van de tattoostudio van Robbin Wattie rondslingerde. Dit instrument zindert en davert doorheen het album. Als vanouds bouwt Big|Brave trage en lage drones waarrond geëxperimenteerd wordt. Ditmaal zonder dat het verzandt in die verslavende hoge dosissen noise.
Het geluid blijft verrassend puur klinken. Geen distortie, overvloed aan elektrische gitaren of verstikkende feedback, maar zuivere resonanties. Titels lijken weinig bij te dragen want het enige wat verandert, is het Romeinse cijfer dat achter ‘Innominate Nº’ volgt. Stemmen zijn louter klanken. Op ‘Innominate Nº V’: een geluid schurend en scheurend, als metaal, als vingernagels op een schoolbord, een rotte cassettespeler die een laatste speelbeurt door spartelt. Dissonant. Abstract. Unheimlich en bevreemdend. En toch ook inpakkend. Vijfenveertig minuten lang waar tracks soms opvallen door hun te korte tijdsduur of net doordat het je bij je nekvel grijpt. Zoals het neuriën van Wattie op ”Innominate Nº VI’ dat je niet loslaat.
‘OST’ is verslavend. Een nieuwe luisterbeurt dringt zich op en doet je afvragen, wat kan Big|Brave hierna nog. Immer verbazend. Wegblazend.