GC #120 Abonnees Geluid Recensies

Ten tijde van hun debuut was A Clean Kitchen Is A Happy Kitchen (ACKIAHK) nog een studioproject van Craig Ward (dEUS, Kiss My Jazz, The Love Substitutes) en Geert – Butsenzeller – Budts (Traktor, Scale Sheer Surface, DAAU). Sindsdien is de band uitgegroeid tot een liveband, met Paul Lamont (Hitch) op bas. Het duo Butsenzeller-Lamont is een gemene ritmesectie die de wilde chaos van het debuut af en toe zowaar in een gemene groove dwingt, zonder dat het onbehaaglijke gevoel van gevaar achter elke hoek ook maar een seconde wijkt. Andere vaststelling: de op het debuut alom tegenwoordige waanzinsaxofoon van Craig Ward blijft op stal.
Opener ‘Innocence Fading’ is duidelijk een beginselverklaring: Wards gitaar fileert de amandelen uit onze keel, de ritmesectie gaat tekeer als een bende losgeslagen gekken op uppers en wàt er gezongen wordt kunnen we u niet vertellen, maar het is niet om te lachen. ACKIAHK gaat nog steeds niet voor airplay, wél voor het absolute plezier van onaangepast lawaai. Op ‘Patronise’ wordt vervolgens over een hoekige riff en een heipaalritme een aardig potje gegrunt (de hoesnota’s laten ons in het ongewisse, maar we gokken op Butsenzeller) en ‘Brown’ is een op hol geslagen kamikazetrein, die nét niet van de rails gaat. ‘Floyd Is Warped’ begint met een hoogst charmante opname van een oudere (Schotse?) dame, die plots in tongen begint te zingen. De riff die ACKIAHK eraan rijgen is aanvankelijk flinterdun, maar dusdanig aanstekelijk, dat er op concerten waarschijnlijk een collectieve whiplash op geheadbanged wordt.
Kant B, dan. ‘Yellow’ is Shellac-iaanse deconstructie, met een heerlijk losse anti-groove, waarover Craig Ward al zijn gitaardemonen uitdrijft. Wie Ward vooral kent van zijn poëtische bijdragen aan een paar dEUS- en True Bypass platen legt maar beter een verse onderbroek klaar.
‘The History Of Music: A Mosaic (Part 6)’ is een progsuite-from-hell, met sinistere koorzang, enerverende fluittoontjes, dan tòch die sax, en een hoop alle kanten opbotsende gitaarlijnen. Dolletjes!
Het afsluitende ‘Bedbugs’, is opgedragen aan de kroost van de drie bandleden. Als daar geen trauma’s uit voortkomen, worden het ongetwijfeld sterke persoonlijkheden, die kinderen.

GC #110 Abonnees Geluid Recensies

Craig Ward (The Love Substitutes, True Byspass, ex-dEUS), Butsenzeller (DAAU, Kapitein Winokio) en Paul Lamont (Hitch) vormen samen A Clean Kitchen Is A Happy Kitchen. Geen commerciële groepsnaam uiteraard, wel een zeer grappige, die wel een beetje aangeeft dat we het allemaal niet te serieus moeten nemen, ook hun acht minuten durende bijdrage niet. Die gaat namelijk alle kanten op, achtereenvolgend voornamelijk en niet allemaal tegelijk. Maar goed ook, want krautrockreferenties, zeer duidelijk herkenbare invloeden als Captain Beefheart, King Crimson en dan weer Shellac maken van ‘Molasses For The Masses’ eerder een luistertrip dan een mooi afgerond geheel. Het trio sleurt ons alle kanten van hun universum op en dat is verwarrend en spannend tegelijk. Silent Front is een Britse band die de keukenheren tijdens een trip aldaar ontmoetten. Dat is inmiddels zowat een jaar geleden en de toen geplande split is onderhavig ding. Phil Mann, Russell Whitehorn en Gareth Thomas leven in hetzelfde huis en hun band is hun leven. Twee songs dragen ze bij, die het furieuze van Shellac, Fugazi en The Jesus Lizard in zich verenigen. ‘Tactic A’ is een lekker opgefokte noiserocksong maar echt openbloeien doet de band met ‘Plunder’. Ze spelen de song alsof hun leven ervan af hangt en het resultaat is een verschroeiende parel aan het noiserockfront. Zeer geslaagde split aldus, die doet uitzien naar meer werk van beide bands.

GC #109 Abonnees Geluid Recensies

Hoewel ze niet vaak meer van de persen rollen, blijft het een mooi formaat: de 10”. Ideaal om op hoge toeren drie tot vijf nummers op te plaatsen, een mini-album. Op deze ep vinden we drie nummers terug. De eerste twee zijn afkomstig van het Britse Silent Front, een trio dat alles behalve stil is. In ‘Tactic A’ en ‘Plunder’ plaatst de band zich tussen de energieke emocore van At The Drive-In de staccato noiserock van Shellac. Daarmee doet Silent Front nog het meeste denken aan The Union Of A Man And A Woman. Mathrock, maar toch rauw en direct. Kant twee is minder direct en meer psychedelisch, maar ook hier staat noise centraal. In ruim acht minuten bouwt de Vlaamse band van Craig Ward (onder andere dEUS, Kiss My Jazz) en Bootsie Butsenzeller (DAAU) een absurdistisch huis van space-noise-rock. Alsof Trumans Water samen met Polvo een spacejam van King Crimson probeert te benaderen. Een fijne introductie van beide bands, die ondanks het grote stijl verschil perfect op elkaar aansluiten.

GC #103 Abonnees Geluid Recensies

Nu The Love Substitutes al een vijftal jaar in winterslaap zijn, moet Craig Ward andere kanalen zoeken om zijn noise-hart kloppend te houden. Samen met Bootsie Butsenzeller (in Antwerpen kent werkelijk niemand de échte naam van Geert Budts) en Ben Younes Zahnoun (o.a. Pawlowski en Rott Childs) is hij voortaan A Clean Kitchen Is A Happy Kitchen. De prijs voor de beste groepsnaam hebben ze daarmee alvast op zak. De muziek? Die is minder om te lachen. ACKIAHK serveert acht lappen powernoise, die klinken alsof Ward, Butsenzeller en Zahnoun ze ter plekke staan te improviseren. In werkelijkheid is er naar verluidt behoorlijk wat digitaal knip- en plakwerk aan te pas gekomen. Meestal gaan Ward (gitaar, sax) en Butsenzeller (drums) volledig loos, terwijl Zahnoun met loodzware, sludgy baslijnen de boel bij elkaar houdt. Géén easy listening dus, maar wie volhoudt, merkt al snel dat er méér aan de hand is dan loos geram. We horen splinterbommen van songs, die nu eens aan Lightning Bolt, dan weer aan Shellac herinneren. Ward neemt het merendeel van de vocals voor zijn rekening (de bio gaf geen uitsluitsel, maar achter de meer brullende vocals vermoeden we de stembanden van Butsenzeller). Op zingen betrappen we de Antwerpse Schot nooit, wél fluistert, hijgt en reutelt hij voortreffelijk de boel aan elkaar. Slechts twee keer gaat ACKIAHK op de rem staan, en wel in de Coleman-esque intro en outro van ‘Priss’. Aanradertje voor fans van onaangepast lawaai en iedereen die weleens ongenode gasten uit zijn huis wil jagen.
Rudy Trouvé, die andere Love Substitute, vormt, met onder meer Ephraïm Cielen, sinds enkele jaren zowat het huisorkest van het Leuvense muziektheatergezelschap Braakland/ZheBilding. In 2010 stelde hij – voor de voorstelling ‘Dwaallicht’, naar de gelijknamige novelle van Willem Elsschot – de groep Pasmans samen. De muziek van die voorstelling is nu ook verkrijgbaar op een plaatje. En dat plaatje blijft moeiteloos overeind zonder de bijhorende theatervoorstelling. Wie Trouvé kent als kamikaze-gitarist bij The Love Substitutes of van de cocktail-lofi van ’s mans solowerk, zal waarschijnlijk even moeten slikken bij de swingjazz- en doowop-passages op ‘Dwaallicht’. En wie zijn songtitels graag politiek correct heeft, is misschien niet gediend van een titel als ‘This Way Bloody Nigger’. Maar wie op zoek is naar een goede soundtrack om ‘Dwaallicht’ nog eens te herlezen, heeft met de gelijkgenaamde plaat een prima soundtrack. Compleet met de traditional ‘There’s A Tavern In The Town’ als afsluiter, net als in het boek.

GC #89 Abonnees Geluid Recensies

U heeft nog nooit van Butsenzeller gehoord? Dan bent u vast nog nooit in Antwerpen geweest. Of alleszins nooit van de as Centraal station – meir – kathedraal afgeweken. Da’s overigens geen schande. Laat ons u toch maar voorstellen aan Geert Budts – Bootsy – Butsenzeller. De man – tegenwoordig achter de drumvellen bij DAAU – overleeft al jaren hippe Antwerpse bandjes en zal ook toekomstige generaties trotseren. Vroeger solowerk van de man was behoorlijk freeform, maar op Natt gaat Butsenzeller voluit voor De Song. Budts moet zowat zijn hele telefoonboekje hebben opgebeld, want ‘Natt’ staat boordevol gaststemmen. Da’s nu eens aangenaam – “fijne mixtape sfeer!” – dan weer behoorlijk enerverend – “is dat hier een mixtape, of wat?”. Er is nachtclubjazz met een licht-verontrustende ondertoon (‘Muted Loudness’) Als Budts zélf aan het zingen gaat, komt hij ergens bij ijskoude industrial terecht (‘Sharp’). Dieter Sermeus (The Go Find) doet waar hij goed in is: zijdezachte en melancholische vocalen over een… Maar ‘Chemicals’ is onze favoriet: Tania Jooris klinkt als Hope Sandoval die aan de paardentranquilizers heeft gezeten, met op de achtergrond een nachtelijke oorlogssoundtrack. ‘Definition of Recognition’ stond ooit – volstrekt terecht – Op Mind The Gap 50: niet veel meer dan wat schijnbaar achteloos aangeslagen snaren en ruw zoemende elektronica, maar wél perfect in balans. Een pak minder te spreken zijn we over ‘Signature Required’. Geen slecht nummer, maar het gaat helemaal ten onder aan de grap: een soortement instructiestem zoals u er ongetwijfeld wel eens op de luchthaven gehoord heeft, kan haar manieren niet houden en gaat zelfs over tot een refrein. Eén uitschuiver dus, een paar degelijke en een paar uitstekende tracks. ‘Natt’ is nog niet Butsenzellers meesterwerk, maar in afwachting dààrvan, kunnen we hier wel even mee verder.