Zea kwartet met gasten - (c) Theo Molenaar
Events

Zea kwartet met gasten in het Bimhuis

Poëzie, daar begon het mee donderdagavond bij Zea in het Bimhuis. Omdat, zo citeerde gastheer Arnold de Boer bij aanvang de dichter en classicus Piet Gerbrandy, poëzie ‘taalmuziek’ is. Hij doelde daarbij op de dichters die hij deze avond als speciale gasten heeft uitgenodigd, maar het zou even goed kunnen gaan over zijn eigen werk als songschrijver, waarvoor hij zich nadrukkelijk door poëzie laat inspireren.

Gedurende de decennia dat ik inmiddels over muziek schrijf, word ik mij steeds meer bewust dat jazzpodia en -festivals een mooie traditie hebben opgebouwd als opvangplek voor muzikanten die wat genre betreft ontheemd zijn geraakt. Dwarse pop die niet aan de commerciële maatstaven van de poppodia voldoet, zoals Bazip Zeehok of Plan Kruutntoone. Eigenwijze composities die buiten het keurslijf van de klassieke muziek vallen, zoals de Wandelweiser-stroming. Allerhande elektronische muziek waarbij de ‘dancebeats’ niet centraal staan. Vreemde folkvarianten. Jazzpodia staan er opvallend vaak voor open. Als jazz reeds tweeduizend jaar geleden had bestaan, was Maria wellicht van Jezus bevallen in het Bimhuis van Bethlehem, in plaats van in een armoedige stal voor schapen.

Enfin, wellicht een wat forse inleiding bij de presentatie van het nieuwe Zea-album in het Bimhuis, maar het is weldegelijk veelzeggend dat Arnold de Boer juist daar zoveel ruimte krijgt om uit te pakken met zijn nieuwe project ‘In Lichem fol Beloften’.

Zea kwartet met v.l.n.r. Ineke Duivenvoorde, Arnold de Boer, Xavier Charles en Harald Austbø - (c) Theo Molenaar
Zea kwartet met v.l.n.r. Ineke Duivenvoorde, Arnold de Boer, Xavier Charles en Harald Austbø – (c) Theo Molenaar

Ooit, ruim een kwart eeuw geleden, was Zea nog een gewone rockgroep rond zanger, gitarist en songschrijver De Boer. Al was het met een excentriek randje. De groep dunde uit tot een duo en vervolgens rond 2009 tot een eenmansproject, precies in de periode dat Arnold tevens zanger bij The Ex werd. Vanaf dat moment, uitgerekend met het album uit 2011 dat heel toepasselijk ‘The Beginner’ heet, waaiert Zea muzikaal steeds verder uit. Er komt ruimte voor blues, folkinvloeden en later ook nadrukkelijk Friestalige liedjes. Er zijn samenwerkingen met pianist Oscar Jan Hoogland, cellist Harald Austbø en slagwerker Ineke Duivenvoorde. Met muzikanten uit het circuit van The Ex, zoals saxofonist Mats Gustafsson en klarinettist Xavier Charles. Met dichters als Tsead Bruinja. En met allerhande Afrikaanse muzikanten.

En nu, met het album ‘In Lichem fol Beloften’, lijkt dat allemaal samen te komen, inclusief de onmiskenbare verwijzing naar zijn jeugd door de Drumband Hallelujah Makkum, waarin hij zelf als zevenjarige zijn muzikale loopbaan begon, ook bij de plaat te betrekken.

Voordat Zea en de drumband echter het podium op komen, wordt het geduld en concentratievermogen van het publiek in het volle Bimhuis nog even op de proef gesteld. Sanem Kalfa en Mischa Andriessen houden elkaar delicaat in evenwicht met zang en woorden. Hetzelfde doen Annelie David en Michelle Samba met woorden en percussie, waarna de percussioniste op het podium blijft om samen met klarinettist Xavier Charles en pianist Oscar Jan Hoogland onbekend improvisatielandschap te betreden.

Impro met v.l.n.r. Oscar Jan Hoogland, Michelle Samba en Xavier Charles - (c) Theo Molenaar
Impro met v.l.n.r. Oscar Jan Hoogland, Michelle Samba en Xavier Charles – (c) Theo Molenaar

Na een korte pauze is het tijd voor ‘In Lichem fol Beloften’. De vleugel heeft plaats gemaakt voor de vijftienkoppige drumband. Het album wordt vrijwel integraal gespeeld. Alleen de stukken ‘Pine en Tiid – I’ en ‘II’, die op de plaat losgekoppeld zijn, sluiten in het Bimhuis fraai op elkaar aan met vocale gastrollen voor de drumbandleden Esther Hoekstra en de piepjonge Falco de Boer.

De niet op een muziekstijl vast te pinnen sfeer van het album krijgt door de fysieke aanwezigheid van Hallelujah Makkum nog een extra dimensie. Het nummer ‘De Fûgel’, gebaseerd op een verhaal van het Centraal-Afrikaanse pygmeeënvolk kende ik reeds in andere Zea-versies, maar lijkt nog steeds te groeien. En klarinettist Xavier Charles en cellist Harald Austbø proberen elkaar te overtroeven in het laten klinken van de perfecte vogelzang vanuit hun instrument.

Zea kwartet met gasten - (c) Theo Molenaar
Zea kwartet met gasten – (c) Theo Molenaar

Arnold de Boer met Drumband Hallelujah Makkum - (c) Theo Molenaar
Arnold de Boer met Drumband Hallelujah Makkum – (c) Theo Molenaar

De nummers zijn melodieus en toegankelijk, zonder te wortelen in de Anglo-Amerikaanse poptraditie. De Boer leidt alle liedjes in, soms met een korte vertaling, waardoor het Fries plots helemaal niet meer zo onverstaanbaar is. ‘Komt ien an’ is een gedicht over erbarmen en compassie, met name ten aanzien van vreemdelingen, en ontleend aan een tekst van de Duitse, voor de nazi’s gevluchte dichteres Nelly Sachs. En zo actueel dat het gloeit. Elders – ‘De Dea’ – blijkt dichteres M. Vasalis de inspiratie.

De balans binnen het Zea kwartet, met naast De Boer, Charles, Austbø en Duivenvoorde, is subtiel. Met De Boer en Duivenvoorde als een soort ritmesectie, waarbij dan de klarinettist en de cellist om beurten het melodiethema spelen of juist een heel vrije en niet zelden ontregelende rol krijgen.

Zoals al gezegd valt de muziek van Zea, zowel solo als in de huidige kwartetvorm, amper nog bij een bestaand muziekgenre onder te brengen. Een combinatie van akoestische gitaar, klarinet, cello en percussie, dat kan even goed een kamerensemble als een jazzformatie, folkgroep of rockband zijn. En Zea blijkt het allemaal in zich te hebben. Ontheemd in het commerciële muzieklandschap, maar een baken voor wie zich graag laaft aan eigenzinnigheid.

Gezien: Zea kwartet met gasten. Do. 5 feb 2026, Bimhuis, Amsterdam.

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!