Richard van Kruysdijk houdt van klanken die als lood op je gemoed drukken, al giet hij die wel in ritmes waar je op zou kunnen dansen. Dat deed hij al in de muziek die hij schreef voor dansvoorstellingen van Scapino en in een drietal cd’s die hij uitbracht onder de naam van Cut Worms (die hij moest opgeven omdat er in de VS ook al een artiest die naam gebruikte). Hij heeft nu de naam Fake Youth Cult aangenomen, waarmee hij eind vorig jaar de ep ‘Discipline’ uitbracht.
Onlangs verblijdde hij de wereld met ‘White Light/Black Noise’, een verre echo van ‘White Light/White Heat’ van The Velvet Underground. In nog geen half uur sleurt Van Kruysdijk je bij je oren door een apocalyptische onder- en bovenwereld van verwrongen metaal en gebroken beton. De omgevingen die hij bouwt zijn uitgesproken duister. Hij deelt mokerslagen uit waar een sloopkogel intens gedeprimeerd van zou raken. Niet voor niets verbeeldt de hoes, die in een eerste oogopslag uit grafische lijnen lijkt te bestaan, scheef hangende ingestorte flatgebouwen. Er spreekt het zonnige optimisme uit waar de werken van Franz Kafka en J.G. Ballard van doortrokken zijn, en dat prima past bij het van regen doordrenkte voorjaar dat we meegemaakt hebben.
Dystopische muziek die in je kop rondbonkt, en ronddanst als een op hol geslagen kobold. En die uitmondt in een dolgedraaid mechanisme. Er zit maar een ding op: dansen tot de vergetelheid erop volgt.