De Amerikaanse Wendy Eisenberg is de afgelopen tien jaar onder liefhebbers van avant-gardistische gitaarmuziek al een behoorlijke ‘household name’ geworden. De gitariste uit Boston, inmiddels halverwege de dertig, onderscheidt zich door even gemakkelijk puur abstracte improvisatie in de traditie van pionier Derek Bailey te spelen, als zich te presenteren als alternatieve singer-songwriter. Daarbij is zij ook een bruggenbouwer tussen generaties, bijvoorbeeld door deel uit te maken van het gitaarkwartet van zestiger Bill Orcutt – met verder de veertigers Ava Mendoza en Shane Parish – en het experimentele Squanderers met de veteranen Kramer en David Grubbs.
Dit nieuwe album, dat haar eigen naam als titel heeft, blijkt de perfecte balans te zijn tussen het zoeken naar muzikaal avontuur en pure pop. Een soloplaat waarop Eisenberg, behalve gitaar en zang, ook synthesizer, bas, piano en arrangementen voor haar rekening neemt, maar zich daarnaast muzikaal laat bijstaan door onder meer levenspartner Mari Rubio op strijkinstrumenten, bassist Trevor Dunn en voormalig At The Drive In-slagwerker Ryan Sawyer. Het resultaat zal door haar hoge zang een enkeling herinneren aan Kate Bush, waarbij een ander er ongetwijfeld de rijke arrangementen van Van Dyke Parks bijhaalt en een derde direct de invloeden van gitarist John Fahey hoort. En ze hebben natuurlijk allemaal gelijk.
Maar los daarvan schreef Eisenberg voor dit album vooral prachtige liedjes, zoals het openingsnummer ‘Take A Number’, het mysterieuze ‘Vanity Paradox’ en het diep in de countrytraditie gewortelde ‘Will you Dare’, die zich eenmaal in het hoofd genesteld onmogelijk nog laten verdrijven. Dat ze acht jaar geleden een duwtje in de rug kreeg van John Zorn zal ongetwijfeld geholpen hebben, maar het is toch vooral het immense talent van Eisenberg zelf dat we hier horen.
