Tortoise_Touch_Cover
Geluid

Touch

Tortoise

Het is niet overdreven om het Tortoise van de jaren 1990 net zo invloedrijk te noemen als Pink Floyd een kwart eeuw eerder. De band uit – toen nog – Chicago stond aan de wieg van wat ‘postrock’ zou gaan heten. Tussen 1994 en 2006 verscheen er pakweg om het jaar een nieuw album waarop de band ‘sophisticated’ muziek speelt die het begrip ‘instrumentale rock’ moeiteloos ontstijgt.

Voortdurend zoekend naar manieren om bijna mathematische structuren toch organisch te laten klinken. Voordat ze Tortoise begonnen, speelden de afzonderlijke bandleden al in totaal verschillende bands. En vanaf pakweg 2010 ging ieder ook weer zijns weegs en kwam de groep alleen in 2016 nog bijeen voor een gezamenlijk album. En nu, bijna tien jaar later dus wederom.

Wat vooral opvalt aan de tien stukken op ‘Touch’ is de perfectie. Hier is geen club muzikanten te horen die na zoveel jaar weer bij elkaar gaat zitten met een kratje bier en er een middagje op los speelt. Dit lijkt meer op ‘rocket science’ of hartchirurgie. Nog altijd hetzelfde instrumentale uitgangspunt, maar veel meer gefocust. Al het ‘zoeken’ is buiten het album gelaten. Iedere noot in ieder van de tien stukken valt op z’n plek. Toch klinkt de plaat niet steriel, wat misschien nog wel het meest wonderbaarlijke is.

Er is sprake van een uitzonderlijke symbiose van elektronica en traditionele instrumentalisten – waarbij gitarist Jeff Parker het meest in het oor springt. Destijds, op de vroegste albums, speelde elektronica nog slechts een geringe rol. Hoewel alle vijf bandleden als producer genoemd worden, lijkt vooral John McEntire hier een flinke hand in gehad te hebben.

‘Touch’ is een album dat z’n kracht uiteindelijk ontleent aan subtiliteiten op de vierkante millimeter.

Tortoise_Touch_Cover

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!