Het Antwerpse Summer Bummer festival blies op 28, 29 en 30 augustus tien kaarsjes uit. Drie dagen in plaats van de gebruikelijke twee, want verjaardagen dienen gevierd. René van Peer en Stijn Buyst trokken naar Trix om verslag te doen van die jaarlijkse viering van de vrije muziek.
HxH
Lester St. Louis zullen we wel nooit los kunnen zien van zijn bijdrage als cellist aan de laatste platen van jaimie branch’ Fly Or Die kwartet, waar hij met veel schwung de plek van Tomeka Reid innam. Branch stierf in 2022, in de week voordat Summer Bummer plaatsvond, en sindsdien werd ze elk jaar op Summer Bummer herdacht. Sowieso spreekt master of ceremonies Guy Peters elk jaar minstens één keer over branch, en dit jaar klonk tussen de concerten op het grote podium regelmatig werk uit de ‘Fly Or Die’-reeks.
Hoewel branch nooit op Summer Bummer stond, speelde ze wel haar eerste Belgische concert in de Oorstof-reeks van organisator Sound in Motion, in een adhoc-kwartet met Dave Rempis, Ingebrigt Håker Flaten en Tollef Østvang.
Maar over naar HxH, St. Louis’ duo met trompettist Chris Williams, die al samenspeelde met Gonzo-alumnus DeForrest Brown, Jr., Eyvind Kang, Patrick Shiroishi, Wendy Eisenberg en Pink Siifu.
Het laptopduo trapt af met zacht knisperende ruisklanken en ongemakkelijk aanvoelende frequenties, af en toe opgeblonken met zachte delay, en onbestemde klanken – op een bepaald moment klinkt het alsof er wind onder de vleugel van de piano blaast, die aan de zijkant van het podium opgesteld staat. Gaandeweg introduceert het tweetal diepere frequenties en komt er meer beweging in de set, met onbestemde samples en fabriekshalgeluiden… Een pulserende klank geeft een eerste suggestie van ritme, gevolgd door knetterende statische elektriciteit en een onregelmatig basdrumpatroon. Heel even haalt Williams zijn trompet boven, met effecten bewerkt. Al die tijd is het volume ongemerkt omhoog gegaan. En dan, in de finale, keert de rust terug en schuift ongemeen langzaam en zacht een vrouwenstem in de mix. Het duurt even voor we het doorhebben, maar naarmate het volume omhoog gaat, daalt het besef in naar wie we aan het luisteren zijn. Wanneer de stem “The I is not really us, but just a part of us” zegt, zijn we zeker: jaimie breezy branch, godverdomme, welkom thuis!
Later op de avond zien we St. Louis Trix verlaten mét een cello op zijn rug. Hij had die bij voor het geval dàt, maar had het instrument niet nodig om de set tot een goed einde te brengen. Dit duo had genoeg aan twee laptops, een streepje trompet, en jaimie.
Steve Baczkowski – Brandon Lopez
Onmiddellijk daarna krijgen we saxofonist Steve Baczkwoski (speelde met Bill Nace en Chris Corsano) en bassist Brandon Lopez (Amirtha Kidambi’s Elder Ones, Weasel Walter Large Ensemble, Jooklo Trio). De twee spelen ook regelmatig samen in Lopez’ trio en kwartet, en dat liet zich horen in het samenspel.
Lopez is volstrekt uniek op contrabas, nu eens dronend, dan weer hoekig of aan de slag met vingervlugge trillers, als tegenhanger voor Baczkowski’s lange, klagende uithalen. Op andere momenten speelt Lopez dusdanig heftig, dat je – met gesloten ogen – wel naar een elektrische bas lijkt te luisteren. Maar stilte is net zo belangrijk voor het duo als tempeestend raggen. Lopez heeft voor elke situatie een pasklare oplossing: wanneer Backzkowski een quasi-lyrische saxlijn lanceert, mikt Lopez er een simpel walkingbass-motiefje onder.
Ook Backzkowski is een even veelzijdige als unieke speler. Nu en dan gebruikt hij een metalen ‘demper’, die zijn saxklank blikkerig schel maakt, dan weer ratelt hij kwakende drones in zijn mondstuk, of tovert hij en mooie micromelodie tevoorschijn, terwijl Lopez zijn bas als drum gebruikt. Aan het einde van het concert haalt Backzkowski een Egyptische mizmar tevoorschijn, die hij van een sax-riet heeft voorzien, waardoor het anders klinkt dan het traditionele instrument. Een vroeg hoogtepunt.
The Art Ensemble of Brussels
The Art Ensemble of Brussels, dan, het – jawel – Brussels collectief van Lázara Rosell Albear, Peter Jacquemyn, Sofia Kakouri, Jan Pillaert, Pierre Michel Zaleski, Eva Rose Thys, Mbunga Kongi Milka moest het vanavond zonder de zieke Audrey Lauro stellen, maar bracht wel danseres Yipoon Chiem mee. Met een bass-heavy opstelling – Jacquemyn op contrabas, Eva Rose Thys op basgitaar, Pillaert op tuba. Daarnaast twee pockettrompetten, vocale acrobatische sparringsessies – inclusief keelzang door Jacquemyn en Zaleski – veel dans met nadruk op onderlinge aanraking, met Chiem die op een bepaald moment op de toog van het café belandt en muzikanten die onstage, tijdens het musiceren gemaquilleerd werden was dit een ritueel gesammtkunstwerk, waarbij het publiek nauw betrokken werd, dankzij de intiemere setting van het cafépodium. Voor de finale schakelt de hele bende eerst over op frontstage potten- en pannenpercussie, gevolgd door een rondgang doorheen het publiek met boeddhistische (?) klokjes. (sb)
The Handover
Summer Bummer is een festival van contrasten. Dat blijkt eens te meer wanneer The Handover in de grote zaal optreedt na het doldrieste, lichtelijk anarchistische The Art Ensemble of Brussels. Organisator Koen Vandenhoudt besluit om een pauze van zeker tien minuten in te lassen. ‘Die zijn toch meer zen,’ laat hij weten. En dat klopt. Toetsenspeler Jonas Cambien uit België en Egyptenaren Aly Eissa op de oud (Arabische luit) en Andrew Nasser op viool bouwen hun set in alle rust op. Het ritmische patroon dat Cambien een groot deel van het concert volhoudt, vormt de ondergrond vanwaaruit Nasser en vooral Eissa hun geïmproviseerde zwerftochten ondernemen. De meanderende melodieën sluiten aan bij de Egyptische achtergrond van de twee snarenspelers. In een uur tijd werkt het drietal steeds toe naar een hoogtepunt, om dan weer gas terug te nemen en opnieuw de spanning op te drijven. Nasser geeft dat een enkele keer nog extra nadruk met spits staccatospel. Waar westerse gitaristen hun voldoening en gerief proberen op volle snelheid te halen in de hoogste regionen van hun instrument, verkent Eissa liever de diep resonerende mogelijkheden in het laag. Daarmee roept hij een sfeer van bespiegeling op die ook in stand blijft wanneer hij het hogerop zoekt. Cambien blijft stoïcijns zijn patroon spelen, hinkend tussen grondtoon en octaaf, tot hij zijn maten op sleeptouw neemt in toenemende versnelling, en zich losweekt uit zijn bescheiden rol in een dolle solo. Hij gaat de hoogte in met een doordringend nasaal geluid. Het is muziek om op weg te dromen, al zullen die na verloop van tijd beelden voor je geestesoog laten verschijnen van grote snelheden en woeste, halsbrekende duikvluchten. Na deze tuimelingen geraken de drie terug in kalm vaarwater en laten ze hun instrumenten rustig uitlopen tot stilstand, al gauw ingehaald door een enthousiast applaus. (rvp)
Teip Trio
Van The Handover belanden we rechtstreeks op een heel andere trip in het café. Het Noorse Teip Trio bestaat uit klarinetist Jens-Johan Francis Roberts en twee gitaristen – Nicolas Leirtrø (I Like to Sleep) en Arne Bredesen. Bij aanvang van het concert leggen de gitaristen langgerekte atmosferische geluidsgolven neer, waarover Roberts mooie klarinetklanken drapeert. Ons notitieboekje is vaag en spaarzaam, omdat we op dat moment ergens achteraan het café staand op een barkruk balanceren, maar de notitie “onderwater-vibes” is duidelijk leesbaar. Gaandeweg wordt de sfeer heftiger, met Nicolas Leirtrø die zijn instrument teistert met behulp van een schroevendraaier en daar rauwe noise uit puurt. Volgen nog: percussief-pulserende gitaren, extatische slide-uithalen en meditatief-krullende klarinetlijntjes. Beide gitaristen bedienen zich ook van strijkstokken, waarbij de haren van Bredesens gitaar halverwege de set al aan gort hingen. (sb)
Craig Leon – Cassell Webb
Vervolgens is het de beurt aan Craig Leon en Cassell Webb die een overzicht bieden van ‘The Anthology of Interplanetary Folk Music’. Het is alweer zes jaar geleden dat het tweede deel uitkwam. Dat kreeg het jaar daarvoor een voorbeschouwing bij Summer Bummer. Dit jaar presenteren Leon en Webb nummers uit de eerste twee delen en stellen ze het derde album voor, met kleurige filmprojecties op een groot scherm. Het uitgangspunt voor deze Anthology is tweeledig. Enerzijds is de titel ontleend aan ‘Anthology of American Folk Music’, een verzameling van 78-toeren platen die in de zeven jaar voor de beurskrach in 1933 commercieel uitgebracht werden in de Verenigde Staten. Anderzijds ging Leon uit van een mythe van de Dogon uit Mali die een bezoek suggereert van buitenaardse wezens, de Nommo’s, aan hun volk. Het is een idee dat resoneert met de film ‘2001: A Space Odyssee’, waarin een buitenaardse beschaving de ontwikkeling naar de moderne mens in gang zet. Deze Nommo’s zijn gebonden aan water. Dat is te horen en te zien in deze presentatie, opnieuw een première voor Summer Bummer.
Gezeten achter laptops en een mengpaneel geeft het tweetal een indruk van de evolutie die de mensheid doormaakt. De projecties zijn in het eerste deel al even vervreemdend als de klanken. Langgerekte maskers omgeven door stralenbundels van de wezens die een goddelijke status hebben, gevolgd door landschappen in uitzonderlijke kleuren en watervallen. Heftig stuiterende ritmes die orgelklanken stutten. Het tweede deel, ‘The Canon’, ziet een terugkeer naar het water, een ontsluiering van de wereldbol en een ei waaruit aanvankelijk de dubbele helix van het DNA ontsnapt en vervolgens allerhande dieren, en mensen. Uiteindelijk zie je steeds grotere groepen die naar een rotsformatie lopen nadat de kennis van de Nommo’s zich over de planeet verspreid heeft. De muziek heeft zich een stap verder ontwikkeld. De verdeling tussen ritme en melodische klanken is verschoven. Voor het eerst is er zang te horen. Synthesizerakkoorden waaieren uit in brede golven. Ritmes zijn minder primair, gelaagder. Datzelfde geldt de muziek. Melodische lijnen komen los, draaien om elkaar heen in gracieuze danspassen.
In het derde deel, ‘Nyphos’, zijn veelkleurige bouwwerken en cirkels met symbolen te zien, die vervloeien tot onherkenbare vormen, als in vloeistofprojecties. De muziek is verder geëvolueerd. Bassen reiken steeds verder de diepte in, verruimen. Fluiten en aangeslagen snaren worden hoorbaar. Anderzijds komen elementen uit het eerste deel terug. Wat je ook ziet en hoort, het blijft een mystieke ervaring. Die blijkt niet aan iedereen besteed. Waren de reacties in 2018 geestdriftig, donderdag verlaten diverse bezoekers de zaal. Mogelijk hadden ze iets anders verwacht dan wat Leon en Webb hen voorschotelen. Toch voegt dit optreden veel toe aan de muziek zoals je die kunt kennen van de eerste twee albums. Het live geluid is ruimtelijk en aanzienlijk krachtiger dan wat een thuissysteem vermag. De voorstelling van de drie albums met de projecties maakt er een verhaal van dat werkt. Achteraf vertelt Leon dat in ‘Nyphos’ de mensheid een bezoek wil brengen aan de wezens die hen ooit de kennis gebracht hebben waardoor interstellair reizen mogelijk geworden is. ‘Als we ons de tijd gunnen om zo ver te komen’, zegt hij erbij met een wrange glimlach. (rvp)
Katariin Raska – Villem Jahu
Voor deze verjaardagseditie (we hebben een tiener!) koos Summer Bummer om een deel van de programmatie uit te besteden aan het jonge Antwerpse curatorenduo Oei!, zijnde Eline Cremers en Jakke Jalink. Die laatste mocht twee jaar geleden met zijn elektro-akoestisch duo Liegenaar het festival afsluiten, met een set waarover ik toen schreef dat de geest van Throbbing Gristle er doorheen spookte. De eerste van drie Oei!-toevoegingen aan het Summer Bummer-programma is het Estse duo Katariin Raska en Villem Jahu. Jahu bedient zich van zelfgebouwde synths, Raska speelt traditionele Estse doedelzak op niet heel traditionele wijze. Als we binnenkomen krabbelen we ‘zacht zoemende drones’ in ons notitieboekje, maar al gauw wordt Raska’s doedelzakspel dissonanter en almaar ongemakkelijker qua klank, wat Jahu aanzet om de hele boel richting chaos te doen evolueren: lekker! Dat Cremers en Jalink de aankondiging van het concert nà het concert deden was een geestig detail, dat ons blij in de war de nacht instuurde. (sb)