Een luchtgitaar bespeel je doorgaans zonder de snaren aan te raken. Dat is precies wat gitarist Raphael Vanoli (ook bekend van zijn samenwerking met Gerri Jäger in Knalpot) doet. Het grootste verschil met al die andere luchtgitaristen is dat hij wel degelijk zelf geluid produceert. Met lucht. Hij blaast tegen de snaren, zingt erin. Het instrument is wel tot extremen uit versterkt. Het is een techniek waar hij twaalf jaar geleden op stuitte toen hij met een niesbui de snaren van een elektrische gitaar in trilling bracht.
In 2017 bracht hij ‘Bibrax’ uit, een album waarop hij die techniek gebruikte. Negen jaar later volgt ‘Ventschau’. Vanoli heeft de luchttechnieken verder ontwikkeld en verfijnd, maar speelt ook met zijn vingers en knokkels. Bovendien gebruikt hij ook meer instrumenten – een basgitaar, en een twaalfsnarige elektrische gitaar en een akoestische gitaar met stalen snaren. Per track bespeelt hij niet meer dan één gitaar, maar soms met verschillende technieken. Daarmee heeft hij zijn palet aanzienlijk verbreed.
In het mystiek aandoende ‘Serendeep’ hoor je een droog kloppen en een diep gonzen, maar daarbovenuit snaren die los trillen – een complex van geluiden die samen een traag kruipende melodie vormen, tot halverwege een herhalend patroon van akkoorden opdoemt waar hogere snaren vol galm bovenuit reiken. ‘Jobim)))’ wordt gedragen door een koor dat zich aanvankelijk achter zoemende sluiers verbergt, en telkens weer omgestoten wordt door een luid kloppen, om uiteindelijk te verdrinken in rondzingende snaren. Vanoli heeft ervoor gekozen voor een geluidsproductie waar nog rafels aan zitten. Het verhoogt de charme van zijn muziek.
