Lucrecia Dalt opende haar concert in het afgeladen Bimhuis afgelopen vrijdag met het nummer ‘No Death No Danger’ van haar meest recente album ‘A Danger to Ourselves’, waarbij ze zelf elektrische gitaar speelde. Dat wil zeggen, Lucrecia Dalt liet het instrument via een distortion-effect een soort ritmische ‘noise’ voortbrengen. Dat het stuk desalniettemin heel melodieus klonk, had alles te maken met de bijdragen van drummer Alex Lazaro en bassist Cyrus Campbell. En met de zwoele zang van Dalt zelf, terwijl er vanuit haar laptop ook nog een knisperend krekelgeluid meeliep. Aan verrassingen geen gebrek.
Al even opmerkelijk is het derde nummer dat ze zingt, ‘Cosa Rara’ – de opener van haar album. Een onnatuurlijk ‘droog’ stemgeluid. Kil bijna. Maar het lied klinkt allesbehalve kil. De melodie is warm. Op de plaat breekt ‘eighties icoon’ David Sylvian plots in met een met krakende stem gesproken bijdrage. Maar hij is er niet bij in Amsterdam, dus vult Dalt de leemte met een eigen tekst, waarna het trio geheel onverwacht overschakelt op een aanstekelijke ‘dub’. En zo gaat het zo’n vijf kwartier door, spanningsboog na spanningsboog.
Hoe vaak ben ik rond de jaarwisseling niet aangesproken door zelfbenoemde muziekliefhebbers die mij ervan probeerden te overtuigen dat ‘Lux’ van Rosalia de muzikale sensatie van 2025 was. En keer op keer probeerde ik dan weer duidelijk te maken dat dat album ongetwijfeld herinnerd zal worden als ‘Bohemian Rhapsody voor de hipstergeneratie’. Oude wijn in nieuwe zakken dus. Wat muzikale spanning en avontuur betreft heeft de nu vijfenveertigjarige in Colombia geboren Lucrecia Dalt veel meer te bieden.
Niet dat het helemaal nieuw is wat ze op ‘A Danger to Ourselves’ laat horen, integendeel. Ze draait al een kleine kwart eeuw mee in de muziek, nadat ze eerst als ‘civiel ingenieur’ had gewerkt in Medellín. Maar de muziek trok harder. Via Barcelona kwam ze in Berlijn terecht, waar ze haar eerste successen boekte met haar eigenzinnige omgang met elektronische muziek. Haar zang kwam aanvankelijk op de tweede plaats. Maar dat veranderde met het album ‘iAy!’ uit 2022, dat internationaal hoge ogen gooide en hier en daar zelfs de top van de jaarlijsten haalde. Een melange van elektronica, percussie – ook hier werkte Alex Lazaro reeds mee – en relatief spaarzaam gedoseerde andere instrumenten. Maar ‘iAy!’ was helemaal Spaanstalig en op ‘A Danger to Ourselves’ zingt ze ook in het Engels en is de sfeer ietsje meer van ‘latin’ naar ‘pop’ opgeschoven, zonder aan uitdaging te verliezen.
Daarbij heeft Dalt in tegenstelling tot Rosalia geen tientallen producers, arrangeurs en muzikanten gebruikt. Pakweg een half dozijn bleek genoeg en op het podium heeft ze voldoende aan Lazaro en Campbell. Maar die bewijzen in Amsterdam ook wel nadrukkelijk hoe goed ze zijn. Laatstgenoemde wisselt basgitaar af met contrabas en kan dat instrument met een strijkstok zelfs als een trombone laten klinken. En Lazaro lijkt zijn complete percussie-apparaat bijna op iedere toonhoogte te kunnen bespelen. Muzikanten die niet ‘begeleiden’, maar de muziek evenzeer ‘maken’ als Dalt zelf dat doet.
Ieder stuk biedt weer andere verrassingen. Het bijna fluisterend gezongen, ondoorgrondelijke ‘Divina’. Het korte, traditioneel klinkende, maar daardoor juist afwijkende, door Dalt op akoestische gitaar begeleide ‘Amorcito Caradura’. Het fraaie ‘Stelliformia’ als proeve van kwetsbaarheid. Stuk voor stuk zijn het constellaties van muzikale uitdagingen die de luisteraars mogen ontrafelen.
In interviews heeft de Colombiaanse benadrukt dat de teksten op haar nieuwe plaat – die vrijwel het hele concert vult – minder narratief zijn dan voorheen, maar meer een uitdrukking van haar gevoel bij een ontluikende relatie. Daarbij moet dan niet gedacht worden aan ‘prefab’ roze opblaaswolken uit Hollywood, maar aan de verklanking van onzekerheid, rusteloosheid en aarzeling. Iets wat hij met vrijwel ieder stuk in het Bimhuis lukt. Spanningsboog na spanningsboog. Maar dat had ik al gezegd.
Gezien: Vrijdag 15 mei 2026, Bimhuis, Amsterdam
