Op haar inmiddels vierde album blijft multi-instrumentalist Taja Cheek sleutelen aan haar psychedelisch getinte popmuziek met een vleugje soul. Jazz-achtige percussie, zacht ronkende basgitaren en sprankelende synthesizers steken intrigerend af tegen haar weidse zang. Bij nummers als ‘Blue’, ‘With Time’ en ‘Church Of No One’ geeft dat een welhaast spirituele dimensie.
Cheek schept een mengelmoes van stijlen waarvan de contouren nog vaag te ontwaren zijn, een beetje zoals een fata morgana dus. Zo verrast ‘July 5th’ met een uitstapje naar dancehall, klopt de triphop van ‘Borderline’ de spanning op, en maakt ‘Soulless Cycle’ het bont met wilde beats en piepende gitaren.
Als geheel voelt het album als een radio die zachtjes aanstaat en waarop af en toe de aandacht valt, mede dankzij de diverse kortere intermezzo’s. Zo valt Cheek weer niet voor een gat te vangen met ‘Fata Morgana’, maar vormt dit wel een coherenter werk dan de gezapige voorganger ‘I Killed Your Dog’. Ze heeft haar vorm teruggevonden en benadert bij vlagen zelfs de hoogtes van haar debuutalbum.
