In het noorden van Thailand maakt de Khun Narin Electric Phin Band met hun bijzondere psychedelische rock furore op feesten. De groep kent een roterend ledenbestand, bestaande uit dorpelingen van jong tot oud. De constante vormt een zelfgemaakte driesnarige elektrische phin, een soort gitaar. Dankzij producer Josh Marcy kent de rest van de wereld hen, nadat hij de groep twaalf jaar geleden op sociale media tegenkwam en een album met hen opnam. ‘III’ is opgenomen in een echte studio, waardoor de groep nu een professionele indruk maakt.
De psychedelische jams zitten ook compacter in elkaar. De melodieën in Laotiaanse mor lam-stijl galmen van begin tot eind schel op de phin zonder te vervallen in een solo. Die alsmaar kronkelende phin zorgt voor een rooskleurig gemoed, ondersteund door een breed scala aan percussie en een volle bas, maar voelt soms ook repetitief. De twee nummers met beduidend meer variatie vormen dan ook de hoogtepunten. ‘Poet Wong Pt. 1’ kent een zorgeloze melodie die eeuwig voort had kunnen duren boven de rollende percussie, maar de tempowisselingen tillen het nummer naar een nog grotere hoogte. De ontdekkingsreis van de phin krijgt diepte op ‘Phuthai JP’ dankzij een bewogen intro en outro met orgel.
De Khun Narin Electric Phin Band kent geen expliciete westerse invloeden, waardoor de cover van de klassieker ‘Black Magic Woman’ van Peter Green verrast, ook omdat de anders zwijgende bandleden opeens enthousiaste kreten slaken. Het eerste album zal door zijn impact altijd speciaal blijven, maar de muziek van deze bijzondere groep beklijft nog steeds op ‘III’.
