Voor haar eerste soloalbum sinds ‘All Life Long’ uit 2024 koos Kali Malone voor een instrument met een potentieel zwaar verleden: het Bach-orgel van de Thomaskirche in Leipzig, waar Bach zevenentwintig jaar cantor was en waar zijn lichaam nog altijd onder het schip begraven ligt. Ze is naar eigen zeggen de eerste die er hedendaags werk op uitvoert, op een instrument dat weliswaar in 2000 werd gebouwd, en in barokstemming werd geïntoneerd. Opvallend is de breuk met haar eigen methode. Waar Malone tot nu toe bouwde op canonvormen en wiskundige matrices, koos ze hier bewust voor gevoel.
De stukken verlopen lineair, verbonden door subtiele overgangstonen in plaats van strikte herhaling. Voor een componist die juist beroemd werd om haar strengheid is dat een risico, maar het klinkt als een noodzakelijke stap. De eerste helft werd geschreven voor de Biënnale van Venetië in 2023 en klonk voor het eerst aldaar in San Pietro di Castello; de laatste drie stukken ontstonden pas kort voor de opnamesessie in Leipzig, augustus vorig jaar. Toch voelt het als één adem.
Malone speelt hier niet alleen: cellist Lucy Railton en gitarist Stephen O’Malley doen mee, het trio dat op ‘Does Spring Hide Its Joy’ al samen speelde. Geluidstechnicus Francesco Donadello plaatste meer dan twintig microfoons in de ruimte en vlak op de instrumenten, zodat je je al luisterend kunt verplaatsen binnen de akoestiek van het schip. De titel is treffend gekozen. Vuur beweegt intuïtief, verandert voortdurend van vorm, en verspreidt zich vanuit een enkel punt tot het alles om zich heen verteert. Precies dat gebeurt hier: Malone laat los wat haar tot nu toe vasthield en uit de as verrijst dit nieuwe vuur.
