In zijn werk doet Francisco López weinig concessies. Eerder al stond in dit blad een recensie van ‘Himavanta’: meer dan tien uur natuuropnamen, die hij in de Thaise regenwouden maakte. Zijn meest recente digitale album ‘Tokoloshe’ is met een lengte van vier uur aanzienlijk korter. Anders dan collega Douglas Quin is López uiterst terughoudend met zijn informatie. Hij nam de tracks, die elk ruim veertig minuten duren, tussen 2005 en 2013 op in zuidelijk Afrika, maar laat in het midden waar precies in dit enorme gebied.
Hij geeft geen details over de dieren die je hoort, al zijn sommige (zoals nijlpaarden) onmiddellijk herkenbaar. Maar soms, zoals aan het begin van de tweede track, is het gissen waar je naar luistert. Vogels, maar tegen de achtergrond van een melodieuze, doordringende ruis. Waarschijnlijk water, maar heel vloeibaar klinkt het niet. Het gaat López om de luisterervaring zelf, om een geconcentreerd luisteren. Al lijkt er soms weinig te horen, er gebeurt altijd meer dan je op het eerste gehoor gewaar wordt.
Hij nodigt je uit om je oren te blijven spitsen. Hij biedt niet alleen een grote verscheidenheid aan geluiden en klankomgevingen, maar ook veel ruimte en openheid. Waar López sterk in verschilt van de meeste van zijn collega’s, is dat hij speelt met de manier waarop hij geluiden achter elkaar plaatst. Hij is niet bang voor abrupte overgangen. Meer dan anderen werkt hij wat dat betreft als een componist. Wat je hoort, is meer dan een klankimpressie van een omgeving. Het is muziek.
