Geluid

Drü

Sooma

Er zijn dagen waarop ik mij afvraag of ik op mijn zevenenveertigste nog recensies moet schrijven over nieuwe muziek. Zitten mensen überhaupt nog wel te wachten op mijn even oude muzikale referentiekader en begrijpen ze mijn verwijzing nog wel? Gelukkig zijn die momenten nog kort van duur en worden ze vaak afgekapt door een klein sprongetje van geluk terug in de tijd waarbij ik mij afvraag of de achttienjarige in mij ooit echt 19 is geworden.

Het derde album van Sooma, ‘Drü’, bezorgde mij zo’n klein sprongetje van geluk. Vanaf opener ‘D’être Là’ tot de afsluiter ‘Damage’ gooit dit Zwitserse trio met hun derde album het energiepeil in de huiskamer meters omhoog en zit ik met gebalde vuistjes te luisteren naar de noiserocktsunami die de heren uit de gitaar wurgt. Met de ogen dicht zie ik een klein undergroundzaaltje compleet los gaan op nummers die raken aan het beste van Metz of Marlene Kuntz, die even energiek zijn als Wolvon of Those Foreign Kids. Bands waar veel te weinig mensen naar luisteren, maar waar ik wel hard voor loop. En hoewel ik dan weliswaar geen woord Frans spreek noch versta wil ik alle nummers mee schreeuwen en werp ik mij zelf in gedachte in de kolkende circle pit die inmiddels in mijn imaginaire kraakkelder is ontstaan. Zweten terwijl ik stil zit en weten dat het goed zit. Gewoon omdat er nog bands bestaan zoals deze, die met gebalde vuist de sonische grenzen van de noiserock durven op te zoeken en dat weten te verpakken in pakkende korte nummers.

En dan weet ik ook weer waarom als zevenenveertigjarig nog steeds wil schrijven: ongedeeld enthousiasme is eenzaam enthousiasme. Ik wil jullie meetrekken in de pit en samen op gaan in mijn verzonnen kolkende massa.

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!