Als ik één woord zou moeten kiezen dat bij me opkomt als ik naar Brown Wimpenny luister, dan is het: vrij. In hun muziek weet het bijzonder jonge, elfkoppige collectief uit Manchester vrijelijk rond te zweven, met nummers die (traditiegetrouw) zo in elkaar overlopen en eigenzinnige interpretaties van folk classics die van keer tot keer kunnen verschillen. De tracklist van ‘Long Live Brown Wimpenny’ is dan ook geen strak uitgekerfd pad, maar een associatief geheel.
In de paar jaar dat de band samen is, zijn dit, in hun eigen woorden, de nummers die voor hen het meest significant zijn gebleken. Of ze het nu toevallig ergens in een pub gespeeld hoorden worden, of er oude opnamen van op wisten te duikelen. Al gelijk in het eerste nummer neemt Brown Wimpenny je mee in de uitbundige compositie van ‘Gaslight/Seanhamac Tube Station/The Sailor’s Wife/Lovely Bann Water’. Of laat je op ‘Old Molly Metcalfe’ kennismaken met een eigenzinnig lokaal systeem voor het tellen van schapen (al heeft ‘inslapen’ hier een iets andere betekenis dan je bij schapentellen gewend bent).
Drones lopen door het album heen, houden nummers in de lucht, totdat ze weten los te barsten in levenslustige instrumentale uitspattingen, zoals op de geweldige single ‘Raglan Road’ of ‘Often Drunk/Kings Of Kerry/Teddybear Jig’ (waarvan de groep op hun demo’s al een iets andere interpretatie speelde). Folktradities oud en stoffig? In de wereld van Brown Wimpenny zijn ze juist levenslustig, jeugdig en springlevend.
