Tijdens het tweede nummer van Bonnie ‘Prince’ Billy op een mooie zomerse vrijdagavond in het idyllische Bloemendaalse Openluchttheater Caprera is het al raak: Humor. Bittere humor weliswaar, maar zondermeer humor. ‘Guns Are for Cowards’ heet het lied en het gegniffel in het publiek is niet van de lucht. ‘Als het zou kunnen zonder dat iemand het een misdaad zou noemen, wie zou je dan allemaal omleggen?’ luidt de strekking. Na afloop maakt de zanger weliswaar nog een relativerende opmerking over het vrije wapenbezit – en misbruik daarvan – in de Verenigde Staten, maar het blijft luchtig. En de dwarsluit die het omlijst kleurt het geheel nog wat grotesker in. Het nummer komt van Bonnies vorig jaar verschenen album ‘The Purple Bird’.
Daar blijft het niet bij. De Amerikaan heeft ook glittertjes op zijn gezicht geplakt, die schitteren in de spots. En hij praat tussen de nummers door regelmatig en spontaan tegen het publiek, wat hij in het begin van zijn carrière zelden of nooit deed. Soms maakt hij tijdens het spelen zelfs een klein dansje. Dit is de ‘nieuwe ‘Bonnie ‘Prince’ Billy’; dat wil zeggen dat de Will Oldham, die sinds hij tien jaar geleden trouwde en vader werd, heel anders in het leven staat dan twintig of dertig jaar geleden. En dat is zowel op zijn recente platen als tijdens zijn concerten goed te horen. Al gaat het dan vooral over de sfeer en niet over de muzikaliteit.
Bonnie ‘Prince’ Billy, die destijds nog gewoon Will Oldham heette, maakte in 1993 met zijn toenmalige groep Palace Brothers het beste album van dat jaar. Met afstand. Alleen had op dat moment nog vrijwel niemand dat in de gaten. De twee concerten die hij dat jaar in november in Nijmegen en Den Haag gaf – zijn eerste in ons land – zorgden voor felle discussies onder muziekliefhebbers. Wat doet zo’n man die geen drie woorden recht vooruit kan zingen op een serieus podium, vroegen sommigen zich af. Hetzelfde wat in feite dertig jaar daarvóór al over Dylan werd gezegd – al wist laatstgenoemde zich, overigens ongewild, gezegend met de eretitel ‘stem van zijn generatie’; een luxe die Oldham nooit gegund is. Daarvoor bleek hij toch te ongrijpbaar, te weinig ‘pop’ en ook te weinig ‘topical’. Eigenlijk draaide het allemaal om religieuze en seksuele obsessies waar het schuldgevoel van af droop. Zo wanhopig als bij Palace Brothers klonk de zoektocht naar verlossing zelden op een grammofoonplaat.
Uiteindelijk kwam het toch nog redelijk goed en slaagde Oldham er vijf jaar later in als Bonnie ‘Prince’ Billy met het album ‘I See a Darkness’ in een popstatus te bereiken die het etiket ‘cult’ genoeg oversteeg om de grote zaal van Paradiso te vullen. En toen Johnny Cash het titelnummer in 2000 op diens derde ‘American’-album zette leek Oldhams kostje gekocht. Hij telde mee in de ‘grote’ popwereld. Steeds vaker namen artiesten van naam zijn liedjes op het repertoire: Candi Staton, John Legend, zelfs Rosalia zette ‘I See a Darkness’ op haar debuutalbum in 2017.
Ondertussen bleef Will Oldham gewoon de vertrouwde Bonnie ‘Prince’ Billy. Of andersom. Hij maakte sinds het Palace Brothers-debuut ‘There Is No-One What Will Take Care Of You’ nog zo’n dertig albums, regelmatig samen met andere solisten. Sommige opmerkelijk toegankelijk en andere zo wankel en verwarrend als zijn vroegste werk.
Begeleid door Thomas Deakin – in het dagelijks leven muziekleraar – op gitaar, klarinet en nog heel even op trompet, en Jacob Duncan op altsax en fluit, plus de fantastische Engelse avant-garde en jazzslagwerker Alex Neilson, heeft Oldham een minimale band met maximale muzikale mogelijkheden bij zich. Soms vervoegt tevens singer-songwriter Dawn Landes, die het voorprogramma heeft verzorgd, zich even op het podium voor wat achtergrondzang. Deakin en Duncan spelen trouwens ook mee op het eerder dit jaar verschenen Bonnie ‘Prince’ Billy album ‘We Are Together Again’, terwijl Neilson al een kleine twintig jaar regelmatig met Oldham samenwerkt.
Het blijkt een gouden combinatie, want zeker op een groot podium als het Openluchttheater kan de muziek van Oldham wel wat extra substantie gebruiken. En wat dit trio toevoegt is perfect: Geen platte rockbegeleiding, maar subtiel omlijsten. Voeg dat bij de stem van de zanger die net iets minder vaak ‘overslaat’ dan destijds – het gebeurt eigenlijk vooral als hij heel hard of heel hoog moet zingen – en je hebt een prachtcombi die toch niet glad of gelikt hoeft te worden.
Het concert begint al direct sterk, met het van het album ‘Joya’ uit 1997 afkomstige, ingetogen, maar wat tekst betreft behoorlijk bizarre ‘Apocolypse, No!’, met een fraaie saxpartij van Duncan. Verder bestaat de eerste helft van het optreden eigenlijk helemaal uit repertoire van Bonnies laatste drie studioplaten. Daarbij valt op hoe theatraal Oldham de nummers brengt, waardoor ze veel meer gaan leven dan wanneer je ze thuis uit de luidsprekers hoort. Ze lenen zich ook voor dat theatrale door het verhalende karakter, zoals het fraaie ‘Trees of Hell’ van het ‘Keeping Secrets Will Destroy You’-album uit 2023 waarin hij bezingt hoe de bomen de strijd aangaan met de mensheid die de natuur vernietigen wil. En de bomen blijken meedogenloos. ‘The trees have come to take back what wе took away from them’.
Over bomen gesproken, van datzelfde album wordt ook ‘Willow, Pine and Oak’ gespeeld, waarin Oldham vertelt hoe hij de mensheid graag verdeelt in wilgen, dennen en eiken. Ook zo’n speels nummer van de ‘latere’ Bonnie ‘Prince’ Billy met de spitsvondigheid van Randy Newman. En dan is er nog de cover ‘Is My Living in Vain?’ van Elbernita “Twinkie” Clark, die het in 1980 opnam met The Clark Sisters. Omdat een Bonnie ‘Prince’ Billie plaat of concert zonder Onze-Lieve-Heer toch eigenlijk niet kan.
Later komen er enkele Palace-songs voorbij: ‘Ohio River Boat Song’, een single uit 1992 en het allereerste nummer dat Oldham ooit op de plaat zette, en het schitterend slepende ‘Werner’s Last Blues To Blokbuster’ van de EP ‘Hope’ uit 1994. Juweeltjes zijn het. Het blijkt de opmaat naar de finale. Wat een apotheose zou moeten worden, ervaar ik echter als een dompertje. Het smartlapperige en clichématige ‘Turned To Dust (Rolling On)’ struikelt op het ‘The Purple Bird’-album al over de kitschdrempel en Bonnie slaagt er in Bloemendaal niet in om dat ‘live’ te voorkomen. Daarna volgt een cover van ‘Strange Affair’ van Richard & Linda Thompson die weliswaar ‘lekker’ klinkt, maar waar net iets te weinig aan wordt toegevoegd om het van het Bonnie ‘Prince’ Billy kwaliteitslabel te kunnen voorzien. En dan is er tenslotte het enige nummer van de avond dat met een – bescheiden – herkenningsapplaus wordt begroet, ‘I See a Darkness’. En dat wordt zo gepolijst uitgevoerd, dat alle duisternis en pijn er uit zijn geknepen. Het onderstreept hoe ver de dagen van wanhoop inmiddels achter Will Oldham liggen. Fijn voor hem natuurlijk, maar uitvoeringen van weleer hadden toch meer impact.
Gelukkig herpakt hij zich met de slotsong ‘Strange Form of Life’ van het ‘The Letting Go’-album uit 2006. En vooral met de drie toegiften die uitmonden in de mysterieuze Palace-song ‘West Palm Beach’ – ook zo’n vroege single. Onheilspellend, ongrijpbaar en fascinerend. Het lukt Bonnie ‘Prince’ Billie misschien niet echt meer om ‘darkness’ te zien, zijn concert is nog altijd prachtig.
Gezien: vr 7 augustus 2026, Openluchttheater Caprera, Bloemendaal
Playlist
1. Apocolypse, No! (Joya, 1997)
2. Guns Are for Cowards (The Purple Bird, 2025)
3. Blood of the Wine (Keeping Secrets Will Destroy You, 2023)
4. Boise, Idaho (The Purple Bird, 2025)
5. Rise and Rule (She Was Born in Honolulu) (Keeping Secrets Will Destroy You, 2023)
6. Trees of Hell (Keeping Secrets Will Destroy You, 2023)
7. Is My Living in Vain? (The Purple Bird, 2025)
8. Willow, Pine and Oak (Keeping Secrets Will Destroy You, 2023)
9. Joy and Jubilee (Master and Everyone, 2003)
10. Ohio River Boat Song (Palace Brothers – Single, 1992)