Generaties zijn grootgebracht op die pompeuze, ronkende tonen van het pijporgel. Op zich een prachtig instrument, maar door de kerk vooral aangewend als machtig en overheersend geluid waar heiligheid en volume elke tegenspraak plat speelden.
Iemand als Olivier Messiaen heeft in het verleden dan weer een eigen draai gegeven aan orgelpijpen, en lui als Erik Hobijn gingen er letterlijk en figuurlijk helemaal van God los mee. Organiste Annie Bloch weekt een van de daaraan gekoppelde instrumenten nu helemaal los van de geschiedenis en geeft er zelfs een erotische lading aan.
Want wat klinken die vier registers aangestuurd door de blaasbalg toch verdomd sexy: wellustig, rond, vol, op het punt van barsten van rijpheid, zoekend en zuigend, en comfortabel wentelend en ronddartelend in luie luchtstromen. De klank is uit de kerk gehaald en gaat een eigen leven leiden, waar het al die tijd al recht op had, maar waar het plezier lange tijd aan was onttrokken.
