Blog

‘(We don’t need this) Fascist Groove Thang’; of hoe Heaven 17 de Godwindans ontsprong – en Job Cohen niet


Mike Godwin heeft ons in zijn greep, zo lijkt het. Althans voor wie niet verder wil kijken dan de breedte van zijn of haar televisiebeeldscherm. Want wie een beetje dieper gaat moet vaststellen dat die vandaag de dag te pas en te onpas in gesprekken opgevoerde ’Wet van Godwin’ vaak niet meer is dan een stok voor populisten om essentiële discussies in de kiem te smoren.

Mike Godwin

Voorbeelden te over. Denk alleen maar aan cabaretier Herman van Veen die de wind van voren kreeg toen hij november 2009 in en toespraak de PVV met de NSB vergeleek en vervolgens bij Pauw & Witteman het verwijt kreeg twee miljoen PVV-stemmers als NSBers weg te zetten. Geheel in de traditie waarin de populisten de ‘Godwindoctrine’ hanteren. De zaak was trouwens niet toevallig aangezwengeld door het populistische dagblad De Telegraaf.

Van Veen kreeg nota bene in de uitzending bij P&W bijval van tafelgenoten, waaronder Geert Mak, die de stellingname van de cabaretier onderbouwen, maar er wel voor waakten niet zo nadrukkelijk de woorden ‘NSB’ en ‘PVV’ in één zin te gebruiken. Van Veen roept het onheil in feite alleen maar over zich af doordat hij man en paard noemt.
Iets degelijks overkwam Job Cohen toen hij onlangs in het winternummer van Vrij Nederland betoogde dat de moslims in deze tijd dreigen te worden buitengesloten zoals dat de joden in de jaren dertig overkwam. Hoe genuanceerd hij zijn woorden ook koos, voor zijn tegenstanders – vooral die van populistische huize – was het onmiddellijk prijsschieten. Cohen had in zijn interview met het opinieweekblad niet zozeer inhoudelijk, maar zeker wat zijn woordkeuze betrof een inschattingsfout gemaakt.

Dat moet hem danig dwars gezeten hebben, want hij weet als geen ander hoe subtiel de verbale grenzen getrokken worden. Anderhalve maand eerder, op 8 november 2010 was hij immers in een interview met De Pers keurig staande gebleven op een vergelijkbaar koord. De interviewers vroegen of Cohen de PVV een fascistische partij vond. En de PvdA-leider antwoordde tot twee maal toe nadrukkelijk dat hij het woord fascistisch ‘niet in de mond ging nemen’. Toch lieten de andere woorden, die hij wel in de mond nam, er weinig twijfel over bestaan dat hij de gewraakte uitdrukking weldegelijk op de organisatie van Wilders van toepassing achtte. Maar hij zei het niet en dat behoedde hem in november voor het Godwin-geschut van de populisten.

Even voor de goede orde: De Wet van Godwin luidt niet dat een discussie per definitie is verloren – en dus beëindigd – als een deelnemer Hitler, de nazi’s of de Holocaust in de argumentatie betrekt, zoals vaak wordt aangenomen. Wat de Amerikaanse jurist Mike Godwin in 1990 stelde met betrekking tot de vele discussiegroepen die in de beginjaren van het wereldwijde web via ‘usernet’ plaatsvonden, was dat naarmate discussies langer voortduurden, de waarschijnlijkheid dat één van de deelnemers de nazi’s of Hitler in zijn argumentatie betrekt de waarde ‘1’ – = 100% – nadert. Daarmee wordt impliciet gesteld – en zo wordt het doorgaans ook geïnterpreteerd – dat verwijzingen naar Hitler, de nazi’s of Holocaust a priori ongepast zouden zijn. Of dat laatste ook ten alle tijden zo is, is een discussie die ik hier – en zeker op dit moment – wil omzeilen. Belangrijker en interessanter is de periode waarin de ‘wet’ geformuleerd is: vrijwel gelijk met het neerhalen van het IJzeren Gordijn, de Berlijnse Muur en Francis Fukuyama’s befaamde essay ‘The End of History’.

De periode daarvoor was dus ‘wetteloos’, wat Godwin betreft. Niet dat er opeens anders gediscussieerd werd, maar de hiervoor genoemde gewraakte begrippen hadden niet de genadeloze symbolische waarde die ze vandaag de dag – of sinds 1990 – hebben. Het waren misschien vergrotende, maar nog niet alles overtreffende trappen die het debat onmiddellijk beëindigen.

Albumcover Penthouse and Pavement

Daar moest ik aan denken toen onlangs de luxe rerelease van het album ‘Penthouse and Pavement’ uit 1981 van het Britse elektronica-poptrio Heaven 17 verscheen. Ultravox, Duran Duran, de ‘latere’ Human League met die twee zangeressen, Spandau Ballet, dat was allemaal muziek waar ik in die vroege jaren tachtig helemaal niets mee had. Escapistische pulp. Maar Heaven 17 was anders. Goed, hun ‘synthipop’ pop leek een beetje verdacht, maar dat werd keihard gecompenseerd door de eerste single: ‘(We don’t need this) Fascist Groove Thang’. De kraakbeweging bloeide en broeide – de ‘kroningsrellen’ en ‘Vondelstraat’ waren nog maar amper een jaar achter de rug. De anti-atoombeweging blokkeerde kerncentrales en afvaltransporten. In Amsterdam protesteerden najaar 1981 400.000 mensen tegen de plaatsing van Kruisraketten in ons land. Vooral onder de fanatiekere activisten, zoals de geweldloze beweging BAN (Breek Atoomketen Nederland), die nucleaire bedrijven dwars zat, was het nummer van Heaven 17 een soort lijflied – net als Monty Pythons ‘Always look on the bright Side of Life’ overigens, dat datzelfde jaar een hit was!

Dat ‘Fascist Groove Thang’ geen toevallige ‘novelty’ was onderstreepte de rest van het album ‘Penthouse and Pavement’, dat eveneens droop van het engagement – al waren de songtitels iets minder expliciet, hoewel ‘Let’s all make a Bomb’ er ook mag wezen. Maar Godwinianen daar anno 2011 natuurlijk ook geen problemen mee hebben.

In Engeland was de situatie niet veel anders dan in Nederland. Erger zelfs – daar was twee jaar eerder de uiterst conservatieve Margaret Thatcher premier geworden.

Albumcover Gramschap

In Nederland werden er destijds ook wel pop- en rockplaten gemaakt waarop de dingen bij de naam genoemd werden. Denk aan de groepen uit de Amsterdamse punkbeweging rond Joke’s Koeienverhuurbedrijf, de studio van Dolf Planteijdt – en later verzameld op de dubbel-cd ‘Gramschap 1978 – 1986’. Van Vollenhoven & His Royalties met ‘Beatricks’. Edwin Rotten met ‘Europaranoia’. Maar dat was allemaal obscuur. Undergound. Heaven 17 was in Engeland een echte hitband, die met ‘Fascist Groove Thang’ de UK top-50 haalde en enkele jaren later met nummers als ‘Temptation’ top-10 hits scoorde.

En ja, de keuze voor dat woord ‘fascist’ was heel bewust geweest destijds. Beslist geen gimmick, verklaart Heaven 17’s Martyn Ware zomer 2010 als ik hem in Londen bel en naar de motivatie van destijds vraag. ‘(We don’t need this) Fascist Groove Thang’ werd in 1981 zelfs geboycott door de BBC.
“Ja, dat klopt,” zegt Ware. “John Peel draaide het in eerste instantie in zijn programma en het leek de top-40 binnen te komen, toen de top van de BBC er een stokje voor stak. Ze vielen over de regel ‘Reagan’s president elect, fascist god in motion’.”

“Ronald Reagan was net tot president gekozen en ze vreesden ongetwijfeld voor de Brits-Amerikaanse betrekkingen. Pikant is wel dat we onlangs nog een optreden deden voor BBC 6, samen met de Franse groep La Roux, en dat ze ons toen specifiek vroegen om dat nummer te doen.”

Het hele album ‘Penthouse and Pavement’ werd gekenmerkt door maatschappelijk geëngageerde teksten, waarmee Heaven 17 zich nadrukkelijk onderscheidde van andere door synthesizers gedomineerde groepen die eveneens de blik op de hitparade gericht hadden.
“Wij waren ons daar destijds absoluut bewust van,” zegt Martyn Ware, nu een vijftiger. “Wij kwamen uit Sheffield en dat was een socialistische stad. Een arbeidersstad. Mijn vader werkte ook in de staalindustrie. We voelden ons meer verwant met de vakbond dan met de regering. Ik voel mij trouwens nog steeds socialist.”

“Dat spanningsveld tussen die boodschap in de teksten en het escapisme van de disco vonden wij juist interessant. Het was een beetje als een ui afpellen: Laagje disco, laagje politiek, laagje disco, enzovoort. Het was natuurlijk de tijd dat Margaret Thatcher aan de macht was in Engeland. Dat had een immense invloed op het muzikale klimaat. Daar kunnen we uren over praten. Thatcher zette de klok vijftig jaar terug en voor mijn gevoel betalen we nu nog steeds voor wat zij met het land heeft gedaan. Dat nihilisme. Ik herinner mij dat een journalist haar vroeg: ‘Wat zijn de Tories, de conservatieve partij, met de samenleving van plan?’ En Thatcher antwoordde ‘Er bestaat niet zoiets als ‘de samenleving’’. Dat zei voor mij alles. Die ieder-voor-zich attitude. De echo daarvan is nog altijd voelbaar.”

“We werkten destijds vanuit een kantoor aan Oxford Circus, midden in Londen. Het was de tijd van de anti-atoom akties. Wij hadden een spandoek van twintig meter uit het raam gehangen met de tekst ‘No Nukes = Good News’. Ja daar hebben we toen behoorlijk wat problemen mee gekregen. Maar we waren echt serieus bezig met die dingen.”

Je kunt natuurlijk zeggen dat een popmuzikant met het gebruik van het woord ‘fascist’ gemakkelijker wegkomt dan een politicus of journalist. Bij popliedjes draait het om refreinregels en ‘hooklines’ en gaat het in de teksten niet om argumenten maar om lekker ‘bekkende’ regels. Zeg maar ‘slogans’. Maar de realiteit is dat ook politici en journalisten in die jaren niet zo op hun woorden hoefden te passen als Cohen vandaag de dag.
Ik herinner mij de Tweede Kamer-verkiezingen van 1982. De PvdA won drie zetels en werd de grootste partij. In de televisiestudio werd de toen al bejaarde PvdA-coryfee Jaap Burger gefeliciteerd met de overwinning en gevraagd om een commentaar op de uitslag. “Dit is een zwarte dag voor Nederland,” reageerde Burger tot verbazing van de journalist die hem ondervroeg. En Burger vervolgde: “Dit is een zwarte dag omdat voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog weer een fascist in de kamer zit!”

Hans Janmaat

Hij doelde op Hans Janmaat die voor de Centrumpartij in het parlement was gekozen. Burger sprak het woord ‘fascist’ uit als ‘faksist’. Hij spuwde het er bijna uit. En niemand in de televisiestudio die avond, die zei: “Maar dat kunt u toch niet zomaar zeggen, meneer Burger. Daarmee maakt u ook honderdduizend stemmers voor ‘faksist’ uit.” En er was natuurlijk al helemaal niemand die destijds quasi-lollig riep ‘Godwinnetje!’. Integendeel, er was bij de andere aanwezigen eerder een licht gevoel van gêne merkbaar omdat de winnaars – PvdA en VVD – in hun euforie de door Burger opgemerkte schandvlek op de democratie over het hoofd hadden gezien.

We zijn inmiddels bijna dertig jaar verder. ‘Godwin’ heeft z’n intrede gedaan en Cohen kan het woord ‘fascistisch’ in relatie tot de PVV niet in de mond nemen zonder dat – in figuurlijke zin! – zijn kop er af gaat. De populisten van media als De Telegraaf en Geen Stijl, maar gek genoeg regelmatig ook opportunisten uit schijnbaar minder verdachte hoek – zoals Pauw en Witteman in het geval van Herman van Veen – staan met geslepen zwaarden klaar. Dus moet Job Cohen ieder woord vijf maal op een zilveren schaaltje wegen, maar zegt hij voor de goede verstaander natuurlijk hetzelfde. En hij niet alleen.

Neem nu het opiniestuk dat Geert Mak publiceerde in NRC van 30 december j.l. onder de titel ‘Geschiedenis herhaalt zich nooit op dezelfde manier’. Daarin betoogt hij eerst nadrukkelijk dat de PVV niet vergeleken kan worden met bewegingen uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw – die bewegingen waren, in tegenstelling tot de PVV, namelijk ‘serieuze partijen, met een strak georganiseerde aanhang’
Even verderop gaat Mak in op Menno ter Braaks essay ‘Het nationaal-socialisme als rancuneleer’ uit 1937. En weer een paar regels verder zegt hij dan ‘Het had, met een paar wijzigingen, gisteren geschreven kunnen zijn.’ Nergens noemt hij man en paard in één en dezelfde regel. Maar de goede verstaander weet alweer genoeg.

Bas Heijne ging een week later op zijn NRC-weblog op 8 januari jongstleden in een stuk met de provocerende titel ’Waarom Job Cohen een andere baan moet zoeken’ een flinke stap verder dan Mak. Net als Mak reageert Heijne met zijn verhaal op het Vrij Nederland interview van Cohen. Hij schrijft ondermeer: “Ik zou de PVV echt graag met de Boerenpartij vergelijken, maar alles aan die beweging ademt nu eenmaal de geest van de NSB, daar moet je niet kinderachtig in zijn (mijn collega-columnist Martin Bosma schijnt deze krant vaak genoeg NSBHandelsblatt te noemen, die kan vast wel tegen een stootje) – maar met die constatering heb je het probleem van de woede niet opgelost, de revolte niet bezworen. Daarom hebben die vergelijkingen geen zin. Ze zijn contraproductief.”
Dat is een interessante opvatting. Niet het ‘dingen’ bij de naam noemen’ is de boosdoener, maar het geen inhoudelijk vervolg kunnen geven aan dat ‘benoemen’. Het gebrek aan ‘denkkracht’ bij de PvdA is voor Heijne de reden van de provocerende kop boven zijn opiniestuk.

Zowel het optreden van Job Cohen als de stukken van Mak en Heijne – en zij zijn lang niet de enigen – illustreren het spitsroedenlopen in de omgang met een politieke beweging waarvan de vertegenwoordigers in het parlement door ieder beschaafd mens als schorriemorrie worden beschouwd, maar door de politici van andere fracties nooit zo genoemd worden – laat staan dat ze zich nog explicieter uitdrukken – omdat dat gelijk zou staan aan electorale zelfmoord.
Maar als de politici het niet zeggen. En de onder zware commerciële druk staande grote journalistieke media evenmin, waarom doen de kunstenaars dan hun mond niet open – de popmuzikanten voorop? Zij waren het immers – in de pre-Godwinjaren – die de Vietnamoorlog onder vuur namen. De Woodstockfilm zit er vol mee. En dan gaat het niet om ‘protestliedjes’. Dat is te kort door de bocht en levert in praktijk ook maar zelden goede muziek op. Heaven 17’s ‘(We don’t need this) Fascist Groove Thang’ is een zeldzame uitzondering. Maar juist daarom een reden te meer voor de Nederlandse radio-DJ’s om dat nummer bij de huidige rerelease weer eens op de playlist te zetten, zou je denken.

woody guthrie

Ik wil de zaken hier allerminst simplificeren. De jaren tachtig van de vorige eeuw zijn niet de ‘jaren tien’ waar we nu in leven. Toen de song van Heaven 17 uitkwam lag de Tweede Wereldoorlog nog ‘maar’ vijfendertig jaar achter ons. Als je in 1981 vijftien was, dan was de kans groot dat je ouders het fascisme nog bewust hadden meegemaakt. En je grootouders zeker. Het was een reële historische gebeurtenis. Vandaag de dag zijn fascisme, nazisme, Hitler en Holocaust voor menigeen een abstractie van een gruwel, die nergens meer raakvlakken heeft met de persoonlijke werkelijkheid en daardoor tot onbevattelijke en dus onbespreekbare afmeting groeit. Dat laatste is waar de ‘Godwinianen’ en populisten graag mee schermen. Het is vergelijkbaar met de New Romantics in de Britse pop van de vroege jaren tachtig, die in commercieel opzicht groepen als Joy Division, The Sound, en Test Dept en een eenzame strijder als Robert Wyatt, die het Thatcherisme wel openlijk te lijf gingen, ver achter zich lieten.
Anno 2011 is de situatie amper anders. De The Voice of Holland is de hedendaagse poldervariant van de New Romantics; een droomfabroek van het type Boer zoekt Vrouw. Het wachten is op een Nederlandse rocker die net als Woody Guthrie destijds, weer eens ‘This Machine kills Fascists’ op zijn gitaar durft te schilderen.


Reacties