Events

Verkenner van de ruimte op aarde


Het Groninger Museum is het postmoderne decor voor de tentoonstelling ‘David Bowie is’. Bowie is onmiskenbaar een vernieuwende en invloedrijke artiest, maar een tentoonstelling… wordt dat niet een beetje een aanbidding van relieken? Robert Muis ging en zag een overtuigende presentatie die zijn waardering voor het fenomeen nog deed toenemen.

Er zijn van die situaties waarvan je achteraf denkt: ik had het destijds moeten beleven. Je hebt de mogelijkheid gehad en om wat voor reden dan ook er geen gebruik van gemaakt. Het is voorbij en het kan niet meer. In Berlijn bij De Muur staan toen ze nog een gedeelde stad was. Het AVE-festival in Arnhem bezoeken. David Bowie live zien tijdens zijn wereldtournee van 1978…
Ik heb het later ingehaald, maar het huidige Berlijn is een andere stad dan het Berlijn van voor 9 november 1989; en Bowie tijdens de Outside-tour in 1996 was prachtig maar niet zo spannend als twee decennia eerder, naar ik vermoedde. Het zijn de rimpelingen die je wilt voelen, maar de steen in de vijver is het niet.

Pelgrimage

David Bowie is - Groninger Museum - Foto: Gerhard Taatgen

David Bowie is – Groninger Museum – Foto: Gerhard Taatgen

Een tentoonstelling bezoeken over David Bowie komt me voor als een nog verder verwijderde rimpeling. Waarom zou je naar een tentoonstelling gaan over een persoon, waar je slechts memorabilia ziet en niet het echte werk? Wat verwacht je? Kom ik dichterbij het fenomeen tegenover het Yamamoto-kostuum voor de Aladdin Sane-tour? Leer ik iets door de maquette voor het podiumontwerp van de Diamond Dogs-tour? “Wordt het niet een beetje een pelgrimage?”, vraag ik Victoria Broackes, curator van het Londense Victoria & Albert Museum. Zij heeft met haar collega Geoffrey Marsh de tentoonstelling ‘David Bowie is’ samengesteld. Ik heb een punt, zegt ze, maar Broackes ziet het – uiteraard – anders. En terecht, moet ik zeggen nadat ik de tentoonstelling heb gezien en gehoord. “We wilden een intelligente en totaal andersoortige tentoonstelling maken”, legt ze uit. “Daarnaast wilden we de grensverleggende geest van Bowie’s werk laten herleven, de manier waarop hij denkt verbeelden. Ons derde uitgangspunt was om de audiovisuele presentatie tot de kern van ‘David Bowie is’ te maken.”

Soundtrack

Dat laatste betekent niet dat de tentoonstelling wat muziek laat horen en clips en filmbeelden toont, maar dat de bezoeker continu wordt begeleid door een soundtrack, bij zowel de geëxposeerde objecten als de bewegende beelden. De bezoeker krijgt een headset die automatisch reageert op de omgeving; bewegend door een zaal hoor je fragmenten van Bowie’s en andermans muziek uit een bepaalde periode, stukjes interview met Bowie en anderen en soms omgevingsgeluiden. Behoorlijk vloeiend treden er veranderingen in de soundtrack op als je bijvoorbeeld een specifiek object nadert of door de ruimte loopt. De geluidskwaliteit is daarbij bijzonder goed.

Complete personages

Starman-pak, 1972 - Foto: Robert Muis

Starman-pak, 1972 – Foto: Robert Muis

‘David Bowie is’ heeft een vooral thematische opbouw, met de aandacht gericht op verschillende aspecten van de artiest. Bowie is: …all around you (invloeden op anderen), …thinking about a world to come (onderzoekende geest), …wearing many masks (film- en toneelrollen – ja, hij is ook een zeer overtuigend acteur), …using machine age knife magic (creatieve invloeden op Bowie), …quite aware of what he’s going through, et cetera. De attributen en de audioband scheppen daarbij een sociaal kader, al is die met name voor de jaren vijftig en zestig (de kantelende Britse maatschappij en de space age) van de vorige eeuw goed uitgewerkt; de context van de late jaren zeventig en daarna komt er bekaaid af. Bij Bowie’s schilderijen uit zijn Berlijnse periode was een context met bijvoorbeeld verwijzing naar de neo-expressionistische schilderkunst van de Neue Wilden interessant geweest, alsook naar de heersende punk en no future-sfeer in die jaren.

Voor de objecten – schetsen, aantekeningen, singletjes, posters, maquettes, de simpele synthesizer en een koto voor de lp ‘Heroes’, vele, vele kostuums en wat al niet meer – hebben Broackes en Marsh onder andere rijkelijk kunnen putten uit het David Bowie Archive. Het archief omvat circa 75.000 objecten en is door de artiest zelf in de loop der jaren bijeengebracht. Zelfs de vroegste schetsen voor kleding, posters, en dergelijke heeft hij bewaard. Ze maken duidelijk dat hij al bij zijn eerste bandjes het complete imago uitdacht. Bowie’s archief is eigenlijk het archief van een fantasiefiguur: van een creatie die door David Jones, geboren in 1947 in Brixton, tot leven is gewekt. En die fantasiefiguur heeft weer tal van figuren gecreëerd. Want dat zal voor velen de eerste associatie met Bowie zijn: de artiest die telkens weer een nieuw personage schiep – of werd. Major Tom, Ziggy Stardust, Aladdin Sane, The Thin White Duke, Nathan Adler…

Controle

Het moet overigens worden gezegd: het tonen van een behoorlijk groot aantal kostuums, die Bowie heeft laten ontwerpen voor al zijn gedaanten en multimediale spektakels, is meer dan het tentoonstellen van relieken en memorabilia. Juist in hun flinke aantal ondersteunen ze overtuigend de stelling, dat Bowie overal invloeden en inspiratie vond en elk van zijn personages tot in de puntjes uitwerkte. Bowie heeft de curators toegang gegeven tot het archief, maar zich niet inhoudelijk willen bemoeien met de tentoonstelling. Hij was benieuwd, vertelt Broackes, welke visie op (of versie van) Bowie de samenstellers zouden neerzetten. Verrassend toch, voor iemand die elk imago, elk personage met complete controle tot leven wekte.

Kunst is niet vrijblijvend

David Bowie en William Burroughs, 1974 - Foto: Terry O'Neill

David Bowie en William Burroughs, 1974 – Foto: Terry O’Neill

Een van de belangrijke vernieuwingen van Bowie is – en dat maakt de tentoonstelling fraai duidelijk – dat hij popmuziek brengt binnen een ‘Gesamtkunst’ van grafische en ruimtelijke vormgeving, theater, schilderkunst, mode, en later ook film en video. Terwijl de popmuziek in de jaren zestig nog in de eerste plaats wordt gezien als vermaak, wil Bowie iets omvattenders neerzetten, dat verder reikt dan amusement. Hij brengt een totaalcreatie rond verhalen. In het begin van de tentoonstelling horen we hem vertellen dat zijn teksten zijn voortgekomen uit de gedichten die hij aanvankelijk wilde schrijven. Kleine verhaaltjes vertellen, dat ging hem het beste af. Daarbij legt hij een grote interesse voor de cut up-techniek van William Burroughs en Brion Gysin aan de dag; Bowie ontwikkelt later zelfs speciale software om met cut-ups creatieve sporen uit te zetten. Zijn teksten zijn inderdaad vaak beeldend en poëtisch; ze bevatten ook, misschien vaker dan je denkt, simpel maar treffend geformuleerde melancholische en maatschappijkritische observaties.

Niet vrijblijvend

Kritisch, ironisch en provocerend is hij gebleven, ook toen hij ‘toegankelijker’ en populairder bij het grote publiek werd. ‘Let’s Dance’ klinkt als een simpel liedje maar gaat over ongelijkheid; in de videoclip zien we een Aboriginal-stel in gevecht met symbolen van Westers imperialisme. In 1996 verscheen Bowie bij de Brit Awards in pak, maar wel met een oorbel van Vivienne Westwood en op hakken van Katherine Hamnett. Bij zijn recentste album ‘The Next Day’ (2013) herneemt hij (samen met de vormgever) de klassieke hoes van ‘Heroes’, zet een streep door de titel en plaatst een wit vlak over de foto. Het mag geïnterpreteerd worden als een bezinning op (de betrekkelijkheid van) beroemd zijn en het proberen te verkrijgen van een tabula rasa.

De personages die Bowie heeft gecreëerd zijn geen vrijblijvend uiterlijk vertoon. Het zijn serieuze verkenningstochten naar wie men – hijzelf en het publiek – kan zijn. Hij tast de grenzen af van mannelijk en vrouwelijk, van werkelijkheid en fantasie, van wat maatschappelijk de norm is en wat niet. Dat doet Bowie niet alleen voor zichzelf, zeggen de curatoren van de tentoonstelling. Hij wil ook graag zijn publiek verlokken om vraagtekens te zetten bij gender-grenzen, identiteit, sociale normen, en hun aanmoedigen de grenzen te overschrijden. Zonder ooit te zeggen dat dat moet, laat hij zien dat het kan. Hij wisselt daarbij steeds van personage omdat ze anders een gevangenis worden. Regelmatig heeft hij zijn eigen (superster)status bevraagd, zoals met ‘The Next Day’. In 1973 verraste hij publiek en band door, voorafgaand aan het nummer ‘Rock ‘n’ Roll Suicide’, mede te delen dat dit zijn laatste optreden ooit is. Niet als Bowie, bleek, maar hij sprak als Ziggy Stardust: diens populariteit werd te groot.

On stage

Originele foto voor albumcover Earthling, 1997 - Foto: Frank W Ockenfels 3

Originele foto voor albumcover Earthling, 1997 – Foto: Frank W Ockenfels 3

Wandelend door de tentoonstelling bedenk ik me: Bowie is geen popartiest, Bowie is een kunstenaar die popmuziek als voornaamste medium heeft gekozen. En naast muziek zet hij alles in om uitdrukking te geven aan wat hij te zeggen heeft. Popmuziek is de stem; theater, kostuumontwerp, setdesign, fotografie, schilderkunst, video zijn het bijbehorende beeld. Hij beoefent een omvangrijke vorm van performance-kunst. Daartoe werkt hij samen met tal van andere kunstenaars en ontwerpers – Tony Visconti, Brian Eno, Guy Peellaert (voor de hoes van ‘Diamond Dogs’), Kansai Yamamoto, Alexander McQueen (het sleetse, bewust gehavende Union Jack-jasje voor ‘Earthling’), om een aantal te noemen. Elk boek dat hij leest, elke film die hij ziet en alle kunst die hij leert kennen slaat hij op als mogelijke invloed. Van de anti-burgermankunst van Tristan Tzara tot films van Stanley Kubrick, van de Duitse expressionistische films tot kabuki, vaudeville en het Weimar-cabaret – naast alle maatschappelijke ontwikkelingen die hij waarneemt: Bowie pakt elementen, integreert ze en vormt ze om voor zijn eigen totaalkunst.

Het laatste onderdeel van de tentoonstelling is in een hoge zaal met wandgrote projecties van live-shows. Soms overal om je heen hetzelfde beeld, soms verschillende beelden, gecombineerd met een indrukwekkend sound surround, waarvoor de credits naar Sennheiser gaan. Een deel van de beelden wordt geprojecteerd op semi-transparante doeken, waarachter wederom kostuums te zien zijn. Net zoals veel van de perscollega’s kan ik me moeilijk losrukken. Ik loop rond, ik ga ergens zitten, ik loop weer rond, maar ik wil blijven kijken en luisteren, me onderdompelen en laten meevoeren door de live-opnamen van diverse concerten. Er verschijnen gelijktijdig drie live-versies van ‘Heroes’: concerten uit verschillende perioden. Je kunt ze vergelijken door met je headset naar een van de projectiedoeken te lopen. Indrukwekkend. Het zijn drie shows van ruim na de Berlijnse jaren, helaas. Die tour uit 1978, ik kan hem weer niet inhalen.

Gezien: David Bowie is – te zien in het Groninger Museum, 11 december 2015 – 13 maart 2016


Reacties