Martin Atkins startte Pigface tijdens een tour met Ministry (de tijd van ‘The Mind Is a Terrible Thing To Taste’). Eerder drumde de Engelsman al bij Public Image Ltd. en Brian Brain, en later onder meer bij Murder Inc. en Nine Inch Nails. Pigface is echter steevast zijn eigen geesteskind gebleven, alwaar hij met tientallen al dan niet bekende muzikanten – in het begin vooral actief in de Wax Trax-catalogus, maar later ook veel breder – samenwerkte om zijn visie vorm te geven. Dat zorgt er uiteraard voor dat elke Pigface-plaat, afhankelijk van de deelnemers, helemaal anders klinkt. Het onverwachte viert steevast hoogtij.
Voor ‘The Howler – An English Breakfast’, voor het eerst op vinyl trouwens, koos Atkins, door een ontmoeting met Genesis P.Orridge in het huis van Sharon Tate. Daar was hij op zoek naar Trent Reznor, maar ontmoette er, in Reznors afwezigheid, P. Orridge en Timothy Leary. Hij nodigde P. Orridge uit om een spoken word-tekst voor te dragen op een set dubby beats die Atkins maakte met BobDog (sitar), Dave Wright (elektronica, Not Breathing) en loops van de hand van Mick Harris (Scorn, Painkiller, Napalm Death).
P. Orridge was haar tekstvellen vergeten; Atkins had een fax en hop met de geit. Een uurtje in de studio later kon Atkins aan de slag met de inbreng van zijn kompanen, met een soundtrack doordrenkt van loodzware dubby bassen en die typische stem als uitstekend resultaat. De vier nummers dompelen ons onder in de atmosfeer waar Scorn in zijn beginjaren zo goed in was, en maken dat we deze plaat tot een monument binnen het Pigface-universum bombarderen.
