728x90 MM

Maariv

Preston Swirnoff uit San Diego is een bezig baasje. Hij speelt samen met Ilya Monosov in de primaire rockbands The Shining Path en Monosov Swirnoff, produceert logge dub als Habitat Sound System en maakt daarenboven schitterend elektro-akoestisch solowerk. Een proeve van dat laatste vinden we op ‘Maariv’, een cd die hij opnam in zijn huisstudio The Habitat, in de periode 2004-2005. Vier inventieve, ritueel aandoende drones staan er op, geïnspireerd op het minimalisme van de twintigste eeuw, rituele drones en experimenten met tape. Daarvoor gebruikt hij een brede waaier aan instrumenten. Opener ‘For Piano And Electronics’ is een schoolvoorbeeld van een minimalistisch nummer dat pianoklanken en elektronica in elkaar laat opgaan, met elkaar verweven tot we als luisteraar niet meer weten welke klank van welk instrument komt. ‘For A Room Full Of Organs’ is geïnspireerd op het werk van Gyorgy Ligeti. Meerdere orgels gaan een klankenspel met elkaar aan, een kakofonie opwekkend die al jaren in het hoofd van de muzikant furore maakte. Swirnoff gaat telkens uit van een eenvoudige premisse en een simpele setting maar slaagt er over de hele lijn in een complexe waaier aan klanken te produceren die zijn drones ver doen uitsteken boven het maaiveld van drones-artiesten. Renderizors is een gelegenheidsproject van leden van de Nieuw-Zeelandse bands Sandoz Lab Technicians en The Renderers. De opnames op ‘Submarine’ werden al in 2000 opgenomen, maar technische problemen met het in verstilde schoonheid grossierende, twaalf minuten beslaande sleutelnummer ‘Twister’ zorgden ervoor dat deze opnames al die jaren op de plank bleven liggen. De basis voor de acht nummers vormen dan wel drones, die worden aangevuld met bevreemdende geluiden, noisefragmenten, geïmproviseerde fragmenten én folkmelodieën. Deze verweving van verschillende genres zorgt voor een heel apart geluid dat telkens weer indruk maakt en nieuwe details laat horen. ‘Submarine’ ontluikt gradueel tot een psychedelisch aandoend rijk klankentapijt dat atmosfeer koppelt aan structuren die soms heel dicht bij (noise)rock aanleunen. Het label propageert deze cd als een gemiste kans voor David Lynch, die deze cd als soundtrack voor zijn film ‘Inland Empire’ kon hebben gebruikt. En Chris Moon, labelbaas van Last Visible Dog, heeft nog gelijk ook. Na ‘Last Days Of The Sun’ (zie GC #83) is het nu de beurt aan ‘Touch’, een plaat uit 1993 van de Nieuw-Zeelandse band The Terminals, om ons opnieuw versteld te doen staan. ‘Touch’ heeft namelijk nog niets aan kracht ingeboet. De donkere stem van Stephen Cogle blijft dominerend, en sleept ons mee in surrealistisch aandoende teksten die werden aangeleverd door drummer Peter Stapleton. Aanstekelijke riffs en aanhoudend geëxperimenteer met allerlei effecten maakt van deze plaat meer dan zomaar een gitaarplaat. Slepend en melancholisch tegelijk is ‘Touch’ nog beter dan ‘Last Days Of The Sun’, een plaat die ook al niet van de minste bleek te zijn. Deze heruitgave bevat bovendien een prachtige cover van het nummer ‘Native Waiter’ van Victor Dimisich Band. Een uitgelezen kans om kennis te maken met een band die muziek maakte die ook nu nog relevant klinkt.

tekst:
Patrick Bruneel
geplaatst:
ma 5 jan 2015

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!