Douglas Quin, ooit omschreven als de ‘Audubon of audio’, heeft de wereld rondgereisd om natuuropnamen te maken. Met een achtergrond in elektronische muziek en compositie ontwikkelde hij een scherp oor voor geluiden die hem omringen. Hij zocht die op aan de noordelijke en zuidelijke uiteinden van de aarde. Hij bezocht gebieden die door menselijk handelen bedreigd worden in Madagaskar, Brazilië en de eilandengroep Nieuw-Caledonië, ten oosten van Australië in de Stille Oceaan.
Anders dan collega Francisco López geeft hij informatie over de soorten die op zijn albums te horen zijn en over de omstandigheden waaronder hij heeft gewerkt. Quin stelt de resultaten van dat werk tegenwoordig online beschikbaar via Bandcamp. Zodoende is hij niet gebonden aan een maximumlengte en zijn er geen kosten voor het persen van cd’s en de distributie. Aangezien hij geen plastic en papier nodig heeft, verlicht het zijn ecologische voetafdruk. Een van die albums is ‘Aruba | Arikok’, met opnamen die hij in het gelijknamige nationale park (waarschijnlijk genoemd naar voormalige plantage-eigenaar Arie Kok) maakte, op plekken waar het geluid van menselijke activiteit minimaal was.
Voor twee van de drie tracks stelde hij zijn microfoons op om de geluiden tijdens de ochtendschemering vast te leggen: veel vogels, maar bij tijd en wijle ook zwermen vliegen. Maar vooral grote akoestische diepte. Die tracks worden gescheiden door een kwartier lang gefladder van vleermuizen en het druppelen van water in de Quadirikiri-grot. Dat fladderen kan binnenkort tot het verleden behoren, vreest Quin. Door menselijke activiteit.
