Expo

Op zoek naar nieuwe mogelijkheden


Wijlen Otto Piene (1928-2014) was een van de oprichters van de invloedrijke ZERO-beweging. Zijn naam kwam dan ook vaak voorbij in recente exposities en publicaties die dat erfgoed in kaart brengen. Nu biedt het Arp Museum een mooie kans om nader kennis te maken met deze markante kunstenaar.

Het blijft mooi om te zien hoe ZERO vanaf het begin van de jaren 2004 opnieuw onder de aandacht gebracht wordt, door middel van uitstekende exposities en publicaties – alleen al de afgelopen vier jaar was het smullen. De naam Otto Piene dook altijd op, als een van de oprichters van de beweging. In diverse Nederlandse groepstentoonstellingen, van ZERO (Stedelijk) tot kinetische kunst (Kunsthal), was er ook werk van hem te zien. Hoe sterk dat ook kon zijn, hij stak er niet bovenuit zoals veel bekendere collega’s als Jan Schoonhoven of Yves Klein doen. Alleen al daarom is het fijn dat het Arp Museum een expositie rond hem houdt, zodat je nader kennis met deze eigenzinnige kunstenaar kunt maken.

Schilderen met vuur

Een traditioneel retrospectief is ‘Alchemist und Himmelsstürmer’ niet. Dat is sowieso niet het idee geweest, gezien een specifieke collectie Piene-werken de basis van de expositie is. Bovendien is de geboden achtergrondinformatie te summier voor een retrospectief, en de selectie toch te beperkt. Het aantal kunstwerken is niet heel groot en de nadruk ligt duidelijk op twee kanten van Pienes brede oeuvre. De titel verklapt het eigenlijk al: de expositie draait enerzijds om zijn bijna machoachtige omgang met materie, en anderzijds zijn kosmische fascinaties.

Dat laatste is te zien in ruimtegerelateerde titels als ‘Komet’ (1973), al kunnen de bijhorende kunstwerken vaak redelijk abstract zijn. Die thematiek zorgt voor een welkome scheut optimisme, omdat Pienes werk iets agressiefs heeft, iets nihilistisch bijna. Zeker met de zogeheten ‘Feuerbeelden’ is dat het geval: grote doeken waar Piene lak op aanbracht, die hij vervolgens in de fik zette. Dat gaf de ‘schilderijen’ (een vrij relatieve term in deze context) een beschadigd canvas, met schroeiplekken of juist delen die uitzetten en opbolden. Het doek is niet langer één plat vlak. Er is overigens een opmerkelijk verschil met Fontana: waar diens sneden als het ware naar achter bewegen, bewegen Pienes ruimtelijke ingrepen zich echter vaak naar de voorkant, richting de toeschouwer. Op eenzelfde manier koos hij graag voor zilver- en goudachtige kleuren, omdat die reflecteren – wederom een beweging naar buiten.

Het is jammer dat er weinig achtergrondinformatie over Piene, ZERO en de afzonderlijke werken geboden wordt. Wie z’n ZERO kent zal Pienes werk in die context kunnen plaatsen, maar wat extra biografische informatie was ook welkom geweest. Piene werd geboren in Duitsland, en een belangrijk deel van zijn jeugdjaren werd beheerst door de Tweede Wereldoorlog. Hij bleef zijn leven lang pacifist. Dat werpt toch een ander licht op het werk dat hij (vrij direct) na de oorlog maakte: wel degelijk macho, maar zeker niet nihilistisch. Hij was eerder een optimist met gevoel voor show. Wie bijvoorbeeld ‘ZERO: Let Us Explore the Stars’ in het Stedelijk zag, herkent die houding in de hele beweging. Probeer bovendien eens niet aan die ruimtevaarttitel te denken bij Pienes kosmische thema’s en titels. Die kennis werpt bovendien ook een ander licht op zijn werk. De zwartgeblakerde schilderijen zou je misschien kunnen zien als een soort verbeeldingen van oorlogsgruwelijkheden (je zou bij die schilderijen zelfs aan Armando kunnen denken, of Anselm Kiefer), maar zijn door de biografische context eerder een manier om vol goede moed verder te gaan – bijvoorbeeld door de grenzen van de vertrouwde kunstvormen eens lekker op te rekken en op zoek te gaan naar nieuwe mogelijkheden.

Lichtkamer

De grootste nadruk van ‘Alchemist und Himmelsstürmer’ ligt echter niet op het kosmische, maar op het materiaalgebruik. Dat wordt nog eens extra aangezet door werk van Lucio Fontana (1899-1968) exposeren, die door de ZERO-kunstenaars als een grote voorloper gezien werd en die met de beweging bevriend raakte. Verschillende van zijn ‘Concetto Spaziale’-werken (‘ruimtelijk concept’) zijn aanwezig: doeken waarin hij gaten en sneden maakte, om er zo een soort sculpturen van te maken. Ook Fontana wordt in het kosmische verhaal geplaatst, door middel van zijn ‘Spheres’-sculpturen, waar je meteoren, planeten of andere hemellichamen in kunt zien. De sneden die daarin te zien zijn, doen onmiddellijk denken aan het werk waar hij beroemd mee is geworden – alsof er maar een dunne grens is tussen een ‘schilderij’ en een sculptuur. Het moet gezegd worden, Piene maakte die grens nog een stuk dunner met zijn kubusvormige sculpturen en zijn keramieken waarin kleur een veel sterkere rol speelt. Kleuren lopen uit of door elkaar heen; kunstwerk lijken gewoonweg te weigeren om een monochroom te worden. Bovendien laat de aanwezigheid van Fontana nog iets anders zien: dat Piene zich meer dan staande weet te houden naast zijn veel bekendere collega, vriend en inspirator.

Voor ‘Alchemist und Himmelsstürmer’ is een fraaie selectie uit het sterk materiaalgerichte werk van Piene bijeengebracht, maar verder is er toch betrekkelijk weinig aandacht voor andere kanten van zijn oeuvre. Hij was bijvoorbeeld ook zeer geïnteresseerd in technologische kunst, installaties en het werken met licht. Die kanten blijven nu helaas grotendeels buiten beeld. Dat wordt enigszins gecompenseerd met de betoverende installatie ‘Lichtraum Jena’ (2007), met een wand vol gaatjes en met bewegende lampen. Die eerste doen zowel denken aan een sterrenstelsel als aan het werk van Fontana (Piene en zijn ZERO-samenzweerders Heinz Mack en Günther Uecker maakten in 1964 trouwens een vergelijkbare lichtkamer, die de ondertitel ‘Hommage à Fontana’ meekreeg). Heel veel van Pienes werkt komt erin samen: ZERO, Fontana, techniek, beweging, licht, gevoel voor theater en effect. In al die samengebalde compleetheid is het misschien wel het mooiste kunstwerk van de expositie.

‘Alchemist und Himmelsstürmer’ is tot en met 5 januari 2020 te zien in het Arp Museum Bahnhof Rolandseck, in Remagen.


Reacties