Blog Dossier Klank&Komma 2023 Magazine

Ontwaken in de marge


In het essay ‘Ontwaken In De Marge’ doorloopt Martien van Agtmaal zijn persoonlijke muziekgeschiedenis, hij onderzoekt zijn liefde voor noise en vindt troost bij gelijkgestemden.

De artiest betreedt onder applaus en gefluit het podium. De zaal van het Amsterdamse OCCII is klein, donker zoals elk underground concertzaaltje en opvallend rookvrij. Het publiek is een grove vermenigvuldiging van mezelf: het bestaat voor negentig procent uit mannen, zonder uitzondering in het zwart gekleed, op het oog broodnuchter, tussen de dertig en de vijftig, weinig geschoren kaken, een kalm soort ongeduld voor wat komen gaat.

***

Mijn vader klopt op mijn deur. Ik heb zijn voetstappen op de trap niet gehoord. Of ik mijn muziek wat zachter wil zetten, zo kan hij niet werken. Ik luister onophoudelijk naar de ‘Grandmix’ van 1988, gemaakt door Ben Liebrand, uitgezonden door Veronica op Radio3. Bij ‘It Would Take A Strong Man’ van Rick Astley is kant A van het cassettebandje vol en moet ik het omdraaien voor het tweede halfuur.
Mijn vader heeft correctiewerk, de eindexamens zijn begonnen. Hij hoort in zijn werkkamer alles van mijn radio-cassetterecorder. Docent Nederlands, ik begrijp niet hoe mensen uit vrije wil op een school zouden willen werken. Mijn moeder ziet mij wel naar de TU Delft gaan, later.

***

De zaal stroomt vol, hoewel deze avond hier al meer dan een uur geleden begonnen is. Mooi, want ik heb een vermoeden wat de noiseartiest Vomir gaat doen als hij een plastic tasje aangereikt krijgt. Of nee, ik heb me toch vergist: niet het plastic tasje, maar de zwarte leren kap die hij eruit tevoorschijn haalt trekt hij over zijn hoofd. Sommige mensen zie ik rillen. De vrouw naast me draait haar hoofd in afschuw weg. Vomir draait een knop om, letterlijk, en blijft met licht gespreide armen als bevroren stilstaan.

***

Tijdens mijn studie Nederlands krijgen we les in close reading, in de theorieën van Wellek en Warren, in de hermeneutische cirkel. We lezen Lucebert. Ik leer: wat op het eerste gezicht onbegrijpelijk is, kan dat op het tiende gezicht nog steeds zijn. Maar ook: onbegrijpelijk is niet hetzelfde als onzinnig. De taal, de woorden, de klanken, het wit tussen de regels: alles heeft een effect. Bovendien blijkt er wel degelijk een aannemelijke betekenis aan Luceberts poëzie toe te kennen. Het is misschien wel mijn eerste echte ervaring met abstracte kunst, iets wat in Delft tijdens mijn studie industrieel ontwerpen niet aan de orde is geweest. Ik luister in die tijd naar de drum-’n-bassverzamelaars van LTJ Bukem, triphop van de labels Mo’ Wax en Ninja Tune, naar ‘Kid A’ van Radiohead.

***

In de jaren dat mijn moeder ziek is draai ik Machinefabriek, wiens debuutalbum ‘Marijn’ ik in 2006 ontdekte via een Mind The Gap-cd. ‘J’espere Ca’ (sic) stond daarop: een rustig en eenvoudig pianostuk dat langzaam overspoeld wordt door een lawine aan elektronische ruis. Ik weet niet meteen wat ik ervan moet vinden, maar iets erin blijft me aantrekken.
Ik ga regelmatig in de weekenden naar mijn ouders, niet echt om te helpen, maar meer om er gewoon te zijn. In het eenpersoonsbed op mijn vroegere zolderkamer luister ik op de radio-cd-speler tot diep in de nacht naar Machinefabrieks experimentele, filmische soundscapes met veel ruimte voor stilte. Stilte die afgewisseld wordt met vriendelijke of schrille noise, alles eerder analoog dan digitaal, al weet ik niet hoe je dat exact kunt horen. Wat doet die noise met me?

***

Gaston Bachelard was een wetenschapsfilosoof die zich toelegde op de fenomenologie van de verbeeldingskracht. Bij hem lees ik iets over poëzie, dat denk ik ook waar is voor noise. Bachelard meent dat bij poëzie de verbeelding plaatsvindt in de marge, precies daar waar de onwerkelijkheid het slapende wezen, dat verloren is in zijn automatismen, gaat charmeren of verstoren – en altijd wakker maakt.

***

Tijdens mijn werk in de stille docentenkantine op de negende verdieping van een hogeschoolgebouw ontdek ik op de Luisterpaal van de VPRO Glice, een tweemans noiseformatie waarvan ik verschillende optredens in Amsterdam zal bijwonen. Ik luister nog steeds naar Machinefabriek, wiens oeuvre zich in hoog tempo in verschillende richtingen ontvouwt. Het werk als docent Nederlands combineer ik met het schrijven van theaterteksten en, in kleine beetjes, het schrijven van verhalen en aanzetten tot iets wat een roman zal worden.

***

Later gebruik ik noise: niet alleen om medetreinreizigers of bladblazers niet meer te horen, maar ook om tot creativiteit te komen. De spectrale rijkdom van deze abstracte muziek begint steeds meer op te vallen, elke kleine verandering krijgt betekenis – alsof je inzoomt op een kustlijn die van kilometers hoogte gezien recht lijkt te zijn, maar van dichtbij uit bochten, inhammen en kreekjes bestaat. En ik begin een mensenhand in het abstracte te herkennen: de kleur van het geluid, de afwisseling, de hang naar een sonisch avontuur. Ik luister naar Mo*te, The Rita, The Cherry Point, Kazumoto Endo, Joe Hassick.

***

De harsh noise wall die Vomir in OCCII heeft opgetrokken bestaat uit soorten ruis in alle kleuren, door elkaar en keihard. Onveranderlijk en compromisloos zoals de houding waarin de man blijft staan. De zaal is inmiddels volgestroomd, het publiek bestaat niet meer uit voornamelijk mannen. Ik zie één iemand die niet in het zwart gekleed is. Een jongen en een meisje staan verstrengeld te wiegen op het oorverdovende geraas. Ik vind het ontroerend hoe iedereen luistert en kijkt naar een man met een leren kap over zijn hoofd. Michel Faber, de schrijver van ‘Listen. On Music, Sound and Us’, zou zeggen dat wij in deze zaal onze stam gevonden hebben. Gaston Bachelard zou zeggen dat we poëzie ontdekt hebben in de marge, en er samen getuige van zijn hoe die het slapende wezen wakker maakt. We horen op de een of andere manier bij elkaar. Ook dat meisje in fluorroze.


Martien van Agtmaal
Martien van Agtmaal is redacteur bij de literaire platformen De Optimist en De Nieuwe Garde en docent Nederlands. In oktober 2023 verscheen bij uitgeverij Van Oorschot ‘Het Objectief’, zijn debuutroman, waarin tijd en muziek terugkerende thema’s zijn.


Dit artikel verscheen eerder in GC #179.

Koop deze editie in onze webshop!

Reacties