Geluid

Flying Horseman

Night is Long

Artiest:Flying Horseman
Titel:Night Is Long
Label:Unday Records

www.flyinghorseman.be

‘Night Is Long’ is de vierde plaat van Flying Horseman. De vijfde voor de freaks die de cd-r ‘Echoes’ in de kast hebben staan (schuldig). Bovendien heeft frontman Bert Dockx nog drie platen van Dans Dans en één als Strand (Dockx in het Nederlands) op zijn conto. Dat zijn dus acht (negen) uitstekende platen op vijf jaar. We hebben Dockx aan een plakkerige Antwerpse toog dan ook wel eens toevertrouwd dat het hoog tijd werd dat hij eens iets maakte dat middelmatig genoeg was om onze pen eindelijk eens in vitriool te kunnen dopen – kwestie van de ‘k’ van kritisch in onze titel van criticus te verantwoorden. Twee luisterbeurten lang dachten we dat het dit keer een béétje prijs was. Het leek erop dat Dockx en co een plaat hadden gemaakt die weliswaar weer perfect, diep en gedetailleerd klonk (wederom hulde aan producer Koen Gisen), naar goede gewoonte tsjokvol met prima tot uitstekende songs stond, in arrangementen die tussen ingehoud-verfijnd en extatisch schipperden, maar ons nergens écht de keel dicht kneep. Geen idee wat ons bezielde tijdens die twee eerste draaibeurten, want halverwege de derde, tijdens ‘We Are One’, werden we midscheeps getroffen door de combinatie van de stemmen van de zussen Maieu, Dockx’ kwetsbare, tussen prevel en verlichting laverende zang en Alfredo Bravo’s subtiele elektronische percussie. De puzzelstukken vielen meteen op hun plek en sindsdien zijn er weinig nachten voorbijgegaan zonder dat we ons minstens één keer aan ‘Night Is Long’ laafden. Opener ‘Wild Colours’ heeft naast Talking Heads én Television gelegen, en van allebei de vlooien geërfd – de kreupele funk en luie afro van Byrne en de mannen, de neurotische gitaarduetten van Tom Verlaine en Richard Lloyd. ‘Faithfully Yours’ evolueert van een synthsleper die ons aan Mark Sandmans Morphine doet denken naar een weldadig bad van delaygitaren, om vervolgens weer plechtstatig te slepen, maar niet zonder onderweg een paar keer een geweldig refrein – “nighttime is the right time” – aan te doen. ‘Spider’ drijft op een heerlijk understated groove, waarop het niet onaangenaam heupwiegen is, en maakt ons – ondanks onheilspellende zinswenden à la “we are the next batch, we come crawling under your door tonight” – toch voorzichtig-blij. Het zou ook aan de hogelijk psychedelische gitaarerupties kunnen liggen. Opvallende vaststelling: de algemene toon – tekst en muziek opgeteld – op ‘Night Is Long’ is een halve gradatie lichter dan op het voorgaande Flying Horseman werk. Dockx was weliswaar nooit overdreven expliciet in zijn teksten, maar op ‘City / Same City’ was het toch soms moeilijk één en ander niet politiek te interpreteren. Op ‘Night is Long’ zijn de teksten weer meer introspectief, in zoverre dat Dockx in een recent interview aangaf dat het hem zélf niet helemaal duidelijk was waar ‘Brother’ – met zinsneden als “I put my boot on you and marvel at the sound then I rebuild you like towers mountain-sized” – over gaat. De song begint als een gepreveld gedicht, maar daar wordt meteen een uiterst dansbare groove en een heerlijk losbarstende gitaarlijn onder gemikt, om te besluiten met een serie orgastische finales. Maar het zijn de vier laatste songs die het sterkste luik van de plaat vormen. Te beginnen met het ingetogen ‘Sunsets’, dat ons op amper vier minuten – een niemendalletje naar Flying Horseman-normen – alle hoeken van de kamer laat zien. Alfredo Bravo breit er bovendien een prachtige drum-outro aan. ‘Money’ start swingend én strijdvaardig – het is niet de eerste keer dat we aan The Gun Club moeten denken – om na drie minuten terug te vallen op een metronomische dreun en vervolgens stukje bij beetje weer op te bouwen tot één van de spannendste én beklemmendste nummers die we al van Flying Horseman mochten horen. Tip: zoek de abstracte video die Philippe Werkers maakte voor ‘Money’ op youtube, doe het licht uit, en leun achterover. Soms kan Flying Horseman ook supersimpel zijn. Zo is ‘Chaos’ een deugddoende levensles, vermomd als een lui blueske. De afsluitende plaatkant is helemaal gereserveerd voor ‘Night Is Long’, dat start met een bedrieglijk simpel synth-thema, een lyrische zanglijn en een sierlijk krullende gitaar, maar spoedig ontspoort in een instrumentaal geluidsschilderij, dat ons aan het beste van Talk Talk herinnert. Het zijn tien heerlijke minuten outro, en het bewijs dat Flying Horseman ook na vier platen nog onontgonnen terrein kan aanboren. En dat is slecht nieuws voor onze street-cred, maar mooi nieuws voor de toekomst.

Comments

Reacties


Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.



%d bloggers liken dit: