Sloop de ivoren toren met Nicolle Lamerichs


De universitaire wereld is zich de afgelopen jaren steeds meer gaan spiegelen aan grote bedrijven. Een toegenomen focus op targets, publicatiedruk en het symbolische kapitaal gekoppeld aan artikelreferenties. Nicolle Lamerichs zoekt haar eigen weg: ze neemt als academicus positie te midden van de maatschappij.

“In een minuut je liedje doen of je boek pitchen. Het lijkt wel een intellectuele aversie tegen en allergie voor diepgang.” Er is duidelijk sprake van vervlakking in het publieke debat in Nederland, constateert Nicolle Lamerichs (Brunssum, 1986). Journalistiek en academisch onderzoek zouden juist naar elkaar toe moeten groeien, meent ze. In haar eigen vakgebied, de fancultuur, ziet Lamerichs dat gelukkig al ontstaan: “We zitten in een participatiecultuur, mede mogelijk gemaakt door sociale media. We interacteren met series, schrijvers, karakters en andere fans. Dat maakt alles veel zichtbaarder. Vroeger moest je als fan naar die ene jaarlijkse Star Trek-conventie in San Diego toe; nu ontmoet je elkaar eerst op internet en dan later wellicht op een van de vele conventies. Rollen lopen in elkaar over. Zeker die van fan en maker.
Televisieseries zijn momenteel een interessante reflectie op de wereld waarin we leven: een hoogtechnologische samenleving met problemen als klimaatverandering, haperende economische systemen en bio-industrie.” Daar zijn geen algemene oplossingen voor. Dus worden er steeds meer verhalen vertelt, legt Lamerichs uit: “Vroeger, ten tijde van de Oude Griekse cultuur bijvoorbeeld, maakte je deel uit van het overkoepelende verhaal. Je vormde en vervormde mee de waarheid. Dat is door nieuwe media voor een deel terug. Mensen gaan op nieuwe manieren ontwerpen en participeren. Verhalen zijn dus niet meer af, er is geen auteur meer die boven iedereen staat en bepaalt wat de waarheid is. Die ontwikkeling vind ik heel erg cool.” Ze neemt kleine slokjes van haar thee, weegt haar woorden zorgvuldig, spreekt vol passie over haar werk. We zitten in de Brandweer-Kantine, een café annex hangplek voor creatieven in hartje Maastricht, op een steenworp afstand van de plek waar Lamerichs vorig jaar promoveerde aan de Faculty of Arts and Social Sciences van de Universiteit Maastricht.

Valorisatie
In haar proefschrift ’Productive Fandom: Intermediality and Affective Reception in Fan Cultures’ begeeft ze zich op het raakvlak van allerlei academische disciplines. “Dat kan tegenwoordig ook niet meer anders”, zegt Lamerichs beslist. “Om een cultuur, in mijn geval die van fans, te doorgronden, moet je in staat zijn de context te snappen en daar komt heel veel bij kijken. Wat is de cultuur van het fan zijn? Maar ook: wat maakt iets tot fans, en hoe gaat dat? Ook mediastudies en gamestudies spelen een steeds belangrijker rol. Objectief onderzoek bestaat niet. Ook niet in een scheikundig laboratorium. Daar neem je als individueel onderzoeker eveneens beslissingen over de uitgangspunten van je onderzoek. Zo ga ik ook te werk, en door mijn uitgangspunten te beschrijven, neem ik mijn lezers mee in mijn onderzoeksproces.” Het vertalen van onderzoek naar praktijk, valorisatie, neemt een belangrijke plaats in bij kennisinstellingen en is een speerpunt van de Universiteit Maastricht.
De roep om valorisatie wordt meer en meer omgezet in het samenwerken met het bedrijfsleven, meent Lamerichs, en “dat leidt niet altijd tot beter onderzoek”. Sterker nog: vaak legt de financiële druk vanuit het bedrijfsleven een hoge druk op onderzoekers om vooral te denken in termen van toepasbaarheid. Academische onafhankelijkheid is dan lastig in te passen. Lamerichs heeft niets tegen het versmelten van de academische wereld met de maatschappelijke werkelijkheid. Sterker nog: daar maakt ze zich juist hard voor. “Zeker in mijn vakgebied is er geen duidelijke grens. Ik ben zelf onderdeel van de wereld die ik onderzoek; dat is bij klassieke wetenschap niet het geval. Het is jammer dat wetenschappers niet worden gestimuleerd om een actievere rol in te nemen in de publieke ruimte.”

Inbelverbinding
Een rol die Lamerichs op het lijf is geschreven. Ze blogt regelmatig, spreekt op conferenties en neemt deel aan paneldiscussies. Al voordat ze na de middelbare school naar de universiteit toog, was Lamerichs onderdeel van de cultuur die ze nu onderzoekt. Als fan hing ze rond op fora, communiceerde ze via gelijkgestemden over de hele wereld. “In die tijd gebruikte je nog een inbelverbinding om op het internet te komen. Ik schreef een stukje tekst, maakte verbinding met internet, zette het online en logde weer uit. En daarna probeerde ik mijn nieuwsgierigheid te bedwingen om direct weer in te loggen, om te kijken of er al iemand had gereageerd”, lacht ze.
Tijdens de studie Cultuurwetenschappen leerde ze interdisciplinair te denken en te onderzoeken. Dat is zeker geen vanzelfsprekend in de academische wereld, weet Lamerichs uit eigen ervaring. Ze werkte bij de Faculty of Arts and Social Sciences aan de Universiteit van Maastricht, waar filosofen, historici, en sociologen samenwerkten. Ook was ze verbonden aan de Universiteit van Utrecht, aan het departement Media- en Cultuurwetenschappen, waar mediastudies dominant zijn.
Sinds kort doceert en onderzoekt ze aan de internationale opleiding International Communication and Science bij de Hogeschool van Utrecht. “Bij de oudere garde heerst nog het idee dat de universiteit staat voor theorie en het Hoger Beroeps Onderwijs voor praktijk. Dat verschil is helemaal niet meer zo strikt. In Nederland wordt de kloof als groot gezien, maar dat hoeft niet zo te zijn”. Gelukkig begint de academische wereld zich te roeren, vertelt Lamerichs enthousiast. Ze verwijst naar de bezetting van het Maagdenhuis in Amsterdam, ten tijde van het interview in volle gang, en de oprichting van De Nieuwe Universiteit, een beweging tegen het rendementsdenken in het hoger onderwijs.” Die ontwikkelingen tegen verregaande bureaucratisering en uitholling van het onderwijs hebben haar sympathie.

Onafhankelijkheid
Er is genoeg mis in het onderwijs anno 2015, maar, benadrukt Lamerichs, zij werkt er toch met ontzettend veel plezier. Niet verbonden zijn aan een onderwijsinstelling is voor een independent scholar, een onafhankelijk academisch onderzoeker, lastig. Lamerichs was het een jaar na haar promotie. “Je kunt een eindje komen als je een ondernemende houding hebt: wat colleges doen op verschillende plekken en jezelf als consultant of expert in de markt zetten. Maar om onderzoeksgelden te werven, moet je een thuisbasis hebben. Publiceren in belangrijke wetenschappelijke journals is er voor independent scholars niet bij, en het raadplegen ervan is zelfs onbetaalbaar of ontoegankelijk zonder toegang vanuit een onderwijsinstelling. “De academische wereld is een auteurswereld. Een boek staat er voor de waarheid. Publiceren is essentieel, liefst in journals met een selectieve groep lezers, en daarna stopt het. Dat is zonde. Wetenschap moet veel opener zijn. Je werk is helemaal niet af wanneer het gepubliceerd is. De reacties erop horen net zo goed bij het academisch discours. Ik publiceer zelf vooral in open-access journals, die voor iedereen toegankelijk zijn. Verder schrijf ik blogs en upload ik mijn papers op academia.edu. Zo kan iedereen die interesse heeft, mijn werk lezen. Wetenschappelijk werk zou vrij toegankelijk moeten zijn en niet verborgen achter een betaalmuur. Uitgevers van journals en wetenschappelijke literatuur verdienen veel geld. Voor academici betekent dat schipperen tussen je autonomie en de publicatieregels, én schipperen tussen auteurschap en de nieuwe wereld.” Lamerichs schrijft recensies voor Aniway, een door fans gemaakt tijdschrift over Japanse populaire cultuur. Tevens is ze voorzitter van YaYCon, Yaoi and Yuri Convention. Het festival onderzoekt gender en seksualiteit in Japanse populaire cultuur, trekt jaarlijks honderden bezoekers en bestaat uit lezingen, panels en workshops. De zesde editie, die plaatsvond in het Icoontheater in Amersfoort en het thema Crime and Punishment droeg, is net achter de rug.

Participatie
Fancultuur wordt nog niet altijd serieus genomen. De mediarepresentatie is vaak oppervlakkig en gemakkelijk. “Fans worden vaak gezien als zielig, gewelddadig en lui. Pleegt een fan een moord, dan zijn meteen álle fans gek. Fans zijn heel veel met hun hobby bezig, en dat wordt toch gezien als vreemd en dus slecht.” Jammer, vindt Lamerichs. En onnodig. Onderzoekers en journalisten zouden meer naar elkaar toe kunnen groeien, om zo te komen tot betere en diepgaandere berichtgeving. Ze werkte zelf regelmatig samen met Tamar Stelling van NRC.Next. Dat leverde goede artikelen op. “Maar als de journalist niet meer de moeite neemt om goed onderzoek te doen, dan gaat het mis.” Neem bijvoorbeeld ’Fifty Shades of Grey’, fan-fictie die gebaseerd is op de ‘Twilight’-reeks van schrijfster Stephenie Meyer. “Daar wordt zo denigrerend over gedaan. Er is vanuit allerlei hoeken kritiek op het boek.” Dat BDSM – een seksuele voorkeur waarin, met wederzijds goedvinden, scheve machtsverhoudingen centraal staan – in het boek geen gezonde levensstijl weerspiegelt, bijvoorbeeld. Of dat auteur E.L. James veel geld verdient aan iets dat weinig meer is dan een parodie op een boekenreeks van een andere auteur. Of neem het artikel over ‘Harry Potter and the Methods of Rationality’, fanfictie van blogger Eliezer Yudkowsky die het ‘boek’ in vijf jaar tijd online publiceerde en duizenden lezers verzamelde, dat onlangs in NRC.Next verscheen. De journalist schreef niet alleen de titel van het boek verkeerd op, maar duidde eveneens het fenomeen fan-fictie verre van juist. “Het is maar een fan-ding, dan hoef je er niet serieus over te schrijven: dat vind ik zo ontzettend jammer”, zegt Lamerichs. Ze zegt het nog maar eens: onderzoekers moeten de publieke ruimte meer opzoeken, middenin de maatschappij staan. Zoals Lamerichs dus doet.


Dit artikel verscheen eerder in GC #128.

Koop deze editie in onze webshop!

Lees meer

Lees meer over Sloop de Ivoren Toren met Robert Vanderbeeken in GC # 127

Reacties