Corrina Repp en de kracht van liefde

Singer-songwriter Corrina Repp, ex-frontvrouw van Tu Fawning, vond zichzelf dit jaar opnieuw uit met een gloedvolle plaat over hergeboorte. Voor de productie klopte ze aan bij multi-instrumentalist en producer Peter Broderick.

Singer-songwriter Corrina Repp, ex-frontvrouw van Tu Fawning, vond zichzelf dit jaar opnieuw uit met een gloedvolle plaat over hergeboorte. Voor de productie klopte ze aan bij multi-instrumentalist en producer Peter Broderick.

Eigenlijk is ‘The Pattern of Electricity’, Repps nieuwste soloplaat, alweer haar tweede hergeboorte. De eerste maakte ze mee in 2007, toen ze na vijf soloplaten met uiterst minimalistische en trage folk de band Tu Fawning oprichtte met haar toenmalige vriend Joe Haege (ex-31Knots, nu in Vin Blanc / White Wine). Ineens ontpopte de fluisterende folkie zich tot een intrigerende indiepopper met een filmisch bandgeluid, waarin sporen van jaren 1930-jazz terug te vinden waren en percussie een hoofdrol speelde.
De band maakte twee intrigerende platen, trad talloze malen op in de Lage Landen en kreeg veel bijval van muziekcritici. Uiteindelijk verliep het zoals het helaas vaker verloopt met bands waarvan een liefdeskoppel de basis vormt: de liefde eindigde, en daarmee de band. Drie jaar lang hoorden we niets van Repp, totdat we haar dit jaar terugvonden op Incubate met een nieuwe band, een nieuwe plaat en andermaal een gloednieuw geluid: gestroomlijnder dan Tu Fawning, stukken harder dan haar oude solowerk, maar nog altijd met een hang naar duistere film noir-sferen.

Gospel

Die afwezigheid suggereert een werk dat lang in de maak was, maar eigenlijk viel dat mee: de eerste anderhalf jaar na het uiteenvallen van Tu Fawning raakte Repp geen instrument aan. “Ja, dat was een rare tijd. Een hele droevige ook. Ik luisterde nog wel naar muziek, maar vrijwel alleen naar platen van Mississippi Records. Oude gospel, jazz, Afrikaanse muziek – totaal anders dan waar ik daarvoor naar luisterde. Gospel klinkt voor mij altijd heel oprecht, heel authentiek. Alsof de muzikanten die muziek gewoon móésten maken. Ik denk dat dat het was dat me erin aantrok op dat moment. Maar zelf muziek maken kon ik niet.”
Repp hield er naast haar muziek altijd tenminste drie verschillende banen op na – “Ik raak snel verveeld, ik kan niet veertig uur in de week hetzelfde doen” – en stortte zich daar na het einde van Tu Fawning weer op. Maar loslaten kon ze de muziek niet. “Na anderhalf jaar zonder muziek deed ik auditie voor de liveband van tUnE-yArDs. Dat was voor het eerst in lange tijd dat ik ergens voor solliciteerde waar ik echt enorm enthousiast van raakte. Ik kreeg die baan uiteindelijk niet, maar ik beseft me toen dat ik echt weer muziek moest maken.”

Picknick

Met tien nieuwe liedjes klopte ze uiteindelijk aan bij Peter Broderick, de multi-instrumentalist en producer uit Portland die zelf een uitgebreid en eclectisch oeuvre bij elkaar maakte, van verstilde pianocomposities tot fingerpicking-folk en drones, solo en in samenwerking met onder meer Machinefabriek, Nils Frahm, Greg Haines en Efterklang.
“Peter is te gek om mee samen te werken, want hij is zo enthousiast over alles. Ik heb nooit zo veel lol gehad in het maken van een plaat, ook al heeft de plaat hele droevige en emotionele momenten.” Met Broderick werkte ze in een rap tempo – “We hadden niet veel tijd” – en op een niet-alledaagse manier. “Ik zei bijvoorbeeld tegen hem: ik wil dat dit liedje klinkt als een picknick midden in het bos tijdens een maansverduistering. En dan gingen we uitzoeken hoe we dat voor elkaar konden krijgen. Ik heb bijna altijd een beeld in mijn hoofd als ik aan een liedje werk. Ik heb een heel filmische benadering als ik schrijf. En het was Peters idee om in eerste instantie gewoon een heel goede plaat te maken en verder niet na te denken over hoe ik hem later live zou kunnen reproduceren. Dat sprak me heel erg aan.”

Masker

De liedjes op ‘The Pattern of Electricity’ reflecteren op Repps bewogen afgelopen drie jaar in haar leven, maar nergens voelt de plaat als dat inmiddels nogal muffige cliché van het break-up album. Eerder als een volwassen, genuanceerde terugblik van een vrouw die tijdelijk de weg kwijt was.
“Het was de juiste tijd om weer te gaan schrijven. Ik had een flinke pauze genomen en ik voelde niet meer zo veel rauw verdriet over het uiteengaan van Tu Fawning en Joe en mij. Ik had wat perspectief vergaard. En sowieso vind ik het niet zo interessant om al te direct of te omschrijvend te schrijven. De meeste liedjes gaan tenslotte toch over de liefde en gebroken harten. Meer dan de helft van de plaat gaat daarover. Ik vind het dan interessanter om te proberen daar wat poëtischer over te schrijven. Er staat maar één lied op de plaat waarop ik mezelf echt toegestaan heb om mijn masker af te laten, ‘Calm Ass Mofo’. Dat heb ik heel eerlijk en open geschreven, geïnspireerd op de manier waarop de meeste countrynummers geschreven worden. Maar meestal probeer ik er iets van te maken waar iedereen zijn eigen interpretatie aan kan verbinden.”
De nummers hebben thema’s als verlies en het hervinden van je eigen kracht, maar regelmatig zitten er addertjes onder het gras. Zoals in het openingsnummer: ‘The beast lives in the same place / it never really went away.’ “Dat gaat vooral over het gevoel van die hergeboorte zó graag willen, maar tegen allerlei verdriet en verlies aanlopen en heel geduldig moeten zijn in dat proces. Daar gaat een groot deel van de plaat over. Hergeboorte, kracht, geloven in jezelf en hoop. Je verdriet accepteren en weten dat er ook een hoop kracht en schoonheid te vinden is in de duisternis. Uiteindelijk gaat het allemaal over geloven in de liefde. En dat het oké is om door de duisternis te gaan.”

Zingen!

Repp de fluisterende folkie is ondertussen na alle bandavonturen voorgoed verdwenen. “Ik heb in mijn tijd met Tu Fawning zo ongelofelijk veel geleerd over muziek. Ik heb vooral heel veel angsten los kunnen laten. In de manier waarop ik zing, gitaar speel, schrijf. Ik had ook net pas geleerd om echt te zingen, voluit en zonder aarzeling. Dat voelt erg goed, dus ik wilde daar absoluut meer in ontdekken. Ook het schrijven van nummers is een regelrechte bevrijding. Het is alsof je een emotie of een gevoel of moment heel even kunt vasthouden en vereeuwigen. En dan laat je het gaan en kun je weer verder.”
Nu Repp haar inspiratie terug heeft gevonden, hoopt ze die nog even vast te kunnen houden. “Er zijn altijd zo veel plannen. Ik wil dolgraag een plaat maken met mijn huidige liveband. En ik hoop wat meer regelmaat te kunnen aanbrengen in mijn schrijven. Voorheen schreef ik altijd in creatieve uitbarstingen, en daartussen dan een hele lange tijd niets. Het zou fijn zijn als ik wat regelmatiger kan blijven schrijven. Ik weet het niet, het is altijd lastig, want financieel is het nooit ideaal in mijn leven en ben ik nooit echt vrij om te doen wat ik wil. Maar ik weet weer dat ik echt muziek wil blijven maken. Als ik geen muziek maak ben ik gewoon lang niet zo gelukkig.”

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!