Geluid

Sugai Ken & Lieven Martens

Kagiroi


Artiest:Sugai Ken & Lieven Martens
Titel:Kagiroi
Label:Ediçoes CN
Distributeur:Import

Artiest:Hideki Umezawa & Andrew Pekler

Artiest:Lieven Martens


Eilanden spelen de laatste jaren een steeds grotere rol in Lieven Martens’ oeuvre én in de catalogus van Ediçoes CN; en dat is op ‘Two Views Of Amami Ōshima’ niet anders. Kunstenaar-componist Hideki Umezawa reisde schilder Isson Tanaka achterna naar Amami Ōshima om aan een videoinstallatie te werken over Tanaka’s leven op dat Japanse eiland. Met de veldopnames die hij daar maakte, componeerde hij ‘Dokkyaku’, een verfijnde collage van synth- en natuurgeluiden, waarbij nu eens de synths, dan weer de elementen de overhand nemen. Andrew Pekler – die recent nog werk maakte rond ‘fantoomeilanden’ – hanteert een heel andere aanpak. Pekler hoorde Umezawa’s veldopnames en ging daarmee aan de slag, zonder zelf het eiland gezien te hebben. Peklers vertaling is een stuk donkerder dan Umezawa’s visie: met veel lagen synth creëert hij een spookachtige, verontrustende wereld, die minder verhalend werkt dan Umezawa’s meer lineaire stuk. Dikke lagen delay en galm doen de compositie klinken een langerekte dubversie van tumult in het oerwoud: behoorlijk claustrofobe luisterervaring. Op ‘Kagiroi’ volgt Martens een gelijkaardig procedé: zijn basismateriaal zijn veldopnames die Sugai Ken hem aanleverde – documentaire geluidsfragmenten van folkloregroepen en publieke traditionele performances in Tokyo, Toyama en Kyoto. Martens betrekt in zijn bewerking percussionist Jeroen Stevens (I Love Sarah, DAAU) en Roman Hiele, die voor de gelegenheid terugkeert naar de contrabas. Het resultaat, een combinatie van elektronica, veldopnamen en akoestische instrumenten, al dan niet digitaal bewerkt, is een intrigerende trip waarbij vaak onduidelijk blijft wat het precies is wat je hoort. ‘The Habu’ tenslotte is een nieuwe soloworp van Martens op het nieuwe, in Portland gevestigde Poole Music. Voor het inhoudelijke verhaal verwijzen we graag naar de naar goede gewoonte rijkelijk gestoffeerde liner notes. Muzikaal herinnert ‘The Habu’ op een vreemde manier aan Martens’ oude noise-output, met digitale klanken die dusdanig artificieel zijn dat het aanvankelijk licht ongemakkelijk aanvoelt. Martens speelt met sardonisch plezier met ‘plastieken’ piano’s, met suikerspin besnaarde strijkers en Wagneriaanse drumgeluiden. Maar eens je daar doorheen gebeten bent, is de eerste helft van ‘The Habu’ eigenlijk Disneyland on acid zonder risico op een bad trip. De B-kant – ‘The Habu Snake, An Archipelago’ – zit in iets klassiekere Martens-sferen, en is, mede door toevoeging van akoestische fluit- en klarinetpartijen, een prima landingsbaan.

Reacties