Expo

Is de toekomst modernistisch?


Er wordt vaak gezegd dat alles beter gaat, dat het leven makkelijker en luxer wordt. Maar voor wie geldt dat? Onze medewerker Maarten Buser bezocht Lawrence Leks multimediale installatie ‘Nøtel (The Hague)’ en ontdekte een verontrustend toekomsthotel, waarin automatisering hand in hand gaat met volksopstanden.

Van wie is de vooruitgang eigenlijk? Toen er vorig jaar volop aandacht was voor het honderdjarige jubileum van De Stijl, werd er eigenlijk nauwelijks bij stilgestaan dat die beweging eigenlijk mislukt is. De bedoelingen waren goed, ronduit utopisch zelfs: burgers zouden vanzelf betere mensen worden als ze steeds omringend worden door hoogwaardige kunst, design en architectuur. Echter, die grootschalige verheffing heeft nooit plaatsgevonden.
Het verging het modernisme überhaupt niet veel beter. Het beeld van de stroming is dat die beïnvloed werd door de ingrijpende veranderingen tijdens het begin twintigste eeuw: de welvaart groeide, auto’s werden veel gangbaarder in het straatbeeld, en massamedia als film maakten hun opkomst. De houding was optimistisch: alles zou beter worden. Het verhaal wil echter dat het modernisme na de Tweede Wereldoorlog werd weggeduwd door het postmodernisme. De grote verhalen als het fascisme, marxisme, christendom hadden afgedaan, net als – inderdaad – het geloof in de technologische vooruitgang. Ondertussen begon in Nederland in 1966, toen het postmodernisme al lang en breed het stokje overgenomen zou hebben, de bouw van Bijlmer, een grootschalige, Amsterdamse woonwijk. Modernisme-macho Le Corbusier leidde het project.

Virtual reality

Wie Lawrence Leks installatie ‘Nøtel (The Hague)’ bezoekt, zou bijna denken dat het modernisme nooit is geëindigd. Het werk toont een fictief toekomsthotel, dat duidelijk is geënt op Mies van der Rohes Barcelona-paviljoen, maar dan badend in groen licht – als in een sciencefictionfilm. Je kunt het hotel op het scherm in Stroom (Den Haag) bekijken door een spelcomputercontroller te pakken en door het luxe, maar kille gebouw te lopen. Overal duikt het logo op: een ruimteschipachtige O. Hier zijn de modernistische vooruitgangsgedachte en beeldtaal nooit gestorven, maar praktisch geëvolueerd in een decor voor ‘Star Trek’.
Door de expositieruimte schalt constant een opname van een reclamepraatje, dat welke technologische hoogstandjes het hotel allemaal herbergt. De eigenaars gaan er bijvoorbeeld prat op dat het hotel een ‘zero-star rating’ heeft: er werken geen mensen, zodat de hotelgast volledige privacy heeft. Hij wordt bediend door drones (de toekomst is immers geautomatiseerd).
Naast gamen is er bovendien een andere mogelijkheid om het gebouw te verkennen: door middel van virtual reality. Die technologie droeg in de jaren negentig nog de belofte van een nieuwe, digitale wereld met zich mee, waarin je compleet kon verdwijnen en die niet van echt te onderscheiden was; menige strip, zondagochtendtekenfilm en sciencefictionfilm draaide om dat vooruitzicht – die fantasie.
Als je in Stroom de VR-headset opzet, komt terecht in een wereld die allerminst op een realistische kopie van de echte wereld lijkt; eerder alsof je in een spelcomputer van begin deze eeuw terecht bent gekomen (wat tegelijkertijd de vraag oproept of de vooruitgang eigenlijk niet jaren geleden is opgehouden). Een vliegende drone leidt je door het gebouw; van het pad afwijken is onmogelijk. Sporadisch vliegt er een andere langs, maar dat voelt als een toevallige ontmoeting die eigenlijk ook eigenlijk niet had mogen plaatsvinden, maar net niet voorkomen kon worden. Dat versterkt de verlaten indruk: Nøtel is een spookstad in gebouwvorm.

De één procent

Dat Lek daarbij voor een hotel kiest is een slimme zet: het is een beeld dat veel associaties oproept. In het reclamepraatje gaat het over ‘today’s global nomads’ (lees: degenen die het zich kunnen veroorloven om constant te reizen), maar het beeld is gelaagder. ‘Nøtel (The Hague)’ roept in de eerste plaats ook associaties op met de soms overdreven luxe waarin de rijksten al dan niet feestend verblijven. Hotels horen bovendien comfort te bieden, maar zelfs de beste voelen natuurlijk nooit als thuis en blijven daardoor vrij onpersoonlijk. ‘Nøtel (The Hague)’ maakt het qua kilheid bovendien wel heel bont. Als je iets gaat verzitten terwijl je de VR-bril draagt, vormt zich een soort laserkooi rond de drone – als een tik op de vingers.
Het reclamepraatje zit vol mooie, terloops details, zoals de ‘eco-friendly, thermo-nuclear spa’; de vooruitgang is natuurlijk milieuvriendelijk. Er wordt uitgebreid geschermd met decadente hightechluxe: ‘Through a sophisticated network of face recognition, motion trackers, heat sensors and body language translation, New Reaktion™ is designed so that from the moment you enter, the Nøtel will learn your mood and compose at musical experience audible only to you.’ Echter, het opvallendst is de belofte van ‘no more unwanted encounters with others’. Tegelijkertijd is er een grondig beveiligde communicatielijn met je familie en vrienden. Het is niet moeilijk om in ‘Nøtel (The Hague)’ een verbeelding te zien van de vaak geuite kritiek dat smartphone- en internetgebruikers zich afsluiten voor hun omgeving.
Het belangrijkste lijkt echter buiten de muren van het hotel – buiten beeld – te gebeuren. Een van de unique selling points blijkt te zijn dat het hotel praktisch een militaire toevluchtszone is, ‘to shield you from a wide range of threats from civil unrest to natural disaster’. Die twee voorbeelden zijn natuurlijk niet toevallig: ze zijn hier zelfs een gelijkstelling. Begin dit decennium werden de potentiële klanten van het Nøtel nog de 1% genoemd: de kleine, maar ultrarijke top grootverdieners. Dit hotel biedt niet zozeer een verregaande vorm van smartphoneachtige isolatie, maar de concentratie van de überrijken die zich aan het dagelijks leven onttrekken en alleen nog contact hebben met elkaar.

New Babylon

In Stroom worden naast ‘Nøtel (The Hague)’ ook een aantal eerdere video’s van Lek getoond. Een daarvan, Sinofuturism (1839 – 2046 AD)’ (2016), behandelt onder meer de arbeidssituatie in China. Kostverdieners zorgen ervoor dat hun familie én schoonfamilie samen onderdak hebben. Vanwege die mogelijkheid (of verantwoordelijkheid, natuurlijk) zijn werknemers trouw aan hun bazen. De video laat zien dat deze economie juist zo goed draait omdat er geen individuele doelen nagejaagd worden. Al vroeg oppert Lek dat het groepsdenken en -werken in China als een vorm van kunstmatige intelligentie functioneert, die zo’n sterke greep op de internationale markt heeft door actief andere producten te kopiëren. Je kunt dat opvatten als het oosterse groepsdenken waar veel new-ageachtige bewegingen tegenwoordig graag over praten, maar – hoewel Lek daar nogal impliciet over blijft – gaat het evengoed om de communistische erfenis van het land.
Een opmerkelijke andere voorloper van ‘Nøtel (The Hague)’ is het langlopende project ‘New Babylon’ van de Nederlandse kunstenaar Constant (1920-2005), waar hij zijn volledige artistieke aandacht op richtte tussen 1956 en 1969, en dat hij vormgaf met onder meer sculpturen, schilderijen, litho’s, essays en lezingen. Ook in ‘New Babylon’ speelt een verregaande automatisering een cruciale rol: het project is een toekomststad waarin machines ondergronds al het werk verrichten en de stadsbewoners in hun primaire levensbehoeften voorzien. Daardoor kunnen zij al hun tijd wijden aan rondreizen en op speelse wijze de stad inrichten, door elementen als wanden, trappen en vloeren te verplaatsen. Niets staat vast.
Het spelenderwijs veranderen van de stad – die elk moment weer omgegooid kan worden; er is geen eindpunt – doet natuurlijk sterk denken aan het irrationele van CoBrA, de wild schilderende kunstenaarsgroep waar Constant lid van was vóór hij zich aan ‘New Babylon’ wijdde, en nog wat later aan het postmodernisme. ‘New Babylon’ karakteriseren als anti-modernistisch is echter te ongenuanceerd. Het ontwerpersduo Metahaven wijst er in een column op de site van Metropolis M bijvoorbeeld terecht op dat het project grotendeels gekenmerkt wordt door ‘het modernistische idee van een zichtbare constructie’. Het hele concept ademt bovendien een soort wederopbouwgevoel, maar dan op steroïden. Er moeten niet alleen nieuwe gebouwen komen, maar de hele samenleving moet omgegooid worden. Daarin is Constant nog een paar slagen utopischer dan De Stijl; revolutionairder zelfs. Hij rekende immers zowel Karl Marx als de marxist Guy Debord tot zijn voorbeelden; niet in de laatste plaats mensen die in grote verhalen geloofden. En wat maakt die omslag mogelijk? De vooruitgang.
De overeenkomsten tussen ‘Nøtel (The Hague)’ en ‘New Babylon’ zijn opvallend: de modernistische beeldtaal, de automatisering, en zelfs de tijdelijke, niet-fixeerbare. Maar er zijn twee cruciale verschillen: Constant toont een samenlevingbrede vooruitgang waarin het kapitalisme geen enkele rol speelt, Leks hotel toont een hyperkapitalistische toekomst met geneugten waarvan slechts een heel kleine groep mag genieten.

Prinsjesdag

In het licht van samenwerking versus individualisme is het opmerkelijk dat de eerste ‘vesting’ van Nøtel in Londen getoond werd (arebyte Galery, van midden juli tot begin september 2018). De afzondering die het hotel uitstraalt, krijgt zo een heel andere lading.
Net als Londen is Den Haag een regeringsstad, en de regering speelt natuurlijk een centrale rol in de vooruitgang. In het concrete Nederlandse geval gaat het om een regering die bekritiseerd wordt vanwege het plan om de dividendbelasting af te schaffen, om het voor multinationals aantrekkelijk te houden om daar gevestigd te blijven. ‘Je gaat toch niet voor je lol belastingvoordeel geven aan buitenlandse aandeelhouders’, merkte minister-president Mark Rutte op. Maar ja, alles voor de economie. Een ander recent, controversieel plan gaat niet door: gehandicapte jongeren onder het minimumloon te laten werken, zodat het voor bedrijven aantrekkelijker wordt om hen in dienst te nemen. Dat is niet om ideologische redenen, maar omdat het voorstel praktisch onuitvoerbaar zou zijn. In andere woorden: volgens deze regering is de vooruitgang van bedrijven. De gedachte is natuurlijk dat de economische stimulatie de burgers uiteindelijk ook meer welvaart zal bezorgen, maar dan moeten ze eerst een paar stappen terugdoen – áls ze er al op vooruitgaan.
Tijdens Prinsjesdag 2018 is gesteld dat de koopkracht van doorsneehuishoudens er met 1,5% op vooruit gaat. Journalist Liza van Lonkhuyzen zet een flinke kanttekening daarover in het NRC: ‘Economen waarschuwen: in deze tijd van goedkope buitenlandse arbeid, robotisering en soberheid met vaste contracten is het nog maar zeer de vraag hoeveel (meer) mensen werkelijk te besteden krijgen.’
Ondertussen dwalen tijdens het VR-rondje door ‘Nøtel (The Hague)’ mijn gedachten af naar de zoveelste beloftes over het buitenhouden van natuurrampen en sociale onrust. Ja, wat een luxe allemaal, maar wát nog de meeste indruk maakt is al die werkgelegenheid die duidelijk verloren gaat. Je hoort al bijna de 99% op de deuren rammen.

Nøtel (The Hague) is tot en met 4 november te zien in Stroom, Den Haag.

Comments


Reacties


  1. Pingback: Een onopgemerkte apocalyps. Lawrence Lek, Nøtel; Stroom, Den Haag | Villa La Repubblica

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.



%d bloggers liken dit: