Blog Magazine

Cyanne van den Houten


Kunstenaar Cyanne van den Houten presenteert deze winter een netwerk van ‘cybersculpturen’ in het Centraal Museum in Utrecht. De werken communiceren met elkaar, met de kunstenaar en met de bezoeker en maken zo inzichtelijk hoe algoritmes werken. De tentoonstelling toont de blinde vlekken van deze machinale logica, maar betovert tegelijk met de onverwachte poëzie die hieruit voort kan komen.

Mijn werk is vaak per ongeluk heel persoonlijk.

Als ik op een koude maar zonnige decemberochtend de stenen trap van het Centraal Museum oploop, wacht de Utrechtse beeldend kunstenaar en ontwerper Cyanne van den Houten (zij/hen) me al op in de tentoonstellingszaal, omringd door hun creaties. In de verduisterde zaal staan een tiental oplichtende cybersculpturen die met elkaar ‘praten’ in een centrale chatbox. Net als mensen op Facebook, hebben bepaalde sculpturen een vriendschapsband: zij reageren vooral op elkaar. Maar anders dan op Facebook, is de stroom berichten continue. Om tot een tempo te komen dat de bezoeker kan volgen, is de snelheid wat vertraagd, vertelt Van den Houten later. ‘Het lijkt nu alsof de sculpturen het echt lezen, al is dat helemaal niet nodig.’ Als ik via het ouderwetse keyboard van het werk @friendly_visitor tekst invoer (‘Gonzo journaliism rules ok’) en deze in de chat verschijnt, word ik staalhard genegeerd. ‘Ze zijn heel druk bezig, zegt Van den Houten quasi-verontschuldigend. Om er grinnikend aan toe te voegen: ‘Mensen, wat heb je eraan?’
Het is een grap, maar inderdaad bekruipt je het gevoel dat je in de tentoonstelling ’Instabiel Beeld’ maar een passant bent in een gemeenschap van digitale maar tastbare entiteiten die volstrekt hun eigen gang gaan. @Spellc4ster kiest drie woorden uit de chat en maakt daar een spreuk van; @patriarch_smasher laat van zich horen als de chat wordt gedomineerd door mannenstemmen; en @Haiku_Generator draagt op willekeurige momenten gedichten voor. Elke sculptuur heeft een eigen notificatiegeluid zodat de soundscape (door Ymer Marinus) doet denken aan een arcadehal, waarin verschillende machines je verleiden tot interactie. Terwijl Van den Houten me door dit landschap leidt, controleert hen af en toe of iets nog naar behoren werkt. Hun naam pronkt dan wel boven de tentoonstellingstitel, toch ziet hen het werk als het resultaat van co-creatie – met anderen én met de algoritmes. ‘Ik wil niet boven de machines staan, maar luisteren naar hun creatieve vermogen.’

Mozaïek

Een centrale plek in de tentoonstelling wordt ingenomen door @MOONDWELLER, een totemachtige sculptuur die tekst omzet in beeld en is opgebouwd uit plexiglas, stekkerdozen en kermislampen. Het heeft wat weg van de beeldschermsculpturen van Nam June Paik, of de kleurrijke meubelstukken van de Memphisgroep. Van den Houten kwam tot de vorm door codes te schrijven die verschillende woorden bij elkaar voegen, inderdaad gerelateerd aan kunststromingen uit de jaren 1980 en Fluxus. Voor die laatste beweging heeft hen een speciale voorliefde: ‘Fluxuskunstenaars zaten over de hele wereld en stuurden elkaar één zin, een ‘recept’ om kunst te maken van een alledaagse handeling. Die ene zin, dat is eigenlijk ook hoe je nu algoritmisch een beeld genereert, met een ‘prompt’. Door botsende kunststromingen door elkaar heen te ‘prompten’ krijg je onmogelijke beelden die je eigenlijk niet kan maken, maar die toch ook weer wel zouden kunnen bestaan.’ Van den Houten genereerde er tweehonderd, waarvan hen de grote @MOONDWELLER en enkele kleinere sculpturen nabouwde. ‘Ik zie het als een soort groeiende familie.’
Wanneer je de gegenereerde beelden (te zien in de tentoonstelling onder de titel @Dream.Pylons) vergelijkt met de uiteindelijke fysieke werken, valt op dat die laatsten veel aardser zijn, zelfs lichamelijk. Van den Houten volgde de ‘recepten’ voor de vormen, maar maakte hierbij op haar beurt een vertaalslag. Zo ‘ademen’ de zwart-wit beeldschermen van @MOONDWELLER mee met binnenkomende signalen en is @Phantasmagoria, een sculptuur die de chat linkt met een beeld uit de museumcollectie, bedekt met grillig mozaïek. Ook maakt Van den Houten graag gebruik van artefacten van verouderde technologie als PlayStation-behuizingen en ouderwetse digitale letters: ‘Mensen hebben vertrouwen in technologie als je het in een bekende vorm verpakt. Het is allemaal AI-generated en heel nieuw, maar door met die nostalgie te spelen merk ik dat mensen er anders naar durven kijken.’

Louche

De tentoonstelling is in feite één groot werk dat algoritmes onderzoekt, waarbinnen elke sculptuur fungeert als een onderzoekstool. Van den Houten: ‘Het is een soort algoritmisch fluisterspel tussen de sculpturen. In iedere sculptuur zit technologie die inkomende boodschappen vervormt, zo zet @Phantasmagoria bijvoorbeeld beeld om in tekst, om er vervolgens opnieuw een nieuw beeld van te maken.’ Het resultaat is vaak humorvol, maar stemt tegelijkertijd tot nadenken. ‘Algoritmes als Midjourney en DALL-E zijn getraind om ‘mooie’ dingen te maken. Alles is heel esthetisch, maar ook een beetje betekenisloos. Omdat je nu zo makkelijk beeld kan maken en iedereen over dezelfde tools beschikt, ga je veel meer nadenken over je intentie, wát je wil vertellen. Dat heeft er bij mij voor gezorgd dat ik op inhoudelijk niveau activistischer ben gaan werken.’
Een grote tekortkoming van algoritmes is dat ze blinde vlekken hebben voor thema’s en groepen waarvan ze niet genoeg data te zien kregen. Twee werken in de tentoonstelling gaan dan ook over het gebrek aan queer data in datasets. De game @museumisclosed draait om de (naar verluidt) eerste foto van een lesbisch stel op het Internet. Door de game te spelen en zo van data te voorzien kan je ervoor zorgen dat dit stel minder eenzaam wordt waardoor het museum ‘open’ kan. En @geoglyph vertelt verborgen verhalen over queerness en hekserij in de stad Utrecht, die gedeeltelijk komen van Queer-U-Stories, een Utrechts initiatief dat queergeschiedenis zichtbaar wil maken. De oudere verhalen zijn vaak slecht gedocumenteerd en worden speculatief aangevuld door algoritmes op basis van een database met herschreven ‘sagen’ van de stad. Van den Houten: ‘Die sagen komen van een nogal louche website en gaven vaak blijk van conservatieve opvattingen. Ik heb ze herschreven door ze door AI te laten samenvatten en steeds te redigeren of door personages om te vormen naar vrouwen of queer personen. Ik heb daar best wat vrijheid in genomen.’ Het resultaat is dat de cybersculpturen verrassend vaak over de queergeschiedenis van Utrecht filosoferen.

Persoonlijk

Twee sculpturen zijn vroege werken van Telemagic, het open-media-lab dat Van den Houten in 2018 oprichtte met Roos Groothuizen en Ymer Marinus, die ook voor deze tentoonstelling het netwerk en het geluid verzorgde. Van den Houten: ‘Ik heb een achtergrond als grafisch ontwerper en op de kunstacademie ontmoette ik al de mensen met wie ik nog steeds werk. Letters zetten, dat vond ik extreem suf. Dus wij gingen coderen, hacken om uit te vinden hoe iets werkt.’ Telemagic doet intussen grote projecten, waarbij het hacken draait om het figuurlijk openbreken van systemen. ‘Drie jaar geleden zijn we bijvoorbeeld een AI-band begonnen, waarmee we onderzoeken of er genres bestaan tussen menselijke en niet-menselijke muziek in. Zo’n poëtische doelstelling is iets heel anders dan een doelstelling als ‘meer sales’. Ik denk dat het hacken vanuit zo’n creatieve plek heel belangrijk is om te reflecteren op wat die technologie betekent.’
Hoewel de praktijken van Telemagic en van Van den Houten door elkaar lopen, slaat Van den Houten met de tentoonstelling in het Centraal Museum, die hen kon maken als winnaar van het K. F. Heinstipendium, een nieuwe richting in. ‘Ik had de behoefte om dingen te onderzoeken die dichter bij mijn eigen identiteit lagen en ook aan een nieuwe manier van werken: wat expressiever, sneller en chaotischer. Bij de projecten van Telemagic zijn doorgaans meer mensen betrokken. Dit is wat rauwer. Het is persoonlijk omdat ik in taal denk, en in deze systemen is taal de basis. Maar ook zitten er persoonlijke agenda’s in, vooral in de queerverhalen en de @patriarch_smasher. Dat zijn gewoon mijn overtuigingen.’ Lachend: ‘Ik heb altijd zo’n relatie met de dingen die ik maak – dat ze per ongeluk heel persoonlijk zijn.’

Gestoord

Terwijl we de tentoonstelling bezoeken meandert het gesprek in de chatbox van pampa’s naar feministische boekwinkels, afgewisseld met ontregelende haiku’s (Broken broken yet / once regarded as dumb / overbrims its leaves). Als we verder praten in het café, loopt die chat gewoon door in de zaal boven ons. Ook voor de kunstenaar zijn de uitkomsten een verrassing, al bepaalde hen zelf de pijlers. ‘Ik weet nu ook niet waar ze het over hebben. Dat is voor mij het leukste, het voelt ook als iets dat klopt in deze tijd. Omdat alles in stromen gaat zou ik het heel gek vinden om enkel een statisch beeld te maken dat alles moet omvatten. Deze systemen werken eigenlijk op een collageachtige manier. Ze combineren allerlei verschillende elementen en voegen die samen, waardoor het soms heel betekenisvol wordt, en soms helemaal niet. Het omarmt chaos en randomness.’
Hierin schuilt voor Van den Houten ook de ‘magie’ van het werken met deze systemen, een stukje ‘Telemagic-gedachtegoed’. ‘Het magische is voor mij dat creatieve: dat wat hierboven gebeurt tot hele andere verbindingen leidt dan in mijn eigen hoofd mogelijk is.’ Bij Telemagic heten tools dan ook spreuken, maar Van den Houten ziet ook overeenkomsten tussen algoritmische tools, magische spreuken en de ‘recepten’ van Fluxus, die telkens een andere uitkomst hebben. In aanloop naar de tentoonstelling is hen daarom zelf ook Fluxusopdrachten gaan uitvoeren. ‘Dat gaat vaak om dingen verzamelen en samenvoegen. Ook heb ik cadavre exquis-tekeningen (surrealistische techniek waarbij verschillende tekenaars aan één tekening werken zonder te weten wat de ander tekende, red.) gemaakt, waarbij AI live gedeeltes invulde. Zulk soort spellen spelen de cybersculpturen in feite ook met elkaar. Alleen kan dat allemaal nu veel verder gaan omdat de technologie gestoord is geworden.’


Vanaf 16 december 2023 is ook de Archive Dweller van Telemagic te zien in het Centraal Museum, als onderdeel van de vaste collectie. Het werk neemt twee objecten uit de database van het museum en voegt ze samen tot één nieuw werk. Daarbij laat het niet alleen het eindresultaat zien, maar ook de tussenliggende stap van tekstuele AI-analyse.


Dit artikel verscheen eerder in GC #179.

Koop deze editie in onze webshop!

Live

Instabiel beeld

Reacties