GC #112 Abonnees Geluid Recensies

De mainstream indierock van de afgelopen jaren kan voor een buitenstaander nogal een anonieme verzameling meer van hetzelfde zijn, maar zelfs in de oninteressantste bandjes duikt wel eens een kleurrijk bandlid op. Zo kan Interpol ons gestolen worden, maar vonden we ex-bassist Carol D wel een intrigerend figuur. En The Hold Steady irriteert behoorlijk met hun platte rock, maar ex-toetsenist Franz Nicolay trok toch onze aandacht, met zijn gewaxte snor en aanstekelijke enthousiasme. Nicolay was altijd al een drukke muzikant, die naast The Hold Steady nog in talloze bands zat, van punkband Against Me! tot klezmercollectief Guignol. Hij houdt er zelfs nog wat multimedia-kunstprojecten én een schrijverscarrière op na. Van zo iemand hoop je dan dat ie met een krankzinnige, veel te ambitieuze soloplaat komt. En ja hoor, ‘Do The Struggle’ is er zo een. Zijn derde zelfs al. De plaat staat vol woordenrijke stadiumfolk, waarin de melodieën van The Pogues, de bravoure van The Smiths en de bombast van Arcade Fire en Bruce Springsteen samenkomen. Met om onduidelijke redenen tien ultrakorte intermezzo’s er doorheen van de hand van hiphopproducer Oktopus uit het Dälek-collectief. Nicolay toont zich een uiterst charismatisch figuur, die in de enorme lappen tekst sterke drankverhalen opdist, gepaard aan semipoëtische vondsten en pseudomystiek. Subtiel is het allemaal niet, maar Nicolay doet het zo goed dat hij ermee weg komt. Wanneer hij aan het einde van ‘Frankie Stubbs’ Tears’ niet alleen met een Coldplay-achtig ‘ooh’-refrein komt, maar dat refrein dan ook nog eens voor de tweede helft moduleert (!), heeft hij ons ingepakt. Nicolay is de straatmuzikant die onze laatste munten krijgt en een enorme glimlach op ons gezicht tovert waar we de rest van de dag mee doorkomen.