Blog Social Distancing

Interview: Holy Fuck


Holy Fuck. Het instrumentarium komt uit de speelgoedwinkel en de betere brocanterie. Radiohead en M.I.A. zijn fans. Beans (Antipop Consortium) was even hun werkgever. Gonzo (circus) was nieuwsgierig. Op zijn minst.

Het viertal uit Toronto heeft dan ook de reputatie één van de meest opwindende livebands van de laatste jaren te zijn. Brian Borcherdt en Graham Walsh face to face opgesteld aan twee tafeltjes bedienen goedkope keyboards, een filmcoupeermachine en een hoop effecten en worden ondersteund door Matt McQuaid (bas) en Matt Schulz (drums), samen een monsterlijke ritmesectie. Tezamen zijn de vier Canadezen een pompende machine die herinneringen oproept aan de hoogdagen van kraut én rave.
Wanneer we het viertal op Pukkelpop ontmoeten, zijn ze uitgeput en snakken ze naar een bord warm eten. Ons best, maar eerst een gesprek.

Vertel.
Borcherdt: Het lijkt wel of we eeuwig op tournee zijn. Sinds de plaat uit is, zijn we een keer of zeven naar Europa gevlogen. We beginnen stilaan veren te krijgen, van al dat vliegen.

Improviseren jullie de songs nog altijd live voor een publiek?
Borcherdt: Veel songs ontstaan tijdens soundchecks of onverwachte bisnummers. Vooral in het laatste geval word je gedwongen om heel diep in je verbeelding te graven om ter plekke met iets nieuws te komen.
Walsh: De improvisatie is de spark, en daar gaan we dan mee aan de slag.
Borcherdt: We hebben gewoonweg nog geen tijd gehad om te componeren zoals andere bands: thuis een riffje schrijven en het mee naar het repetitiehok nemen. Misschien doen we dat ooit nog wel eens, maar nu hebben we gewoon het geluk om de hele tijd op tour te zijn. Bovendien leent ons geluid zich uitstekend om met improvisatie aan de slag te gaan. Als je ons soort rare, droney, ritmische muziek wilt maken, kun je dat maar beter met alle vier tegelijk doen.

Wat deden jullie voor Holy Fuck?
Borcherdt: We hebben allemaal altijd in groepen gezeten. Punchy daar (Matt McQuaid, sb) had tot voor kort een wekelijks country-optreden, echte ouderwetse country. De rest van ons heeft in meer rockgerichte bands gespeeld: op pedaaltjes stampen.

Repetitief

Wanneer beseften jullie dan dat het tijd was voor iets nieuws?
Borcherdt: Naast die rockgroepjes deden we ook al wel meer experimentele dingen. Holy Fuck was een manier om daar iets meer mee te doen.
En nu worden jullie bij de dance ingedeeld!
Schulz: Je kunt op alle muziek dansen: Hank Williams, Sly and The Family Stone of Kraftwerk, zelfs op fucking Britney Spears. Whatever moves your ass.
En danst het Europese publiek een beetje op Holy Fuck?
Borcherdt: Zeker! Zelfs de Duitsers dansten!
Die hoorden natuurlijk dansbare krautrock.
Schulz: Repetitief en droney: daar weten ze wel weg mee, natuurlijk.
Borcherdt: Gisteravond in Stuttgart stond er een kerel te schreeuwen dat we iets van Hawkwind moesten spelen. Fantastisch compliment! (hilariteit)
Ik ben zelf geen grote danser veel verder dan wat met mijn hoofd knikken ga ik meestal niet. Dus als het publiek een beetje op en neer deint, vind ik het al fantastisch. Maar het gaat een pak verder, gelukkig: er vloeit behoorlijk wat zweet op onze concerten. Het fijne is ook dat het geen hersenloze reflex is. In een club dansen mensen omdat ze daar nu eenmaal voor betaald hebben. Bij ons komen de mensen niet om te dansen, maar doen ze het toch, omdat de muziek hen optilt. En die reactie zorgt er dan weer voor dat wij ook beter gaan spelen.

Gelukzakken

Jullie hebben met heel diverse groepen getoerd.
Borcherdt: Eerlijk: we zijn gelukzakken. Zelfs voor we een boekingsagent hadden, werden we opgepikt door de meest diverse bands. Wolf Parade, bijvoorbeeld, zijn een grote hulp geweest om ons op de sporen te krijgen. Beans (van Antipop Consortium, sb) heeft ons ook heel vroeg opgepikt.
Hoe klonk die samenwerking?
Borcherdt: Wij waren zijn backingband. Dat was ongelofelijk plezierig. Als een rapper met muzikanten gaat werken, betekent dat meestal dat de gitarist nogal vervelende gitaarsolo’s speelt”
En een bassist die elke noot slapt.
Borcherdt: (lacht) En de verplichte deejay met zn koptelefoon tussen oor en schouder gekneld. Niks van dat bij Beans: het was ongelofelijk plezierig om te doen. We hebben onwaarschijnlijk geluk gehad met de bands die ons pad kruisten. Veel vrienden aan overgehouden, ook.
Kon je bij Beans ook improviseren?
Walsh: We zaten wel vast aan de structuur van zijn nummers, natuurlijk. Maar nu en dan als hij iets nieuws wilde uittesten konden we wel loosgaan.
Is daar eigenlijk iets van opgenomen?
Borcherdt: Niet echt. We zijn aan een paar dingetjes begonnen, maar dat is niet echt iets geworden. Maar ik denk wel dat er meer in zit. Het is een poos geleden dat we Beans nog gezien hebben, maar ik zou graag ooit nog eens samenwerken met hem.

Nee zeggen

Jullie zijn bijna een jaar op tournee. Wil dat dan zeggen dat de volgende plaat helemaal geschreven is, ondertussen?
Borcherdt. Ongeveer de helft. De opnames van de laatste plaat hebben veel te lang geduurd. Niet dat we aanmodderden, maar elke keer trokken we weer op tournee, en werden de songs weer een stuk beter door ze live te spelen. De opgenomen tracks moesten er dus telkens weer aan geloven omdat ze gewoon niet opkonden tegen de nieuwe versies. Maar de dingen die we op deze tour geschreven hebben, hebben ondertussen een bijna-definitieve vorm. Er zullen op de plaat wel nog songs staan die spontaan in de studio tot stand zijn gekomen, maar de grootste hoop materiaal die we nu al hebben is spontaan ontstaan op tournee.

Tijd om te stoppen met toeren?
Borcherdt: Jaaa! We blijven maar zeggen dat we ermee gaan stoppen, maar dan krijgen we telkens weer een aanbod dat we niet kunnen weigeren. Dan wordt ons een tour met M.I.A. aangeboden of zo. Hoe zeg je daar nee tegen? We hebben zelfs overwogen om nit mee te gaan. We hadden allemaal al persoonlijke verbintenissen aangegaan in ons privleven
Die tour met M.I.A. heb je je toch niet beklaagd?
Borcherdt: (lacht) Nee, het had nog veel langer mogen duren.

Vogelgeluiden

Jullie vrienden van No Age hadden in hun cd-booklet een foto van de cassetteplank in Dean Spunts slaapkamer. Welke cassettes zouden bij jullie op de foto staan?
Borcherdt: Een tape met Noord-Amerikaanse vogelgeluiden, een hoop ingesproken boeken Oliver Twist en zo Miles Davis, Xenakis, veel Neil Young. Ik zou er een Led Zeppelin-tape insteken en Graham zou hem eruit halen.
Walsh: Ik zou er een Police-tape insteken en die zou jij eruit halen.
Borcherdt: We zijn het overal over eens, behalve over Led Zeppelin en The Police. Op de tourbus wisselen we iPods uit. Dan komt er altijd wel iets voorbij waarvan je denkt what the hell is this? . Er is gewoon t veel goeie muziek en er zijn t weinig uren in een dag om ernaar te luisteren. Heel opwindend.

Er zouden dus weinig cassettes op de foto staan van groepen die vergelijkbaar zijn met Holy Fuck?
Borcherdt: Ik denk niet dat er heel veel bands zijn die met ons vergelijkbaar zijn. Ik heb wel een boel goede groepen ontdekt door vergelijkingen van recensenten. Zo heb ik bijvoorbeeld Silver Apples en Black Dice leren kennen. Ooit vergeleek iemand ons zelfs met The Postal Service. (de rest van de groep besterft het) Dat was waarschijnlijk iemand die niet zo heel veel platen in zijn kast had staan. Groepen mten volgens mij laten weten wat hun invloeden zijn. Toen ik jong was, heb ik veel muziek ontdekt door interviews en hoesteksten te lezen. Ik betrap mezelf er de laatste tijd op onbewust heel veel naar instrumentale dingen jazz en rare experimentele dingen, maar ook soundtracks te luisteren. Maar mensen blijven maar vragen wie onze zanger is. Als je dan antwoordt dat er geen zanger is, kunnen ze het niet geloven: Whooha, dat kun je niet menen!

Stel je toch maar eens voor dat je er eentje mocht kiezen
Borcherdt: Leonard Cohen!
Walsh: Ik zou voor Mark Sandman van Morphine gaan.
Schulz: Jimi Hendrix.
McQuaid: Kurt Cobain!
Borcherdt: We hebben het er onlangs eens over gehad en we wilden heel graag dat Neil Young bij ons zou komen zingen, maar dan wel op voorwaarde dat-ie zijn vocoder gebruikt. Op die manier heb je een celebrity op je plaat, maar dankzij de vocoder kan het iedereen zijn (lacht) Maar ik vrees dat we niet het juiste volk in ons telefoonboekje hebben staan om dat ook effectief te realiseren.

Fabrieksmelodietje

Jullie hebben een vrij onorthodox instrumentarium. Hoe belangrijk is dat?
Walsh: Het maakt niet uit welke instrumenten we gebruiken. Het enige wat telt is dat een instrument of het nu een filmcoupeermachine, een goedkope casio of een melodica is inspiratie oplevert. Door instrumenten te gebruiken die niet al te veel mogelijkheden hebben, moeten we wel creatief zijn.
Borcherdt: De beperkingen van zo’n instrument zorgen ervoor dat je op zijn minst een beetje afwijkt van de hippe klanken. Als je je hele geluid kunt bepalen ‘beetje distortion hier, wat reverb daar’ ga je onvermijdelijk klinken als de laatste plaat waarnaar je geluisterd hebt. Het is dus zeker een bewuste keuze om niet te veel opties over te houden.
Dat catchy dingetje uit Lovely Allen, is dat een sample die je zelf in de Casio hebt gestoken?
Borcherdt: Nee. Het is een melodietje dat erin zat. Veel mensen vinden het bedrog van ons om met zo’n fabrieksmelodie te werken, maar het is eerder een manier om te laten zien dat er andere manieren van componeren zijn. Nog zo eentje is: Dat kun je niet gebruiken, want dat is speelgoed. Slaat natuurlijk nergens op: je kunt een stuk tapijt aan de muur hangen en er een schilderij van maken. Die loops zitten in die keyboards om kinderen aan de slag te krijgen. Als wij er iets mee willen doen, doen we dat gewoon.

Rekenmachines

Dus als iemand volgende week een laptop meebrengt naar het repetitiehok, is dat ook ok?
Schulz: (lacht) Dan checken we er gegarandeerd onze e-mail op.
Borcherdt: Dat is een grap die Matt een poos geleden nog heeft uitgehaald. Hey man, no laptops!
Zien jullie jezelf ooit meer reguliere elektronica binnensmokkelen in Holy Fuck?
Walsh: Waarom niet, ooit? We gebruiken dan wel materiaal met beperkingen, maar we willen onszelf ook niet eeuwig beperken tot een bepaald instrumentarium.
Borcherdt: We zijn er helemaal niet tegen dat mensen computers gebruiken. Maar wij hebben momenteel zoveel pret met wat we doen, dat ik op dit ogenblik niet denk dat we dat ooit nodig zullen hebben. Anderzijds: misschien staan we ooit wel met vier laptops op het podium.
McQuaid: Ja, dàt willen de mensen zien.
Maarten Timmermans: Er is zelfs een naam voor: Kraftwerk.
Walsh: (lacht) Maar zij gebruikten ook speelgoed, vroeger.
Borcherdt: En rekenmachines! Zij maakten toen dingen die niemand ooit gedaan had. Gaandeweg hebben ze hun ding versimpeld en nu zijn het waarschijnlijk alleen nog maar computers.
Bediend door dezelfde stand-ins die ook voor Daft Punk bijklussen.
Borcherdt (lacht) Ja, ze zijn het waarschijnlijk niet eens zelf.
Walsh: Waarschijnlijk zijn het de gasten van Kiss met andere make-up.

Hoe rampzalig zou het zijn als jullie materiaal gestolen werd? Toen het Sonic Youth tien jaar geleden overkwam, moesten ze honderden unieke gecustomizede gitaren vervangen.
Walsh: Ik zou het een ramp vinden. Als een of andere junk met ons materiaal naar een pandjeshuis zou trekken, zouden ze hem waarschijnlijk tien dollar geven, voor de moeite. Maar voor ons zou het onmogelijk zijn om het allemaal weer bijeen te krijgen. Een meer rele angst is dat dingen gewoon kapot gaan dat gebeurt telkens weer na een tour overigens. Wij zijn dan niet alleen ons materiaal kwijt, maar ook de songs die we ermee maakten. Dan kun je zon nummer nooit meer spelen. Maar als we voorbestemd zijn om een radicale bocht te nemen, dan zal al ons materiaal gestolen worden. Dan zijn we wel verplicht om iets volkomen anders te gaan doen.


Dit artikel verscheen eerder in GC #89.

Koop deze editie in onze webshop!

Discografie

Holy Fuck (Dependent, 2005)
Holy Fuck EP (Dependent, 2007)
LP (Dependent, 2007)

Reacties