Blog Magazine

Gewezen Schat: Het Pandorra Ensemble


In 1980 verscheen het enige album van het Amsterdamse Pandorra Ensemble als bijlage bij het actiepamflet ‘Gramschap’. In de muziekpers werd de lp genegeerd, totdat de plaat deze eeuw internationaal werd ontdekt als Nederlandse ‘progrocksensatie’. Nu is er een heruitgave als dubbel-lp. Een gesprek met componist en gitarist Dolf Planteijdt.

Het hele album is wel degelijk in een symfonische vorm geschreven.

Een jaar of twaalf geleden besloot Dolf Planteijdt zijn vinylcollectie uit te dunnen en bracht hij een flinke stapel platen naar Record Palace, schuin tegenover het Amsterdamse Paradiso. Hij deed er ook een paar exemplaren van de lp van zijn eigen Pandorra Ensemble uit 1978 bij. ‘Voor bijna al die platen kreeg ik één of twee euro per stuk. Maar de Pandorra-albums leverden wel twintig euro op,’ vertelt de gitarist. ‘Toen ik later op Discogs keek bleken ze daar voor meer dan honderd euro van de hand te gaan…’
Nu zegt de prijs van een vinylplaat weinig over de kwaliteit van de muziek. Maar ook in dat opzicht beleeft Het Pandorra Ensemble een opmerkelijke rehabilitatie. De lp die bij verschijnen vrijwel compleet genegeerd werd, duikt deze eeuw plotseling op in lijstjes van ‘beste Nederlandse progrockalbums’, in één adem genoemd met Focus en Supersister.
Wat vijfenveertig jaar na verschijning vooral opvalt aan ‘III’, zoals de titel van de plaat luidt, is hoe tijdloos de muziek klinkt. Avant-garde in 1978, maar evengoed avant-garde in 2024. De vijf instrumentale stukken wortelen in de progrock die een halve eeuw geleden door groepen als King Crimson en Soft Machine werd gespeeld, maar zijn op geen enkele wijze belegen of gedateerd. ‘Misschien waren we soms wat breed van stof,’ blikt Planteijdt lachend terug. Drie van de vijf nummers klokken af tussen de tien en vijftien minuten. ‘Maar we hadden destijds geen mengtafel of effectapparatuur die de plaat in de sound van een specifiek tijdperk verankert.’

Centipede

De kiem van Het Pandorra Ensemble ligt in het Haarlem van de vroege jaren 1970. Dolf Planteijdt (1953) speelt gitaar in de schoolband Creepy. Zijn jongere broer Wouter (1957) heeft succes met een andere schoolband, Speed, waarmee hij een single maakt en op televisie verschijnt.
Na het eindexamen valt Creepy uiteen. De muzikanten verspreiden zich over het land, richting werk en studie. Dolf wil door met muziek maar knapt af op de ‘oude’ rockscene in Amsterdam en elders, die weinig lijkt te begrijpen van King Crimsons ‘21st Century Schizoid Man’ en andere muziek waar hij warm voor loopt. ‘Ik wilde eigenlijk niks meer, behalve thuis platen draaien en vrij improviseren. Ik ontdekte de freejazz en de muziek van pianist Keith Tippett, die ook met King Crimson werkte. En vooral Tippetts groep Centipede, een freejazz-orkest van tientallen musici uit de hoek van Soft Machine, waarvan in 1971 het album ‘Septober Energy’ verscheen.’
Het blijkt een beslissende inspiratie. Dolf vindt medestanders bij de jongere generatie muzikanten die met zijn broer Wouter spelen, zoals bassist Gert-Jan Blom en latere De Dijk-saxofonist en -fluitist Roland Brunt. Er passeren nog wat andere muzikanten, maar halverwege de jaren 1970 bestaat de groep uit de broers Planteijdt op gitaren, bassist Blom en slagwerker Wilfred Snellens, met Brunt als regelmatige gast.
‘We wilden niet in popcentra spelen, daarom noemde we ons een Ensemble,’ zegt Planteijdt. ‘Tot 1980, toen we stopten, hebben we misschien vijftien officiële concerten voor publiek gespeeld. Maar dat waren stuk voor stuk belevenissen. Soms met veel diaprojecties. Dat zag er prachtig uit. En ik herinner mij nog dat mijn oude schoolvriend uit Heemstede, Kaspar Peterson, die ook nauw bij de groep betrokken was, bij een Pandorra-optreden in Amstelveen op het podium zat en voorlas uit Arendsoog. Dat was dan van: ‘Pak aan schurk. Pats! Pats!’ haha.’

Doorgedraaid

In 1975 hebben Peterson en de bevriende schrijver/activist Nico van Apeldoorn het plan opgevat om een Nederlandstalige rockplaat te maken. Die verschijnt uiteindelijk in 1978 onder de groepsnaam Door Mekaar, waarbij Het Pandorra Ensemble, met Peterson op bas, de muziek speelt en Dolf bij de arrangementen helpt.
‘Als dank bood Nico mij toen aan om zelf een plaat te maken met mijn eigen groep. Die hebben we vervolgens thuis bij vrienden van Nico met een viersporenrecorder opgenomen. Dat is het album ‘III’ geworden: allemaal door mij gecomponeerde stukken die door Gert-Jan Blom, die aan het conservatorium studeerde, zorgvuldig als partituren werden uitgeschreven en bij de auteursrechtenorganisatie BumaStemra zijn ingediend als ‘klassieke composities voor elektrisch kamerensemble’. Klassieke muziek leverde namelijk meer op. Niet dat we daar verder ooit een cent van teruggezien hebben…’
‘Maar het hele album is dus wel degelijk in een symfonische vorm geschreven, met hier en daar hele kleine stukjes improvisatie. Zo bestaat het afsluitende ‘Karotten’ uit één thema dat achtereenvolgens op vier verschillende manieren wordt gespeeld.’
Een afwijkende track is het door de muzikanten gescandeerde gedicht ‘Drei’ van de Duitse, aan de Dada-beweging gelieerde dichter Kurt Schwitters, feitelijk een reeks in het Duits gescandeerde cijfers tussen één en tien. Je moet de volumeklop van de versterker echter voluit open zetten om het te kunnen horen. ‘Ik denk dat dat nummer een idee van Gert-Jan was,’ zegt Planteijdt. ‘Maar Schwitters was zeker één van onze helden. Het was ook de ‘titeltrack’ van de plaat, vandaar ‘III’. Daardoor is vaak gedacht dat we al twee eerdere albums gemaakt hadden. Als je mensen op het verkeerde been kunt zetten moet je dat vooral niet laten, vonden wij. We waren ook behoorlijk Schippersiaans in die tijd.’
Eind 1978 verschijnt het album op het eigen label Disaster Electronics, zonder serieuze distributie. Het kan besteld worden door twaalf gulden vijftig over te maken. Dat schiet niet op. Vervolgens biedt Nico van Apeldoorn aan om de lp als bijlage weg te geven bij het zomernummer van het actiepamflet ‘Gramschap’ in 1980. Zo vinden ruim vijfhonderd platen toch nog hun weg naar het publiek.
De belangstelling van de muziekpers is nihil. Haarlems Dagblad en de communistische krant De Waarheid interviewen Planteijdt, maar verder blijft het schrikbarend stil. Muziekkrant Oor verbant het album naar de rubriek ‘Doorgedraaid’: platen die even genoemd worden, maar niet gerecenseerd. ‘Het was één zin,’ zegt Dolf. ‘En nu citeer ik even uit mijn hoofd: ‘Wat de heren van Door Mekaar aan jazzrockgeneuzel voortbrengen is niet de moeite waard’.’
Hoe het Amerikaanse label Modulus, dat ‘III’ in 2012 op cd uitbrengt, de groep ontdekt heeft, weet hij echt niet, zegt Planteijdt. Maar de digitale uitgave biedt de gitarist wel de mogelijkheid om wat ‘studio-outtakes’ en live-opnamen uit 1978 toe te voegen. Dat herhaalt zich met de zojuist verschenen dubbel-lp, eveneens op Modulus, waarop nogmaals twee extra livetracks prijken.
‘We maakten destijds helemaal geen deel uit van de Nederlandse progrockscene en deden ook niets om daarbij te horen. En punk? Nou, toen we dat album opnamen zaten we ’s avonds te zuipen en draaiden we platen van Blondie, Richard Hell en The Sex Pistols. En Bowie natuurlijk. We waren allemaal grote Eno-fans. Ik maakte al van die eindeloze soundscapes en daar zaten we dan knetterstoned drie kwartier achtereen naar te luisteren.’

Drummer Snellens overlijdt in 1997. Bassist Blom speelt in talloze groepen en wordt vervolgens producer bij het Metropole Orkest. Wouter Planteijdt ontwikkelt zich tot een van de meest gevraagde gitaristen van Nederland en Dolf wordt geluidsmagiër, studio-eigenaar en peetvader van alle Nederlandse punks. Maar dat zijn weer heel andere verhalen.


Dit artikel verscheen eerder in GC #179.

Koop deze editie in onze webshop!

Discografie

III (Modulus, 2023) 2lp
III (Modulus, 2012) cd
III (Disaster Electronics, 1978) lp

Reacties