Musica
Events

Explosieve energie in de mijnstreek


Enkele weken na Rock Herk werden we door onze strenge maar rechtvaardige hoofdredacteur opnieuw opgevorderd naar Limburg, voor het Absolutely Free Festival in Genk.

Dat kwam mooi uit, want zo konden we alsnog Mantis zien, dat we op Rock Herk moesten missen. Hier speelden ze in de XPRMNT-tent, en die was ten goede herzien ten opzichte van vorig jaar. Het podium stond nu centraal in de tent, was aangekleed met (pas-)poppenverlichting, en was merkelijk hoger dan de tien centimeter van de vorige editie. Mantis maakte eerder al indruk in een uit zijn voegen barstend zaaltje in Leuven, maar ook hier stonden ze op hun plaats. Mantis weet hoe je een set opbouwt: je begint met je beste nummer, en speelt er daarna alleen nog maar betere. De mix van sludge, postmetal en indie ging er vlot in, en ook het nieuwe nummer, bewaard voor het einde, was af. Het trio durft geregeld het volle geluid te verlaten en Tool-gewijs bas en gitaar uit elkaar te trekken in mix en melodie, wat de spanning alleen maar ten goede komt.

Niet zo bij Crowd of Chairs: de noiserock- en punkexplosies worden als één wall of sound gepresenteerd, en het is het lekker opzwepende drumwerk dat hier vooral de accenten legt. Hermetisch dus, maar daar houden wij wel van. Crowd of Chairs, uit de Live Fast Die Young-stal, is één van de vele nieuwe Belgische noiserockbands die ertoe doen, en geldt zeker ook voor de live-prestaties.

The Guru Guru op het hoofdpodium? Welzeker. Het klinkt misschien gek, maar er zijn nog festivals die goeie live-acts op het hoofdpodium durven programmeren. Die selecteren op basis van competenties, om het maar even academisch uit te drukken. En je hoeft dit vijftal maar een halve keer live gezien te hebben om te weten dat The Guru Guru een waanzinnig goeie live-band is. De groep heeft alles: catchy songs, gekte, dynamiek, en een voltijdse en veelzijdige zanger die daarnaast in bijberoep ook nog eens een voltijdse frontman is. Niet de woordvoerder: die staat naast hem. Neen, wie zijn armen en ogen optimaal gebruikt, zoals Tom Adriaenssens dat doet, heeft geen bindteksten nodig om contact te leggen met het publiek. En hij is niet de enige die barst van het talent. The Guru Guru (de groep van de toekomst) heeft dezelfde explosieve creatieve energie als dEUS (de groten van gisteren) en Flying Horseman (de groten van vandaag). Laat dat debuut maar komen.

Daarna moest de aandacht verdeeld worden. Eerst een stukje meepikken van het geinige heavy rock-orkest Elefant, een groepje als vakschilders uitgedoste muzikanten dat als volleerde middenstanders publiek ronselde net voor het optreden. Dat rockte lekker – allicht, als The Van Jets, Waldorf en Drums Are for Parades groepsleden afvaardigen – maar wij moesten ook nog naar Astronaute gaan kijken, de groep rond Myrthe Luyten. Dit was vakmanschap op een andere manier: schoon, ingetogen, goed gearrangeerd. Voor de Grote Emotionele Impact moet u ze maar eens in een donkere zaal gaan bekijken.

Fence – cultureel erfgoed in Limburg – mocht op het hoofdpodium een thuismatch spelen. Een groter optreden, en dus in uitgebreide bezetting. Fence speelt nog steeds de ideale festivalmuziek voor overdag: meerstemmig, meezingbaar, zorgeloos, gevarieerd en scheef als het moet.

En dan was het weer kiezen tussen hard en zacht, en dus kozen we weer voor beide. Drummer Nah had verrassend veel volk rond zich verzameld, en zweepte vanaf de eerste minuut de aanwezigen op met zijn industriële discobar. Hij verdeelde zijn tijd tussen rondspringen, al dan niet vocaal ondersteund, en live drumwerk. Wie daar zin in had liet zich gewillig opzwepen, maar wij wilden nog een flinke hap Krankland meepikken. Dat is het nieuwe project van Thomas Werbrouck van Little Trouble Kids, het duistere liefdesnestje dat hij deelt met levenspartner Eline Adam. Krankland klinkt klassieker, maar gaat tegelijkertijd ook breed in zijn invloeden. Werbrouck en zijn begeleidingsband kweten zich uitstekend van hun taak, zij het voor teleurstellend weinig publiek.  Het heerlijke ‘In the Realms of the Unreal’ zat vrij vroeg in de set, en ook live werkte dat prachtnummer met de dwingende snare-drum wonderwel. Een degelijke tryout dus, die doet  uitkijken naar het debuut.

Meer degelijkheid zagen we bij de al wat meer geroutineerde Nederlander Jacco Gardner. Proper gearrangeerde vierakkoordenpop, met hier en daar een flard psychedelica. Verrassend is het allemaal niet en dergelijke optredens kun je gerust vanop een afstand ondergaan, maar wie de moeite neemt om aandachtig toe te kijken krijgt er meer voor terug.

Cocaine Piss is wat het is: one-two-three-fourpunk met screamo die mikt op de vlinderslagpogo. Natuurlijk speelden ze niet de voorziene vijftig minuten: vooralsnog hebben ze geen vijftig songs in voorraad, en het zou ook al snel gaan vervelen. Cocaine Piss werkt het best als verrassingsaanval, met een dolle zangeres die slechts één minuut de tijd neemt om het publiek mee te krijgen, en daar wonderwel in slaagt. Daarna is het altijd rechtdoor, tot de energie opgebrand is.

Met Raketkanon om de hoek heb je geen internationale topper nodig: het viertal staat na enkele jaren intensief spelen garant voor geweldig energieke shows, en heeft zelfs met een beperkte discografie meer dan genoeg klassiekers in huis om de aandacht vast te houden. Ze speelden dus noodgedwongen een greatest hits-set, en de gekende cheezy interacties met het publiek werden nog eens aangevuld met wat volkse chanson en een gastbijdrage van de nog scherp staande Cocaine Piss-zangeres Aurélie Poppins.

Context is alles: vorig jaar speelde It It Anita op het kleinste Pukkelpop-podium, die oase van rust naast de ingang, in de brandende namiddagzon. Aangename ninetiesrock was dat toen, een fijne soundtrack om bij in het gras te liggen. Maar de Luikenaren gedijen beter in de donkere nacht, en de afsluitende set op het XPRMNT-podium van AFF lag hen dan ook veel beter. It It Anita maakte optimaal gebruik van het centraal gelegen podium: er werd alle richtingen uitgerockt, met voortdenderende, door een strakke snare-drum voortgedreven Trans Am-rockers. Dat bleek uiterst dansbaar, en de eerste rij van het talrijk opgekomen publiek danste uitbundig mee. Het vaste show-element, de gitaar die aan het einde van de set rond de nek van een bezoeker wordt gehangen, werkte hier wél: het was de eerste stap in een proces waarbij publiek en groep hoe langer hoe meer één werden. Het afbreken van het drumstel kennen we al van Shellac, maar onze landgenoten verplaatsten het gewoon tot voor het podium, om dan verder te spelen. De grens tussen podium en publieksvloer vervaagde toen helemaal, en daar nam niemand aanstoot aan.

It It Anita zorgde voor een prachtige finale, en aangezien we bij Gonzo (circus) houden van een happy end, hielden we het hier voor bekeken. De eigenlijke hoofdact – Blood Red Shoes op het hoofdpodium – consumeerden we dan maar bij het naar buiten gaan.

Ah, voor we het vergeten: geen Gonzo (circus)-festivalverslag zonder een doorlichting van het aanschuifbeleid. Welaan dan: vlotte doorgang aan de inkom, vlotte toegang tot bonnetjes en drank, helaas wel lange wachtrijen aan de eetkraampjes. Maar over het algemeen is AFF een festival zonder veel stress en gedoe, en zo hoort het ook.

Voor de rest onthouden we: de Belgische underground blijft sterk, Raketkanon is op jonge leeftijd al een vaste waarde, The Guru Guru is dolletjes, It It Anita is bijzonder geschikt om feestjes af te sluiten, en Krankland mag oppassen want die gaan we serieus in de gaten houden.

Gezien: Absolutely Free Festival, 6 augustus 2016
Tekst: De Geluidsarchitect
Foto’s: Maarten Timmermans


Reacties