Events

De stickercollectie van Fred Durst


Wanneer Gonzo (circus) zijn befaamde redactievergaderingen houdt, dan gaat dat ongeveer als volgt: de aanwezige leden worden overspoeld met spijs en veel te dure drank, en tegen het einde van de vergadering vraagt de voorzitter quasi achteloos: “O ja, nog één punt: wie gaat er naar de zomerfestivals dit jaar?”

Vervolgens steken Nico Kennes en De Geluidsarchitect nietsvermoedend de hand in de lucht, en worden ze drie dagen lang in Kiewit gedropt, met niets anders dan een zeil, twee slaapzakken, een halve liter lauwe pils, de Gonzo-bijbel en een hoop goede raad van nonkel Serge: elke dag een propere onderbroek, niet met vreemden praten, en niet afwijken van het vooraf vastgelegde schema.

De souffleurbox van Prince

En dus waren we keurig op tijd om aan te schuiven bij Cymbals Eat Guitars: één van de eerste die met stip stond genoteerd op ons ‘must see’-lijstje. We moeten zeggen: we hadden de New Yorkse artrockers voorbeluisterd en meer dan goedgekeurd. Maar live bleef van die indie feel niet zo heel veel meer over. Cymbals Eat Guitars was best genietbaar. Maar het stadionrock-gehalte (met als kers op de taart de wapperende lange manen van de drummer) was ons net iets te hoog. Het feit dat we het ons compleet ontgaan was dat de heren al eens eerder op Pukkelpop stonden (op hetzelfde podium dan nog, kennelijk), zegt misschien genoeg.

Dan liever door naar de Castello, want ook het parallel geprogrammeerde Pomrad stond op ons tourschema. Geen bewegingloze set hier: de jongeling liet zich bijstaan door een gitarist en een drummer, en samen zorgden ze ervoor dat de spannende maar hermetische nummers zich van hun meest funky, dubby en soulvolle kant lieten zien. Het kan niet anders of Prince had zich in een souffleurbox verstopt om enkele van zijn vetste gitaarlicks in te fluisteren. Er werd gedanst – u moet weten: middaguur, dertig graden celsius buiten en nog wat meer binnen – en de set werd afgesloten met méér dan beleefd applaus.

Pukkelpop 2015 - Foto: Nico Kennes

Pukkelpop 2015 – Foto: Nico Kennes

Daarna deden we wat elke hardwerkende Vlaming zou doen: lekker in de zon gaan liggen, recht tegenover het hoofdpodium. Zat daar op een stoeltje, vlakbij zijn drummer op het veel te grote podium: Seasick Steve, de bekendste zwerver ter wereld. De man deed keurig wat hij – kennelijk – graag doet: ouderwetse bluesrifs uit zijn zelfgemaakte ‘gitaren’ toveren. Ideaal om vanuit de verte op de met zon overgoten wei gade te slaan.

Old School Modus

En ook voor Jurassic 5 bleven we graag hangen: verrrrrry old school-hiphop uit de tijd waarin hiphop nog rap werd genoemd. Vier rappers die elkaar lieten scoren, en twee dj’s die ook eens van hun verhoogje mochten komen om alle speelgoed uit te testen: een pickup-gitaar (sic), een vinyl-collage, en het pronkstuk van de podiumdecoratie: een reuzenplatenspeler waarop duchtig gescratcht mocht worden.

Onderwijl – we blijven even in old school-modus – haastte de helft van onze reporters zich naar Pissed Jeans. Helaas: Pissed Jeans kon niet bepaald bekoren. Het ruwe, garage-achtige scheuren met gitaren transformeerde live tot een machistisch rammelrockfestijn met maar twee richtlijnen: om het luid en om het hardst. Jammer, maar helaas.

Dan maar eens tegenpool en hartenbreker Michael Kiwanuka uitproberen. Dat vond Seasick Steve er ook van: die stond glunderend voor het podium mee te kijken. De belangrijkste troef – naast achtergrondman Paul Butler – is Kiwanuka’s soulvolle zang: elk hartje uit het publiek kreeg een eerlijke kans om een slagje over te slaan. Midden in de set was er tijd voor een solo-stukje, een intiem onderonsje tussen Michael en de honderden fans, maar het hoogtepunt was het mooie en lang uitgesponnen ‘Tell Me A Tale’. Intens werd het echter nooit: Kiwanuka heeft vooral zijn stem en persoonlijkheid mee, de muzikale afwerking blijft erg braaf tussen de lijntjes kleuren.

Hartstochtelijk knuffelen

Pukkelpop 2015 - Strand of Oaks - Foto: Nico Kennes

Pukkelpop 2015 – Strand of Oaks – Foto: Nico Kennes

Gonzo’s Voltallige Reporterkorps trok vervolgens naar de Club voor Strand of Oaks. Vorig jaar bracht Timothy Showalter met ‘Heal’ nog één van de platen van het jaar uit. En de nummers blijven ook live met de volledige band meer dan overeind. De perfecte kruising tussen weemoed en gitaargeweld. Vlak voor de langverwachte afsluiter ‘JM’ – een eerbetoon aan wijlen Jason Molina – nog even Eppo en Ayco bedanken voor de steun. En dan: gaan! Even werd onze journalistieke integriteit op de proef gesteld toen Showalter onze reporter hartstochtelijk begon te knuffelen, maar nazicht in Hunter S. Thompsons Gonzo-bijbel leert: knuffelen met het onderzoeksobject is toegestaan, en zelfs aan te bevelen!

Na die overdaad aan prikkels, stonden we niet meer helemaal scherp voor de – niettemin zeer boeiende – chaotische jazzrock (ja, hoe noem je zoiets?) van STUFF. We geven u evenwel graag mee dat het de moeite was. Talent van eigen bodem: ga deze gasten zeker eens checken als u dat nog niet deed.

Een stickercollectie

Wat volgde was een portie jeugdsentiment, met achtereenvolgens Limp Bizkit en Linkin Park op het hoofdpodium. Limp Bizkit had amper een uur te vullen, maar kwam kennelijk dan nog relevante nummers tekort, en ging dan maar schooien bij Rage Against The Machine. ‘Killing in the Name’ werd ‘opgedragen’ aan Rage, zo was het juridisch-technisch ook weer in orde. Voor ‘Nookie’ – hé, dat rijmt op ‘cookie’! – ontpopte Fred Durst zich tot de Moammar al-Kadhafi van de nu metal. Wat weinigen weten, is dat hij ook een onvervalste verhalenverteller is. Zo deelde hij de volgende anekdote met de festivalweide: “Toen ik hier daarjuist rondhing, viel het mij op dat er hier zo veel vrouwen waren.” Uit het leven gegrepen! Vervolgens sprintten tientallen al dan niet meerderjarige meisjes naar boven om een nummer lang wat met de armen te zwieren, zodat Durst zich nog eens een hele kerel kon voelen. Dat bleek ook uit de overmoedige slogans achteraf: “Ik zie jullie na het optreden, meisjes!” en “Jullie hebben toch allemaal jullie telefoonnummer achtergelaten?” Cool zeg, backstage samen met Fred Durst zijn collectie parental advisory-stickers bekijken! Naar het schijnt heeft hij de grootste. Niettemin: de wei – de jeugd in de voorste gelederen, de nostalgici achteraan – liet het zich allemaal weggevallen.

Een ander publiek vonden we bij Interpol: een geduldig, trouw, proper gewassen en erg dankbaar publiek. Aan positieve energie op de vloer geen gebrek, maar op het podium mocht de passie het wat ons betreft wat meer halen van het vakmanschap. Interpol speelde een degelijke set en maakte het publiek wild met ‘Evil’ en ‘Slow Hands’, maar toch noteerden wij hier: ‘Interpol heeft alle kwaliteiten, maar moet beter zijn best doen’.

Aangezien Gonzo’s twaalfkoppige moderedactie niet aanwezig kon zijn, gingen wij tijdens Linkin Park even windowshoppen in de enige klerenwinkel op het terrein: beperkt aanbod (T-shirts, T-shirts en nog eens T-shirts), personeel dat het aanbod voor geen meter kende (“Alles wat we hebben hangt op!” was de luie standaardzin) en duur, duur! Lelijk Linkin Park-T-shirt: 30 euro alstublieft. Wij bevelen de tweedehandsmarkt op de camping aan, één van die vele uitstekende ideeën die hier rondslingerden. Want zo waren er nog wel meer coole details: de ridicule performances in de ‘vogelnestjes’, het zelfbedruipende parkje aan de Baraque Futur, de vuilbakdecoratie van Jeroom (‘Neem hier afscheid van je afval – tot volgend jaar, afval!’).

Een advies van grootmoeder

Fijn dat Pukkelpop ook The Neon Judgement na dertig jaar nog eens op de affiche had gezet – als nostalgie mag, moeten we consequent zijn. Het duo – lekker koude elektronica, scheurende gitaar, Teutoonse zang – bewees dat hun discografie ook na een jaar of twintig, dertig nog altijd staat als een huis. ‘The Fashion Party’, ‘The Man’, het ging er allemaal vlot in. De bindteksten hingen nochtans aan elkaar van de zelfrelativering – wellicht waren ze gewoon veel beter dan ze zelf beseften.

Als de nacht valt, en The Neon Judgement is naar huis, dan gaan wij nafeesten in de dansbare zone. Eerst Hudson Mohawke in Pukkelpops heetste tent: de Castello. Net zoals bij Pomrad eerder op de dag was het een live-show die naam waardig. En evenzeer klonken de live-tracks een stuk toegankelijker en nog opwindender dan op plaat. De uitdagende, prikkelende muziek werd stapsgewijs verkocht: catchy tune, beetje spelen met het publiek, en volop gaan. Visueel was er ondersteuning door een sobere maar efficiënte lichtshow. Samen met Pomrad, The Neon Judgement en Strand of Oaks behoorde dit tot het beste van de eerste dag.

En tot slot was het aangenaam rondwandelen op de plankenvloer van de Boiler Room, waar Oizo (wantrouw mannen die zich ‘heer’ of ‘doctor’ laten noemen, zo wist onze grootmoeder al) wat plaatjes mocht opleggen. Hij werd verwend: de geluidsinstallatie was top, het grondplan fantastisch, de lichtinstallatie om van te smullen. Die arme Dance Hall ernaast zag er in vergelijking als een armoedig tentje uit. Dat deed ons dan weer denken aan ons eigen onderdak voor de nacht. Morgen weer een dag!

Gezien: Pukkelpop, donderdag 20 augustus 2015
Tekst: Nico Kennes en De Geluidsarchitect


Reacties